“Iedereen kan aan de slag gaan in de energietransitie” - BRAL interviewde CityMine(d)

Na de eerste verkenning rond elektriciteit aan de hand van het artikel van Pala, zochten we het dichter bij huis. Ons lid CityMine(d) werkt in de Noord- en Zuidwijk rond elektriciteit en energiegemeenschappen. Geen simpel thema, maar ze slagen erin om Brusselaars te mee te krijgen. “Wat ik heel motiverend vind, is dat de energietransitie niet iets abstract en exclusief hoeft te zijn. We leren nu uit onze ervaring dat iedereen eigenlijk mee aan de slag kan,” vertelde Chloé van CityMine(d) ons in dit interview.

Hoe zijn jullie met het thema ‘elektriciteit’ begonnen?

Na het thema ‘water’ (zie ook de Eureka! – publicatie uitgegeven met BRAL) besloten we bij City Mine(d) om een volledig nieuw thema aan te snijden: elektriciteit. De verkenning begon een paar jaar geleden met gesprekken met allerlei actoren: Brugel, Sibelga, institutionele actoren, mensen in de buurt. We wilden onderzoeken hoeveel speelruimte er voor de burgers zit op dit thema.

In onze bijeenkomsten in de Zuidwijk (laag Sint-Gillis) konden we burgers, maar ook een hele grote groep experten bij elkaar brengen op ons kleine bureau die elk hun inbreng konden doen. We onderzochten hoe het energielandschap werkt, welke problemen en oplossingen er zijn. Evidente problemen zijn de productie en de stockage. Maar naast de technieken is het ons ook te doen om manieren van samenwerken.

Het thema elektriciteit is best abstract. Hoe maakten jullie het inzichtelijker?

De expertise en uitwisselingen hebben we gebald in de expo ‘La Pile’ in 2019. We toonden 14 voorbeelden van concrete experimenten in de expo waarin burgers zelf aan de slag gaan. Deze voorbeelden inspireerden om ook concrete projecten op te zetten in de Zuidwijk, die veel verschillende mensen zouden kunnen aanspreken (en niet alleen specialisten).

Een voorbeeld is de denkoefening La Pile Mecanique, een aquarel door Fanny Monier (zie foto). Een installatie zoals deze helpt om abstracte vraagstukken zoals stockage en intermittentie (onderbreking) van hernieuwbare energie zeer zichtbaar en tastbaar te maken. Het stroomdiagram begint met de zonnepanelen op het dak. De zonne-energie helpt om water naar boven te pompen naar een stockageplaats in het dak. Als er geen elektriciteit nodig is, kan het daar blijven. Als je het kraantje opent omdat er elektriciteit nodig is, dan valt het water naar beneden en wordt het geduwd in de turbine. De elektriciteit die de turbine opwekt, kan gebruikt worden in de publieke ruimte.

Hoe ging het verder in de Zuidwijk?

Toen we de tekening hadden, begonnen we na te denken waar we dit zelf zouden kunnen bouwen en maakten we een kaart met “hotspots” in de wijk, waar mogelijks veel energie te produceren valt, maar waar ook interessante sociale dynamieken aanwezig zijn. Onze conclusie was dat het uiteindelijk niet het goede moment was om La Pile Mécanique te bouwen, maar de aquarel had ondertussen wel al een groep van mensen samengebracht die gemotiveerd was om aan een gemeenschappelijk energieproject te beginnen, ook al kreeg het een andere vorm dan een “Pile Mécanique”.

Een van de hotspots om aan een project te beginnen was een blok met sociale woningen in de Vlogaertstraat, waar een honderdtal gezinnen wonen. De energieschepen van Sint-Gillis kon daar de eigenaar overtuigen om zonnepanelen te leggen. Maar we wilden er ook meer mee doen.

Uiteraard wilden jullie niet gewoon zomaar zonnepanelen leggen.

De uitdaging is niet zozeer om de zonnepanelen te leggen, het is vooral dat we wilden dat alle bewoners van de sociale woningen van de elektriciteitsproductie zouden kunnen genieten. Tot nu toe was dat wettelijk niet mogelijk. Enkel gemeenschappelijke delen van het gebouw zouden bediend kunnen worden, zoals verlichting in de gang. Het is pas door de “Clean Energy for all Europeans Package” en twee Europese directieven dat het binnenkort mogelijk zal zijn om de energie te delen met de buren.

