Nieuwe stedenbouwwet niet goed voor milieu

Vereenvoudiging en rationalisering zijn voor de regering de sleutelwoorden bij de hervorming van de stedenbouwwet.  Maar wij zien nefaste gevolgen voor het leefmilieu en het patrimonium, voor de  bewonersbetrokkenheid, de rechtszekerheid van plannen en op gebied van goed bestuur in het algemeen.

Het Brussels Parlement  buigt zich deze weken over  de hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening BWRO, ook gekend als CoBAT (Code Bruxellois de l'Aménagement du Territoire). Vereenvoudiging en rationalisering zijn voor de regering de sleutelwoorden bij de hervorming van de stedenbouwwet.  De regering hoopt met snellere procedures meer investeringen in vastgoedprojecten aan te trekken, en daardoor meer kapitaalkrachtigen inwoners,  wat  de financiële draagkracht van het gewest moeten verhogen. Het is absoluut niet zeker dat ze hun doel zullen bereiken. De collateral damage is alleszins groot.

Aanslag op leefmilieu

De manier waarop de overheid moet rekening houden met milieueffecten van plannen en projecten is vooral door Europese regels vastgelegd. Het grondwettelijk hof heeft Brussel in het verleden al veroordeeld omdat ze op dit vlak tekort schieten. Bijvoorbeeld het mag niet uitsluitend van de omvang van een project afhankelijk zijn of er al dan niet een effectenstudie nodig is, maar verschillende criteria moeten samen in rekening gebracht worden. Dus alleen het aantal parkeerplaatsen als norm nemen is niet correct, er moet ook worden gekeken naar andere omgevingsfactoren.

Vandaag is er een effectenstudie nodig vanaf 200 parkings, in het nieuwe BWRO pas vanaf 400 parkings. En dat terwijl de strijd voor een betere luchtkwaliteit een prioriteit zou zijn.      

De regering heeft van de huidige wijziging geen gebruik gemaakt om in orde te maken. Integendeel, ze houdt vast aan dat ene omvangscriterium en legt de grens nog hoger. Vandaag is er een effectenstudie nodig vanaf 200 parkings, in het nieuwe BWRO pas vanaf 400 parkings. En dat terwijl de strijd voor een betere luchtkwaliteit een prioriteit zou zijn.      

Ook het openbaar onderzoek over het lastenboek van een effectenstudie wil de regering schrappen. Bewoners die hun omgeving het best kennen hebben daardoor geen kans meer om te wijzen op nuttige bijkomende onderzoeken en zullen veel later in het planningsproces op de hoogte zijn van een project in hun buurt. Dat is een inbreuk op het zogenaamde standstill principe. Dit houdt in dat een wetgever geen regeling kan treffen die een aanzienlijke vermindering betekent van een bestaand beschermingsniveau inzake de rechten die in art 23 van de grondwet zijn ingeschreven. Gezond leefmilieu is één van de rechten die daarin zijn opgenoemd.

Samen met ARAU en IEB heeft BRAL de volledige ontwerptekst grondig geanalyseerd. We hebben over onze opmerkingen een nota gemaakt en die aan het parlement doorgegeven. Zie bijlage.  Wij hopen dat ze die bij hun bespreking ter harte zullen nemen en de ontwerptekst nog zullen bijsturen.

Auteur: Hilde Geens, stafmedewerker BRAL