PUBLICATIE: BXL PLANT

BRAL werd in haar geschiedenis vaak geconfronteerd met het moeizame verloop of de stilstand van verschillende projecten. Concurrentie tussen administraties, gewest, gemeenten, gemeenschappen en andere gewesten waren daar niet vreemd aan. Maar dossiers reden zich ook domweg vast in hun eigen complexiteit.

NOOT: je vindt de Nederlandse en Franse versie van de artikels ofwel op onze website ofwel in de ISSUU-publicatie hieronder. 

Ruimtelijke planning en stedenbouw zijn nu eenmaal volop in beweging. De oude statische bestemmingsplannen voldoen niet meer om de ontwikkeling van complexe stadsprojecten in goede banen te leiden. (Lees: Overleg als proces.)

Om te vermijden dat plannen die goed zijn voor deze stad en haar inwoners zich blijven vast rijden, schuiven we in onze meerjarenplanning 2014-2018 een nieuw speerpunt naar voor: een efficiëntere en betere organisatie van stedenbouwkundige projecten. We bouwen hiervoor verder op onze ervaring in verschillende Brusselse projecten en kijken ook naar voorbeelden buiten Brussel. Zo gingen we op stap naar Turnhout en kwamen terug met dit artikel: Complexe stadsprojecten, valkuilen en succesfactoren

Deze publicatie komt er niet toevallig nu, zowel organisatorisch als wettelijk staat Brussel op een kantelpunt wat betreft plannen maken en plannen uitvoeren: een pak diensten werden samengebracht in het Brussels Planningsbureau en met de maatschappij voor Stedelijke Inrichting geeft het Brussels gewest zich extra slagkracht om zelf plannen uit te voeren. Wij voelden de kersverse directeurs aan de tand in het interview la planification à Bruxelles, nouvelle approche

Om te kijken of en hoe die nieuwe aanpak in praktijk wordt gebracht, nemen we twee planprocessen onder loep die nu aan de gang zijn: het kanaalplan (Quel plan canal?) en de opmaak van een bijzonder bestemmingsplan in de EU-wijk (Business as usual in de EU-wijk). Jawel, soms geeft de titel het weg.

Deze twee dossiers tonen de spagaat waarin de Brusselse stedenbouw nu zit: enerzijds zijn er stappen in de goede richting, bv. de kwaliteitskamers, en mag er op het terrein al eens geëxperimenteerd worden, door bv in te zetten op ontwerpend onderzoek. Anderzijds blijft de realiteit vaak nog heel old school.

Ook de huidige institutionele hervormingen zitten ergens op die wip: kunnen ze de omslag naar een nieuwe manier om deze stad vorm te geven waarmaken of is het hem te doen om meer van hetzelfde maar dan efficiënter georganiseerd? Beide opties liggen nog open.

Bij wijze van knuppel in het hoenderhok sluiten we deze publicatie af met een bespiegelend artikel (Les ministres: patrons d’entreprise ou partenaires?) over de valse profeten van efficiëntie en goed bestuur en de mogelijke nieuwe rol van de overheid in deze snel evoluerende maatschappij.

Kortom, Bral legt haar gewicht in de strijd opdat Brussel écht een omslag maakt naar een nieuwe manier van stad maken.

Veel leesgenot,.

Brussel, zomer 2016