Brussel heeft een aantal specifieke nadelen om zelf elektriciteit op te wekken. Er zijn veel huurders, die niet zelf de beslissingsmacht hebben om elektriciteit te produceren (vb. zonnepanelen te leggen). Op sommige plekken is er veel schaduw of is de inclinatie van het dak niet goed. Of mensen hebben niet genoeg financiële middelen om te investeren in duurzame elektriciteitsproductie.

Aan de andere kant is er overproductie van elektriciteit op de grote daken die nu opgaat in het net en dus “verloren gaat” voor de lokale gemeenschap. En sinds 1 november 2021 krijgen mensen met zonnepanelen op hun dak geen compensatie meer voor overproductie wat dus ook de incentive vermindert om zelf duurzame elektriciteit op te wekken.

Overproductie delen met de buurt kan nochtans interessant zijn, niet alleen op vlak van efficiënter verbruik, maar ook om nieuwe (sociale) verbindingen te leggen in een buurt.

Een voorbeeld is dat scholen tot nog toe in de twee zomermaanden – wanneer ze geen of nauwelijks elektriciteit nodig hebben, deze energie niet met de huizen in de buurt konden delen. Zij zouden nochtans met veel omliggende buren kunnen energie “delen”.

In de Vlogaertstraat was er dus ook de vraag om de lokale energie niet alleen voor de gemeenschappelijke delen te gebruiken, maar ook in de individuele woningen en samen te beslissen hoe we de lokale energie best gebruiken. Zo ontstond het project “SunSud”.

We startten een traject met de bewoners en we bespraken allerlei thema’s: hoe werkt een zonnepaneel, hoe zou de factuur eruitzien, welke verdeelsleutel is het interessantst om te beginnen delen,... Zo konden we met de groep uiteindelijk een uitzonderingsaanvraag indienen bij de Brusselse regulator (Brugel) om te mogen beginnen energiedelen. Na een paar maand was ons dossier klaar. Het goede nieuws is dat onze aanvraag een paar dagen geleden is goedgekeurd!

Ons werk in de Zuidwijk is dus nog niet afgelopen. De bewoners volgen nog ateliers over energieverbruik en dergelijke: een omschakeling naar zonnepanelen betekent dat het bijvoorbeeld niet meer goedkoper is voor sommigen om ‘s nachts de wasmachine te laten draaien. Buren kunnen dus creatief trucjes leren en delen om de lokale energie beter te gebruiken in hun voordeel. Zo ontstaan er interessante discussies: “Kom jij deze middag mijn wasmachine aanzetten?’. Deze ateliertjes geven we samen met de FDSS (Federatie van sociale werkers).

De bewoners kiezen zelf de thema’s, want we vinden het belangrijk dat ze in de keuze hun zeg kunnen doen. Het moet aansluiten bij hun noden.

Het opvallende is dat we al merken hoe dit project de sociale cohesie in de woonblok enorm heeft vergroot. Mensen komen samen om te eten en over het project te babbelen en dat is voor ons de grootste winst.

Dat is inderdaad een heel mooi resultaat! Benieuwd naar het vervolg. Zijn er nog andere initiatieven ontstaan uit de expo?

Ja, La Pile inspireerde ook andere projecten, zoals “Pilone” in de Zuidwijk. Die groep wil graag een energiegemeenschap starten van bewoners in de wijk. Ze verzamelden zich rond de vraag: “Hoe kunnen we de hernieuwbare energie verhogen in de wijk?” Daaruit ontstond een stickercampagne om buren te motiveren en ook het idee van een spaargroep om zonnepanelen te leggen. We gaan met de groep ook in overleg met belangrijke actoren van de wijk, zoals de moskee. Zij hebben een groot dak met dus potentieel een grote productie die ze zouden kunnen delen met de gemeenschap.

Maar het bleef niet beperkt tot de Zuidwijk? Jullie zijn nu ook aan het werk in de Noordwijk?

