"Over (afval)hout, mensen en industrie in de stad"

Dit artikel maakt deel uit van een nieuwe reeks, waarbij Bral vernieuwende economische  initiatieven in de schijnwerpers zet. Van min of meer gekende namen tot prille coöperaties. Allen hebben ze gemeen dat ze economisch, ecologisch en sociaal innoverend zijn. Het ene aspect mag al eens harder doorwegen dan het andere. Vandaag:  KLIMOP, de schrijnwerkerij van Atelier Groot Eiland.

Atelier Groot Eiland is één van de sterkhouders in de Brusselse ‘sociale’ economie. Naast Etiket (verzending), Heksenketel (horeca), ArtiZan (artisanaat) hebben ze met Klimop een zeer actieve schrijnwerkerij. Wij gingen de sfeer opsnuiven op de werkvloer en hadden een gesprek met de coördinator Tom Dedeurwaerder en schrijnwerker/begeleider Laurent Quoidbach.

Wat moeten we verstaan onder sociale economie?

"Om het eenvoudig te stellen: in een sociaal economiebedrijf staan de mensen en niet het kapitaal centraal. We geven onze mensen een opleiding en helpen hen in hun ontwikkeling. Het gaat vooral over langdurig werklozen en (zeer) laag gediplomeerden. Het is de bedoeling dat ze daarna door- groeien naar de reguliere arbeidsmarkt.

We brengen hun niet enkel technische kennis bij maar werken ook rond arbeidsattitudes. De meeste mensen werken hier 1 à 1.5 jaar maar indien nodig begeleiden we hen nog 6 maanden in het vinden van een job. Daarnaast bieden we tijdens hun opleiding ook al taallessen aan om hun kans op werk te verhogen.

Dat is als gewoon bedrijf natuurlijk allemaal niet mogelijk. We werken dan ook met ongeveer 50% subsidies en 50% eigen middelen."

We proberen de werven zo afwisselend mogelijk te houden zodat ze veel aspecten van het beroep leren kennen. Los daarvan, is ons atelier ook gewoon veel te klein om iedereen aan het werk te kunnen zetten. En zo zijn we al direct bij een kernprobleem: PLAATS.
Zeker als je - zoals wij - ook met recyclagemateriaal werkt, heb je veel opslagruimte nodig. En ook je afgewerkte producten moet je ergens kunnen stallen. En ruimte is duur in de stad.

En stromen jullie mensen dan ook effectief door?

"Gemiddeld stromen er ongeveer 60% van onze schrijnwerkers door. In 2014 was dat minder omdat ‘den bouw’ in het algemeen en de schrijnwerkerij in het bijzonder het slecht deden. Er waren dus weinig jobs om in door te groeien. Onze mensen die een horecaopleiding achter de rug hadden, vonden veel gemakkelijker werk."

Hoeveel mensen zijn er nu in opleiding?

"Een 20-tal. De helft daarvan zit meestal ergens op een werf. We proberen die werven zo afwisselend mogelijk te houden zodat ze veel aspecten van het beroep leren kennen. Los daarvan, is ons atelier ook gewoon veel te klein om iedereen aan het werk te kunnen zetten. En zo zijn we al direct bij een kernprobleem: PLAATS.

Zeker als je - zoals wij - ook met recyclagemateriaal werkt, heb je veel opslagruimte nodig. En ook je afgewerkte producten moet je ergens kunnen stallen. En ruimte is duur in de stad. Dat is één van de reden waarom veel schrijnwerkerijen – maar ook andere bedrijven – weg trekken uit het centrum en zich in een industriezone aan de rand van Brussel verschansen. Maar die zijn dan weer vaak slecht bereikbaar.

Die slechte bereikbaarheid is trouwens een groot nadeel voor de gekwalificeerde mensen die wij afleveren: zonder auto of rijbewijs raken ze er amper."

Vonden jullie een oplossing voor de typische moeilijkheden waar industrie in de stad mee wordt geconfronteerd? Of verhuizen jullie binnenkort ook?

"Neen. Wij hebben het geluk dat we de schrijnwerkerij kunnen uitbreiden door één van onze andere diensten (Etiket) te verhuizen. Dat is een dienst die je eigenlijk min of meer overal kan organiseren. Wat met een schrijnwerkerij niet kan.  We proberen uiteraard de overlast te beperken, maar hout bewerken maakt nu eenmaal lawaai, er moeten grotere leveringen gebeuren etc. De (weinige nvdr) buren doen daar gelukkig niet moeilijk over. Ze zijn het gewoon.

We hebben nog een ander geluk: in het kader van het wijkcontract wordt er een toonzaal voor onze afgewerkte producten voorzien. Die staan momenteel her en der verspreid. Daardoor komt er dan weer extra plaats vrij om bv hout te stockeren. Idealiter is het atelier zelf ook beter zichtbaar. Kwestie van productieactiviteiten terug zichtbaar te maken in de stad.

De nadelen wegen niet op tegen de voordelen. We zitten niet alleen vlak bij de bron wat betreft werkkrachten en klanten, de buurt levert ook een deel van onze grondstoffen: afvalhout."

Dat is inderdaad dé nieuwigheid van het afgelopen jaar: meubels uit afvalhout. Van waar komt het hout?

