Persbericht: Witte olifant voor Brussels organisch afval

Persbericht

Een studie van Bral vzw (Brusselse Raad voor het Leefmilieu) toont aan dat selectieve ophaling van keukenafval goed is voor het klimaat én voor de begroting van het Brussels Gewest. Jammer genoeg schuift de regering ophaling van keukenafval op de lange baan. Een perverse steunmaatregel dreigt ons nu op te zadelen met een witte olifant: een dure vergistingsinstallatie met weinig ecologische én economische meerwaarde.

Op 16 juli 2010 lanceerde de Brusselse regering een aanbesteding voor de bouw van een installatie die het organisch afval van het Brussels gewest moet vergisten. Vergisting is een proces waarbij plantaardig materiaal, zoals tuinafval of groenteschillen, wordt omgezet in compost en methaangas. Dat methaan wordt opgevangen en verbrand op dezelfde site. Het eindresultaat is compost en groene stroom.

Vergistingsinstallatie helpt milieudoelstellingen te realiseren:

  1. De uitstoot van broeikasgassen in ons gewest doen dalen. Via vergisting kan men immers meer van de energie uit plantenafval omzetten in elektriciteit dan door verbranding.
  2. De Europese verplichting voor hernieuwbare energie (13% tegen 2020) dichterbij brengen en ons Gewest een stuk minder afhankelijk maken van Wallonië voor de voorziening van groene stroom.
  3. De selectieve inzameling van afval opdrijven. De sorteerverplichting heeft de selectieve ophaling in Brussel een stevige duw gegeven maar we staan nog ver van de Europese doelstelling van 50% recyclage tegen 2020. Volgens recente cijfers van de Brusselse staatssecretaris Emir Kir halen we momenteel 35% op. Organisch afval vormt volgens studies 35 tot meer dan 40% van onze restafvalzak. Zonder goede selectieve inzameling van organisch afval zal dit doel dus moeilijk te bereiken zijn.
  4. Het compost is verhandelbaar en kan kunstmest of potgrond op basis van natuurlijke turf vervangen. Dit levert bijkomende besparingen in uitstoot van broeikasgassen op.

Meest ecologische installatie geeft ook financieel het beste resultaat:

De regering vraagt offertes voor de bouw van een installatie met een capaciteit van 40.000 ton afval per jaar, met de mogelijkheid om op termijn door te groeien tot 60.000 ton. Die 40.000 ton zou voor het grootste deel gedekt worden door ophaling van tuinafval in alle gemeentes van Gewest (nu haalt men 24.000 ton op en men verwacht deze hoeveelheid te kunnen opvoeren tot 30.000 ton). De overige tonnage zou komen van markten en grootkeukens.

Een nieuwe studie van Bral en prof. emeritus Luit Slooten (VUB) vergelijkt verschillende scenario’s met elkaar op vlak van milieuprestaties en rendabiliteit. De studie stelt vast dat het scenario dat het dichtst aanleunt bij het lastenboek, de laagste besparing op uitstoot van broeikasgassen, en de laagste energiewinst oplevert. Het ecologisch meest interessante scenario is een scenario waarbij meteen meer afval verwerkt wordt (60.000 ton) en waarbij keukenafval en vuil papier een aanzienlijk deel uitmaken van de aanvoer.

Opmerkelijk is dat het scenario met keukenafval ook veruit het beste scoort op financieel vlak. Het levert het Gewest de grootste financiële besparing op ten opzichte van de huidige verwerking (combinatie van verbranding en compostering). Het scenario dat wellicht gekozen wordt, heeft een veel hogere operationele kost per ton. Dat komt ondermeer omdat tuinafval in dit scenario de hoofdmoot van de aanvoer zou uitmaken. Dat is bijzonder oninteressant omdat tuinafval alleen in de zomermaanden voorhanden is, waardoor de installatie in de winter terugvalt op 30% van haar verwerkingscapaciteit terwijl de afschrijvingen en personeelskosten gewoon doorlopen. Daar komt nog bij dat het tuinafval een lagere gasproductie geeft waardoor de inkomsten per ton het laagst zijn.

Perverse steunmaatregel bevoordeelt de minst interessante installatie

Toch dreigt Brussel uiteindelijk opgezadeld te worden met een installatie die dat ecologisch en financieel oninteressante scenario volgt. Dat lijkt absurd maar de reden is simpel: alleen dit scenario geeft recht op een extra verhoogde hoeveelheid Groene-Stroomcertificaten, i.e. vijf keer zoveel als normaal. Nochtans heeft het Gewest die regels inzake Groene-Stroomcertificaten zelf opgesteld, maar dan wel op een moment dat de consequenties voor deze installatie nog niet bekend waren. Het perverse effect is in elk geval dat de regering het slechtste scenario dreigt te kiezen omdat dat volgens haar eigen regelgeving de meeste financiële steun zal krijgen vanuit de markt.

Bral vzwroept het Gewest op om goed na te denken voor het een beslissing neemt. De regering heeft er belang bij om het percentage tuinafval in de aanvoer zo laag mogelijk te houden door het keukenafval van gezinnen gescheiden op te halen en te vergisten. Desnoods moet ze de regels inzake GSC aanpassen, liever dan een witte olifant te bouwen.

Het persbericht in pdf en het volledige onderzoeksrapport vindt u als bijlage.

Contact :

Piet Van Meerbeek

stafmedewerker milieu

T02 217 56 33 | M 0478 999 707

1 Het aantal uit te reiken GSC wordt vermenigvuldigd met 5 of 2, afhankelijk van het elektrisch vermogen van de installatie (respectievelijk kleiner of groter dan 1 MW). Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering dd. 19.07.2007.