Dat klopt. Op vraag van de stad Brussel begonnen we met onze aanpak ook in de Noordwijk. We hadden tot voor kort nog helemaal geen ervaring in de Noordwijk. Daarom organiseerdeb we eerst ontmoetingen in de wijk. Heel kleinschalig, een op een, met organisaties en kernfiguren uit de wijk, zoals Joris Sleebus, Albert Martens, De Harmonie, … Opnieuw was de vraag: hoe kunnen we collectief aan de slag met elektriciteit?

We merkten dat de sociale realiteiten hier nog extremer zijn dan in de Zuidwijk. Er is heel veel werk nodig rond renovatie en woonkwaliteit. We gingen in gesprek met mensen die wonen in de woonblokken van de Lakense Haard, een sociale woonmaatschappij. Zij klaagden de woonkwaliteit aan, een gebrek aan sociale cohesie en problemen en spanningen tussen lokale groepen zoals de jongeren van de Lakense Haard en het Maximiliaanpark.

Dat lijkt geen gemakkelijke context om te beginnen over zonnepanelen. Hoe gingen jullie daarmee om?

We besloten om een stap achteruit te zetten om te babbelen met mensen zodat we beter konden begrijpen wat er leeft, wat mensen nodig hebben.

We willen in de eerste plaats een positief verhaal bouwen met de bewoners. Jan Denoo vond toffe foto’s uit de jaren ’70 die ons intrigeerden. Er staan buurtbewoners op uit de Noordwijk, met muurschilderingen die een boodschap brengen van weerstand tegen de grote ambities voor de wijk, tegen de uithuiszettingen. De garagist François De Cugnac die het initiatief nam, wilde kleur brengen in de wijk met lokale artiesten. Beetje bij beetje werd dit muurschilderingsproject het grootste in Europa.

De garagist installeerde ook een grote windturbine om zichtbaarheid te geven aan de stem van de bewoners (zie foto’s).

Die anekdote vonden wij fantastisch! Het bewijst dat energie meer kan zijn dan technologie: het kan mensen bijeen brengen en hun dromen en verlangens zichtbaar maken.

 We willen daarrond werken en concreet gaan we een expo organiseren in de wijk met Joris Sleebus. We zullen een maand lang in Noordpool (het Centre Pôle Nord) tentoonstellen. Het doel is opnieuw om actoren in de wijk samen te brengen om concrete projecten op te starten.

We willen starten van de problemen en de kansen in de wijk, zoals renovatie. We organiseren nu al Cafés Rencontres met PCS Nord en de bewoners. We babbelen met de mensen over wat er leeft. Er zijn veel problemen maar er is ook hoop.

Voor ‘Quartier d’Ete’ organiseerden we een maandlang activiteiten in “La Dalle” van de Foyer. We maakten windturbines met kinderen om elektriciteit als onderwerp zichtbaar te maken.

Vanaf januari gaan we samenwerken met de Lakense Haard voor het project “Court-Circuit” dat we hebben ingediend in het kader van het duurzaam wijkcontract. We hopen met dit project een groep bewoners te kunnen vormen en begeleiden die op termijn de capaciteit zal hebben om zelf energiekwesties in handen te nemen en het beheer van de energiegemeenschap op zich zal nemen. Dit is een project dat waarschijnlijk verschillende jaren zal duren en hopelijk zal dit gepaard gaan met de renovatieplannen die de Lakense Haard voorziet.

Hoe kijken jullie naar Renolution, de nieuwe renoveerstrategie van het Gewest?

Het is heel nodig dat die strategie er komt. We vragen ons wel af hoe het gaat verlopen en welke middelen er zullen zijn, want de vraag naar (betaalbare) renovatie in Brussel is enorm. Bovendien is renoveren niet zo simpel: er komt een grote administratieve last op je af als je de stap zet en mensen zijn niet zo goed op de hoogte. Er is wel steun, maar het blijft een rompslomp.

Het Gewest geeft nu al een groene lening, maar zolang er geen duidelijkheid is over wie, wat, onder welke voorwaarden, enz. worden de bestaande steunmiddelen onderbenut. De stad Brussel zoekt daarom naar manieren om de middelen te bundelen om gemakkelijker grotere middelen te geven.

