BRAL solidair met IEB

Foto: Stadsbiografie, Maxim Van den Bossche

Dit jaar heeft het Brussels Gewest besloten IEB (Inter-Environnement Bruxelles) niet langer te financieren voor hun activiteiten rond stedenbouwbeleid. IEB vormt een kritische stem in een vaak complex debat en heel wat burgers en collectieven rekenen op hun inzet en expertise. BRAL betreurt dat er nog steeds geen structurele financiering bestaat voor het middenveld dat burgers ondersteunt rond stedenbouw.

We hebben in Brussel nood aan stabiele en duurzame ondersteuning van verenigingen die werken rond stedenbouw. Het stedenbouwbeleid heeft een grote impact op de ruimte waarin wij leven. Hoe we een leefbare stad plannen, bepaalt de gebouwen, de openbare ruimte en de wijken waar Brusselaars wonen, werken, en ontspannen. Het is voor ons evident dat de Brusselaars actief betrokken worden in het beleid rond stedenbouw zodat ze van bij het begin kunnen wegen op de visie en ambities van de stadsplanning. BRAL ARAU en IEB zetten samen al jaren, elk op onze manier, in op het betrekken van burgers bij het stedenbouwbeleid in Brussel.

We schreven eerder al dat er wat beweegt omtrent participatie in het stedenbouwbeleid: de individuele burger kan binnenkort (hopelijk) rekenen op een participatiedienst en een vroegere betrokkenheid in grote stadsprojecten (zie dit artikel van BRAL eerder deze maand). Maar tegelijk ontbreekt het nog steeds aan een structurele financiële ondersteuning voor het middenveld dat burgers in deze complexe materie ondersteunt.

Daarom doen we deze oproep aan de Brusselse gewestelijke regering: stel ook voor het stedenbouwbeleid een financieringskader op om het vele werk van Brusselse organisaties op een stabiele en transparante manier te ondersteunen.

Naar een structurele ondersteuning voor middenveld dat werkt rond stedenbouw

Op dit moment voorziet het Brusselse gewest geen structurele ondersteuning van het verengingswerk rond stedenbouwbeleid. Met structureel bedoelen we: een meerjaarlijkse financiering, op basis van duidelijke criteria en uiteraard jaarlijkse evaluaties. Die mogelijkheid is nochtans voorzien in de ordonnantie van 4 september 2008[1]: de Regering kan verenigingen meerjarige financiering toekennen binnen verschillende domeinen. Ze kan dit dus ook voor stedenbouwwerking.

Publieke financiering voor verenigingswerk rond stedenbouw was de afgelopen telkens jaarlijks aan te vragen. Dit jaar is er gekozen om te werken via een projectoproep die beheerd wordt door Urban. Die projectoproep geldt voor één jaar, en is gelimiteerd tot een maximumbedrag van 50.000 euro. BRAL is hierop ingegaan. Onze aanvraag voor 2021 is wel goedgekeurd, die van IEB dus niet. De keuze om dit jaar te werken met een duidelijke administratieve omkadering van een projectoproep is terecht, dat maakt deel uit van goed bestuur.

Maar de keuze voor kortlopende projectfinanciering in plaats van structurele erkenning is verontrustend. Kortlopende projecten zijn geen vervanging voor structureel en kritisch basiswerk. Er is op dit moment is er geen gezond evenwicht tussen structurele ondersteuning en projectsubsidiëring binnen het Brusselse stedenbouwkundige middenveld. Daarom doen we het nut van beide hier uit de doeken.

Het belang van een gezond evenwicht tussen structurele ondersteuning en projectfinanciering

Structurele en meerjaarlijkse financiering houdt in dat een overheid zich engageert om de dialoog aan te gaan met een kritisch middenveld. Wij, als middenveld, hebben op onze beurt de verantwoordelijkheid om burgers te ondersteunen en correct te informeren. Een actief middenveld is een plaats waar burgers zich kunnen verenigen om aan visies te werken, voorstellen te doen, protest te kanaliseren, en dus collectief te werken.

Projectoproepen kunnen een nuttige bijdrage leveren aan de stad. Projecten kunnen organisaties en burgers helpen om te experimenteren met nieuwe methodes, ideeën of initiatieven in de stad. Via projecten kunnen ook nieuwe initiatieven zichzelf verder ontplooien en zo ideeën vormgeven vanuit de praktijk.

Het evenwicht tussen de twee is van cruciaal belang. Structureel werk is de voedingsbodem voor projectwerk, projectwerk kan mee het structureel werk inspireren. Als het over het Brusselse stedenbouwbeleid gaat, ontbreekt dit evenwicht: er wordt nu gekozen voor jaarlijkse projecten, en een financieringskader voor structureel werk ontbreekt.

Projectoproepen kunnen structurele middelen niet vervangen. Projecten zijn tijdelijk en lopen op korte termijn. Structurele erkenning maakt continuïteit en stabiliteit mogelijk. In onze stad zijn er heel wat ontwikkelingen die net die continue aandacht en inzet vereisen, denk maar grote ontwikkelingen als Josaphat of Thurn en Taxis. Hier bouwen burgers en organisaties kennis en ervaring over meerdere jaren op. Organisaties hebben dan ook stabiliteit nodig om dat werk te kunnen doen, dat zich onder andere vertaalt in een stabiel personeelsbeleid en het voorzien van een werkplek.

Bovendien zijn (kortlopende) projectoproepen niet altijd aangepast aan de verwachtingen en noden van de bevolking en het middenveld van Brussel. Er ontstaan ideeën en initiatieven van burgers die een project niet op voorhand kan voorzien. Evengoed komt het voor dat initiatieven of vragen niet ondersteund kunnen worden omdat ze niet passen binnen de mal van het project. Het is de taak van het middenveld om nét ook deze noden te identificeren en er mee aan de slag te gaan, samen met de Brusselaar.

Daarnaast leiden projectoproepen tot onnodige concurrentie met organisaties die op de lange termijn werken, terwijl de stad al deze stemmen kan gebruiken.

Ten slotte zijn de administratieve lasten voor zowel het Gewest als de organisaties aanzienlijk als het over projectoproepen gaat. Nu dienen organisaties jaarlijks telkens opnieuw aanvragen in, met een activiteitenprogramma en een gedetailleerde begroting. Administraties moeten deze elk jaar opnieuw evalueren, adviezen schrijven en rapporteren. Het college moet elk jaar opnieuw een beslissing nemen. Een meerjaarlijks werkingskader met jaarlijkse evaluatie vereenvoudigt dit proces substantieel. Zo blijft er meer tijd over om in de diepte met elkaar in gesprek te gaan over dat wat de Brusselaars écht aanbelangt: een democratisch, duurzaam en solidair stedenbouwbeleid.

Actief en kritisch burgerschap vraagt inzet en tijd, en een stabiel kader om binnen te werken, zeker bij een complex thema als stedenbouwbeleid. Daarom vragen we dat de Gewestelijke Regering werk maakt van een structurele financiering voor stedenbouwwerk in Brussel.

[1] De “Ordonnantie met betrekking tot het subsidiëren van de verenigingen en de projecten ter verbetering van het stadsmilieu en het leefklimaat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”, 4 september 2008.