GPDO minder duurzaam dan verwacht

De Brusselse regering heeft weer een plan (het GPDO) klaar, en dat is minder ambitieus dan we hadden gehoopt. Nog tot 13 maart kun je reageren op dit plan en BRAL geeft je gratis wat inspiratie. Op 21 februari kwamen jullie ook al talrijk luisteren en discussiëren tijdens ons BRALcafé. Waarvoor dank. 

Hieronder vind je alvast onze eerste bedenkingen nadat we de teksten, plannen en tabellen van het GPDO helemaal hebben doorworsteld. We namen ook al deel aan de verschillende burgerfora die door perspective.brussels de laatste weken werden georganiseerd (lees in verband hiermee ook "Valse start voor het GPDO")

We werken nu aan een volledig bezwaarschrift tegen 13 maart. Contacteer ons gerust met vragen of opmerkingen, dan helpen je vooruit. 

ALGEMENE OPMERKINGEN

  • De voorbereiding van dit plan is gestart in 2009 en niet alle basismateriaal is opnieuw aangepast. Niet alle cijfers en studies zijn nog relevant. Ondertussen zijn er ook al vaak recentere meer thema-gelinkte plannen (denk aan het Lucht, Klimaat- en Energieplan, of het Natuurplan, etc). Het GPDO is hier en daar dus eigenlijk wat gedateerd.
  • In tegenstelling tot het vorige ontwerp van 2013 vinden we in dit plan alleen de elementen die een territoriale link hebben. Dat maakt het plan beter leesbaar dan dat vorig ontwerp, maar laat ons ook dikwijls op onze honger zitten. Tewerkstellingsbeleid, armoedebestrijding, verbetering van het onderwijs zijn sleutelaspecten voor de toekomstige ontwikkeling van Brussel, maar komen niet aan bod.
  • Het GPDO bevat dus vooral beslist beleid en bestaande plannen. Die moeten dus in de naar voren geschoven concepten worden gewrongen. En dat zorgt voor contradicties. Hoe verzoen je de ambitie om shoppingcentra te bouwen met de belofte om buurthandel te ondersteunen? En hoe draag een voetbalstadion op parking C bij aan het verbeteren van de luchtkwaliteit? Het plan is in die zin heel pragmatisch. 
  • De  voorgeschiedenis met de vele voorstudies, opeenvolgende ontwerpen en allicht ook interne discussies en aapassingen zorgen her en der voor verwarring bij de finale redactie. Er zitten contradicties in tussen de verschillende kaarten, de teksten en het milieu-effectenrapport (MER).   

 

VASTSTELLINGEN NIEUWE WIJKEN

  • De plannen voor de ontwikkelingspolen staan vermeld bij de maatregelen om de demografische explosie op te vangen, maar hun toekomst als woongebieden is nog erg onzeker. De aangehaalde cijfers zijn zeer voluntaristisch.
  • De reflectie over ontwikkeling van bepaalde sites is nog lopende en greep op het vastgoed vanuit de overheid onzeker. Bij bijvoorbeeld Reyers, Zuidwijk, Europese wijk, Heyvaert, Ninoofse Poort is het telkens de privésector die de sleutel in handen heeft.
  • De ondernemingsgebieden in stedelijke omgeving (OGSO of ZEMU) zijn in 2013 goedgekeurd bij het demografisch bestemmingsplan. Zeker in de kanaalzone hoopt de overheid dat industrie en wonen kunnen samengaan. Maar bij gebrek aan duidelijke omkadering zorgt de aankondiging van het hoge aantal woningen voor een verdringing van de stedelijke industrie. De reflexie over het samengaan industrie en wonen lijkt sinds 2013 nog geen concrete resultaten te hebben gegeven, maar de speculatie op de potientiële woonzones is wel reëel. Maar wanneer we de stedelijke industrie willen behouden moet het aantal woningen in sommige ogso’s allicht wel teruggeschroefd worden. .
  • Wat met het integreren van het groen/blauwe netwerk? De prioritaire zones en de kanaalzone hebben een belangrijke rol in dit ecologische en recreatieve netwerk (en de daarbij behorende ecosysteemdiensten zoals waterbuffering).