Als je energie en renovatie combineert, dan heb je eigenlijk twee vliegen in een klap.

Maar energie en renovatie hebben wel hun eigen realiteit. Brussel is de beste context voor eigen productie van elektriciteit via zonnepanelen dankzij de groenestroomcertificaten. De terugverdientijd ligt bij de gemiddelde huishoudens die nu investeren rond de zeven jaar. Voor een renovatie ligt dat moeilijker, de terugverdientijd van een isolerende renovatie is veel langer (eerder 20-30 jaar). Daarom kan een lening, zoals de groene lening van het Gewest interessant zijn.

Wat doen jullie met de kennis en ervaring die jullie opdoen in de Noordwijk?

We zijn nu ook partner in een onderzoeksproject samen met de stad Brussel, 3E en Architecture Workroom Brussels (Cities4PEDs, gesteund door JPI Urban). Met dit project rond PEDs (Positive Energy Districts) onderzoeken we hoe we een wijk kunnen creëren die meer hernieuwbare energie produceert dan consumeert – maar dan wel op een sociaal inclusieve manier. De perimeter is opnieuw de Noordwijk.

Wat we leren op het terrein, delen we met de stad Brussel, de ingenieurs van 3E en de architecten van AWB. Onze focus ligt duidelijk op het sociale aspect. Hoewel de stad Brussel snel wil gaan met de energietransitie in de Noordwijk, bestaat het risico dat de bewoners opnieuw aan de kant worden geschoven en niet gehoord zullen worden. We hopen met onze aanwezigheid dat sociale aspect aan het woord te laten.

Na een jaar merken we toch stilaan de bewustwording dat het consortium zal moeten rekening houden met de mensen die er wonen.

In een ideaal scenario zorgen we er als CityMine(d) voor dat de bewoners zichzelf comfortabel genoeg in hun visie en hun expertise voelen, dat ze ook zelf aan het woord zullen komen tijdens die bijeenkomsten. Het energiethema is vaak zo technisch dat het even duurt voor je je capabel voelt om het woord erover te voeren.

Het PED-project is een Europees project, wat betekent dat we ook samen werken met steden zoals Stockholm en Wenen. Die andere steden werken bijvoorbeeld rond het verminderen van het energieverbruik, verschillende vormen van productie, isolatie en energiegemeenschappen zoals wij.

Wat is voor jou de belangrijkste les al uit de energieprojecten?

Wat ik heel motiverend vind, is dat de energietransitie niet abstract of exclusief hoeft te zijn. We leren nu uit onze ervaring dat iedereen eigenlijk mee aan de slag kan. De transitie van een stad is enorm complex, en vraagt veel technische, maar ook evenveel sociale kennis - over collectieve praktijken, over lokale dynamieken en over hoe we samen nieuwe manieren van doen en organiseren kunnen verzinnen.  Dat is expertise die je niet vindt bij ingenieurs maar wel bij buurtbewoners.

Als we willen slagen in de energietransitie is het dus essentieel om actief die diversiteit van bewoners te betrekken. Iedereen kan iets bijdragen.

Dat de bewoners zelf hun zeg kunnen doen, en bottom-up werken duurt misschien lang, maar het is heel belangrijk voor het vertrouwen, zonder kan je niks doen. In de Noordwijk is dat door het gevoelig verleden nog veel belangrijker.

Dat zijn heel belangrijke lessen, Chloé! We hopen dat we met dit interview die lessen kunnen doorgeven aan wie ze bestemd zijn. We wensen jullie heel veel succes met de lopende projecten. Bedankt voor jullie belangrijk werk, het maakt ons trots dat jullie lid zijn van ons. We blijven graag op de hoogte van wat jullie doen. Tot snel ergens in Brussel, bijvoorbeeld op de expo!

We hebben nog exemplaren van de Eureka-publicatie. De manieren om aan burgerwetenschap te doen volgens Periferia, CityMine(d) en BRAL en onze gemeenschappelijke visie worden erin getoond. Wie interesse heeft, kan ze bestellen via info@bral.brussels.

Maya Maes