"In de onmiddellijke omgeving is er al veel hout dat anders weggegooid wordt. Zo krijgen we bv paletten van de meubelwinkel vlak naast ons en van een brouwerij een beetje verder. Daarnaast maakten we met een aantal socio-economische organisaties afspraken rond de toelevering van afvalhout. Het vergt werk om het hout opnieuw bruikbaar te maken maar we krijgen het wel gratis. En er is natuurlijk ook de ecologische winst."

Nieuw is ook dat jullie je nu ook richten tot particulieren. U en ik kunnen dus zo’n meubel kopen. In geval van doorslaand succes: zijn jullie er op voorbereid? En is er wel genoeg afvalhout?

"Als een soort wederdienst voor onze subsidies werken we veel voor overheidsorganisaties en vzw’s, maar daarnaast werken we meer en meer voor particulieren. Wat zeker met de meubels het geval is. Omdat we nog geen toonruimte hebben, lieten we een folder maken om de verschillende meubelen te presenteren (nvdr: je vindt hem onderaan als bijlage). Maar we installeerden bij mensen thuis ook al een keuken die we op maat maakten of een houten vloer. Bij het aanvaarden van dat soort jobs kijken we altijd naar de leermogelijkheden en de afwisseling die ze ons bieden.

Wat betreft je vraag naar succes en groei. De sfeervolle combinatie van recyclage & opleidingen slaat duidelijk aan. We kiezen ervoor geleidelijk te groeien. En wie weet werken we ooit met verschillende locaties zoals de Fietspunten. Maar eerst voeren we dus onze interne reorganisatie door zodat er alvast wat meer plaats vrij komt voor de schrijnwerkerij. De groeimarge op het gebruik van afvalhout is alleszins nog zéér groot. We moeten al veel weigeren van wat ze ons aanbieden."

Denken jullie er aan ook met andere manieren van bedrijfsvoering te experimenteren. Bv het oprichten van een coöperatieve?

"We spelen met het idee. Het kan onder meer een manier zijn om ook buurtbewoners te betrekken bij het (sociaal) restaurant dat we plannen in de Belle Vue-brouwerij. Maar momenteel is het niet meer dan een piste."

Is het ook voor een reguliere schrijnwerkerij interessant met afvalhout te werken?

"Jawel, ze bestaan zelfs al. Zoals gezegd: het is à la tendance. Zo liet bijvoorbeeld Exki zijn interieur inrichten door een privé-schrijnwerkerij die specifiek werkt met afvalhout. Het kan dus en ook daar is er nog groeimarge."

Even terug naar de menselijke kant van de zaak: wie is jullie doelpubliek?

"Wij werken dus vooral met laag geschoolde- en langdurige werklozen. De redenen van hun werkloosheid zijn veelvuldig. Maar een gebrek aan technische skills, talenkennis en de juiste attitudes (op tijd komen etc) zijn steeds terugkerende zaken. En sommige mensen zijn gewoon slachtoffer van racisme.

Af en toe werken we hier trouwens ook met mensen die al expertise hebben met houtbewerking in hun thuisland. Zo zijn er nu bv enkele Syrische schrijnwerkers aan het werk. Maar ook mensen met ervaring elders moeten hier nog specifieke knepen van het vak leren. Zo is alleen al het materiaal waarmee we hier werken anders.

Hoe dan ook: diegenen die hier starten, zijn wel degelijk gemotiveerd om hun job te leren en werk te vinden."

Vakmanschap begint bij een goede kennis van je materiaal. En dat materiaal is hier vaak anders dan elders in de wereld.

Dat merk je ook op de werkvloer. Er hangt een positieve vibe en ze spreken met trots over hun werk. Iets helemaal anders: Je kan zeggen dat dit stuk van de kanaalzone ‘hot’ is. De keerzijde kan zijn dat armere buurtbewoners plaats moeten maken voor rijkere nieuwkomers. De gevreesde gentrification. Hoe kijken jullie aan tegen de veranderingen in de wijk?

"Alleen al de komst van het Meininger Hotel veranderde de buurt. Hun betrokkenheid op de buurt mag dan wel gering zijn, de passage en het volk zorgt wel voor een veiligere omgeving. Wat ook ons ten goede komt. Er is inderdaad veel veranderd de laatste jaren en er staat nog veel op stapel. Denk maar aan de plannen voor de herinrichting van de Ninoofsepoort waar o.a. een park en woningen komen.

Eerlijk: een zekere gentrification lijkt onvermijdelijk. Maar wij kunnen er wel mee voor zorgen dat ze ook zorgt voor sociale stijging van diegenen die hier vandaag wonen. Een voorbeeld: meer omwonenden en passage zorgen voor meer klanten voor het (sociaal) restaurant dat we willen openen. Dat zorgt dan weer voor heel wat opleidingen waardoor mensen later werk in de horeca kunnen vinden. En het is ook een mooie showcase voor het kunnen van onze schrijnwerkers. Ook zij zien hun kansen op een job dus groeien.

Kortom, we kunnen ervoor zorgen dat ook de buurtbewoners mee profiteren van de veranderingen die op til zijn."

Bedankt voor het gesprek!

Steyn Van Assche (stafmedewerker BRAL)