Er beweegt wat rond participatie in Brussel

Foto: Stadsbiografie, Maxim Van den Bossche

Terwijl Brussel-Stad en Etterbeek wijkraden oprichten, maakt ook het Gewest werk van burgerinspraak. Een grotere betrokkenheid van de burgers en dat in een vroege fase bij grote stadsprojecten was allang een eis van ons. Zouden we de regering eindelijk geïnspireerd hebben?

Burgers vroeger aan zet in de openbare onderzoeken?!

In de eerste plaats kondigde Pascal Smet[1], Brussels staatssecretaris voor Stedenbouw, onlangs in de parlementaire commissie voor Territoriale Ontwikkeling aan dat hij het openbaar onderzoek bij grote stedenbouwkundige projecten aan het begin van de procedure wil plaatsen, en niet pas aan het eind als alles al min of meer vastligt, zoals nu het geval is. 

Dit is goed nieuws, want zoals vele burgers vraagt BRAL al lang om burgers eerder en beter te betrekken bij grote stadsprojecten. In het bijzonder vroegen we in ons memorandum van 2019 voor vastgoedprojecten van 2.500 m² of meer een verplicht overleg met de omwonenden en de gebruikers van de stad te organiseren voordat de aanvraag voor een bouwvergunning wordt ingediend (punt 16).

BRAL vraagt bij bouwprojecten vanaf 2.500m² een verplicht overleg met de buurtbewoners en gebruikers van de stad vooraleer de bouwaanvraag wordt ingediend.

Een her-herziening van het BWRO/de CoBAT bij gratie van een evaluatie?

Om de procedures te herzien heeft Smet verklaard dat hij van plan is het wettelijk kader te wijzigen, namelijk het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) (CoBAT in het Frans). Dat is een noodzakelijke stap om deze procedures te herzien, maar die verre van eenvoudig is. Vergeet niet dat het BWRO pas aan het einde van de vorige regeerperiode werd hervormd na een lang proces. Het regeerakkoord van 2019 plant een evaluatie van deze herziening. De staatssecretaris wil deze evaluatie gebruiken om het onderzoek te heropenen en het wettelijk kader te veranderen… Volgt u nog? 

Een nieuwe participatieafdeling bij het Gewest!

Ook op gewestelijk niveau heeft minister Alain Maron, die bevoegd is voor participatie, van zijn kant in de parlementaire commissie voor financiën en algemene zaken eindelijk de oprichting aangekondigd van de fameuze participatiedienst die in het regeerakkoord van 2019 is voorzien. 

Nog dit jaar zal hij een "inspraakreferent" aanstellen die met zijn dienst zal werken binnen Perspective.Brussels, de administratie belast met territoriale ontwikkeling. De bedoeling is dat deze persoon en zijn collega’s ook andere stedelijke thema's zullen aansnijden. De nieuwe dienst zal worden belast met "de bevordering van participatie, dus een transversale opdracht die niet beperkt blijft tot territoriale ontwikkeling".

Het zal fungeren als kenniscentrum en zal analyses maken van wat elders op dit gebied wordt gedaan om deskundigheid op te bouwen, en zal "een evaluerende rol spelen voor toekomstige participatieprocessen". Dus dat is ook goed nieuws. 

Prima, maar laten we onze ogen openhouden

Wij van onze kant hopen dat de administraties en projectleiders in de toekomst inderdaad een beroep zullen doen op dit referentiepunt. Want laten we wel wezen: niemand zal verplicht worden om met deze nieuwe dienst samen te werken. Het is derhalve mogelijk dat de administraties hun zaken zelf zullen blijven regelen, zonder deze nieuwe, potentieel kritische actor daarbij te betrekken. Maron vermeldt echter dat de nieuwe dienst geen genoegen mag nemen met een passieve houding, maar dat hij "een actieprogramma zal voorstellen dat verder gaat dan de overheidsdiensten die erom vragen". En als de dienst in de loop der jaren deskundigheid en gezag verwerft, zoals in het geval van de Bouwmeester is gebeurd, kan burgerparticipatie nog een goede stap vooruit zetten. 