 

HOOGBOUW EN VERDICHTING

  • Terwijl het GPDO zelf zegt dat echte hoogbouw eigenlijk geen oplossing is om meer huisvesting te creëren is er toch hoofdstuk over iconische torens.
  • De torens volgens de hoogtelijnen plaatsen, zou de topografie van Brussel tot uitdrukking brengen en het stadsbeeld meer ‘leesbaar’ maken. Maar in Brussel staan er al her en der torens. Het beeld zal dus nooit zuiver zijn.
  • Het is helemaal niet zeker dat de aanpak zal werken, maar de aankondiging zet de speculatie alvast in gang.
  • Een absolute voorwaarde bij elke maatregel die meer en hogere bebouwing toelaat is een regelgeving rond de gecreëerde meerwaarde.

 

HUISVESTING

  • Tegen 2020 voorziet het GPDO de bouw van 6.500 publieke woningen, waarvan 60 % ‘sociale en bescheiden inkomens’ minder dan 4 000 dus. Een bescheiden inkomen ligt tot max 20 % dan een ‘sociaal inkomen’ (beter gezegd het maximum netto belastbaar inkomen om in aanmerking te komen voor een sociale woning). Volgens de welzijnsbarometer van 2016 is er in het Brussels Gewest een vraag naar 78 917 sociale woningen. Slechts aan minder dan de helft van deze vraag (46,0 %) wordt voldaan. Veel zal er dus niet veranderen.
  • Die ambitie van het GPDO is trouwens net dezelfde doelstelling als die van Alliantie Wonen in 2013. In de voorbije drie jaar zouden daarvan een 1 000 – tal op de markt zijn. Zal het nu ineens veel sneller gaan? Weinig waarschijnlijk. Het GPDO kan zelfs nog niet aanduiden waar ze zullen gebouwd worden. 

 

OPENBAAR VERVOER

  • GPDO toont een duidelijke voorkeur voor nieuwe metrolijnen boven nieuwe tramlijnen , maar een echte argumentatie is daarvoor niet te vinden, bijvoorbeeld inzake investerings- en exploitatiekosten, fijnmazigheid van het net, uitvoeringstijd van beslissing tot ingebruikname …
  • De studietrajecten lijken redelijk arbitrair gekozen en zijn zelfs niet dezelfde wanneer je naar de kaart kijkt, de planbrochure leest of het effectenrapport er op naslaat.
  • De link tussen een hoogwaardige openbaar vervoerlijn, zoals metro of tram, en de waarde van het vastgoed wordt niet gemaakt. Terwijl het GPDO wel zegt een hogere densiteit te zullen toelaten rond metrohaltes, zien we geen publieke grondregie die daar strategische posities inneemt.
  • Vroeger geplande en aangekondigde tramlijnen zijn zonder meer uit verdwenen: tramverbinding T &T, tram 71 …
  • Brussel wil vooral pendelaars uit de auto krijgen en rekent voor dat interregionaal vervoer op de NMBS, die intenties zijn zeker ok, maar ver van concreet.

 

GPDO niet zo D

  • GPDO bevat goede intenties, maar  blijft te vaag over de manier waarop die zullen gehaald worden, zeker als 2025 een streefdatum is
  • Slimme maatregelen ontbreken: stadstol, slimme kilometerheffing, autofiscaliteit en uitstootnormen als hefbomen
  • Het aandeel sociale woningen zal niet groeien, met de huidige ambitie en groei van de privé markt zal een statusquo al moeilijk zijn
  • De algemene doelstelling om het autoverkeer met 20 % te verminderen, geldt alleen nog maar voor de pendelaars, voor de Brusselaars is dat slechts 15 geworden
  • De vooropgestelde normen luchtkwaliteit zijn minder streng dan in die van de vorige versie
  • Ambities 'modal shift' teruggeschroefd

 

Slotsom: wij vinden het GPDO een stuk minder duurzaam dan haar voorganger, het GeWOP II.