Wij hopen ook dat, ondanks de positie binnen Perspective.Brussels, de dienst toch voldoende speelruimte zal nemen om kritisch te zijn over alle administraties, ook over deze! Maron maakte melding van het voornemen van de regering om de instrumenten van de RPA’s (de richtplannen van aanleg, PADs in het Frans) te herzien vanuit het idee dat "het beter is om erin te slagen de participatie zoveel mogelijk vroeg in het planningsproces van grote stadsprojecten te laten plaatsvinden". Dat valt dan niet onder zijn bevoegdheid maar onder die van de minister-president die belast is met ruimtelijke ordening. Tot nog toe heeft de minister-president niets concreets in die zin aangekondigd met betrekking tot de reeks RPA’s die al ver gevorderd zijn in hun proces naar hun toekomstige inwerkingtreding. Een hoop vaagheid dus. 

Eén blinde vlek blijft: de planning

Naar onze mening blijft er een blinde vlek bestaan in wat niettemin een zeer belangrijke kwestie is voor de Brusselaars: de planningsprocessen voor grote projecten zoals de richtplannen van aanleg (RPA’s) of stadsvernieuwingscontracten (SVC’s). Hoewel de deur nu geopend wordt om het openbaar onderzoek eerder te organiseren, blijft het een feit dat het kader van een openbaar onderzoek vaak veel te beperkt is voor grote projecten. Volgens ons en vele burgers moet bij deze grote projecten het hele inspraakproces worden herzien met het oog op co-constructie. 

Zo vraagt BRAL in haar memorandum van 2019 om alle stadsplanning gefaseerd uit te voeren, met inspraak van de Brusselaars vanaf het begin. Concreet betekent dit voor de RPA’s: 6 maanden inspraak en visievorming; een openbaar onderzoek over de visie; de aanpassing van de visie op basis van de reacties tijdens het openbaar onderzoek; de uitwerking van het regelgevend gedeelte; een openbare voorstelling van dit regelgevend gedeelte, en tenslotte het genoemde openbaar onderzoek over het gehele RPA.

BRAL vraagt dat het BWRO alle stadsplanning inricht volgens een gefaseerd planproces, met inspraak van de Brusselaars vanaf het begin. De RPA’s moeten bijvoorbeeld starten met 6 maanden inspraak en visievorming.

Het is de hoogste tijd...

Gezien de inzet van de PAD Josaphat en andere PAD's, waarvan sommige binnenkort, na de zomer, terug moeten komen voor een openbaar onderzoek, en gezien de vele grote openbare en particuliere projecten zoals Lebeau-Sablon of Brouck’R waarvan het proces het vertrouwen van de burgers in hun instellingen heeft ondermijnd, zou dit alles echt een stap vooruit zijn!

We blijven het van nabij opvolgen.

Marie Coûteaux

[1]  “S'agissant de l'évaluation du Cobat, elle est prévue dans l'accord gouvernemental. Lors des négociations, les discussions ont surtout tourné autour de la problématique des délais. Depuis mon entrée en fonction, j'entends que cela prend trop de temps et que c'est compliqué. En outre, pour les grands projets, l'opinion de la population est demandée après coup, soit après les réunions relatives à ces projets et après l'intervention du maître-architecte de la Région de Bruxelles-Capitale. Il serait préférable de demander l'avis de la population en début de procédure, lorsque les discussions portent sur les programmes et les gabarits. Ces projets devraient faire l'objet d'une enquête et d'un débat public avant qu'une décision ne soit prise et que la procédure ne soit lancée. Une réflexion à ce sujet doit être menée." - Pascal Smet in de parlementaire commissie voor territoriale ontwikkeling