Loting en de rol van het middenveld

Diverse meerderheidsakkoorden van Brussel, VGC of gemeenten tonen aan dat het idee van loting en burgerpanels school maakt. Politici willen duidelijk gehoor geven aan de roep om democratisering maar zijn op zoek naar handige formules. Daarbij komen ze snel uit bij loting. Maar de meest makkelijke format is daarom niet altijd de beste.

Net voor de gewestelijke verkiezingen van 26 mei 2019 ging BRAL in gesprek met Pepijn Kennis over AGORA, politieke partij hors catégorie. Pepijn is intussen verkozen tot Brussels volksvertegenwoordiger voor AGORA (en is daarom ook niet langer lid van de AV van BRAL). Raf Pauly stelde de vragen. Raf is onderzoeker aan de UGent en (ondertussen voormalig) bestuurslid van BRAL, is ondertussen coördinator-in-spé van BRAL. Centraal in dit interview: Welke rol voor het middenveld in een democratie met een burgerassemblée? Heeft een burgerassemblee experten nodig?

Hoe ben je AGORA eigenlijk binnengerold, Pepijn?

Pepijn: Ik vond het een interessant project, was toen het boek ‘Tegen verkiezingen’ van David Van Reybroeck aan het lezen en Manu Claeys aan het volgen. Ik voel zelf dat er een crisis is. We hebben vandaag een politiek waar verkozenen vijf jaar lang de plak zwaaien. Een gelote burgerassemblee vind ik een waardevol idee omdat het een manier is om iedereen te betrekken.

“Er is nood aan experimenten, omdat mensen niet meer geloven in de representatieve democratie.” – Pepijn Kennis

Bij het klassieke middenveldoverleg is mijn aanvoelen dat een heleboel bevolkingsgroepen niet vertegenwoordigd worden. Vertegenwoordiging tout court is moeilijk in mijn ogen. Ik vind het moeilijk om iemand anders volledig te vertegenwoordigen, met alle nuances van dien.  

Een stem voor AGORA is een stem voor jou als eerste lijsttrekker. Dan word jij volksvertegenwoordiger. Wat maakt AGORA anders dan onze huidige politieke partijen?

Pepijn: Wat we op korte termijn willen, is de burgerassemblee op poten zetten en politiek gewicht geven via vertegenwoordigers in het parlement, omdat dit het systeem is dat vandaag in werking is. Het is ook het systeem waar we ons tegen af zetten maar we gebruiken dit systeem om een voet binnen te krijgen. Op de lange termijn zou een burgerassemblee parallel moeten zijn. Ik heb erop zich niks tegen dat er een parlement en een regering bestaat. Ik denk echter dat het belangrijk is om de burger ook te horen buiten de verkiezingen die om de vijf jaar plaats vinden.

Raf: Is het de bedoeling om de politieke agenda mee te bepalen? In het parlement aangeven wat de prangende kwesties zijn? Of gaat de assemblee voorstellen aandragen?

Pepijn: Beide! Aan de ene kant willen we op kortere termijn binnen de assemblee werken met een reactief deel dat inspeelt op wat er gebeurt in het parlement. Zo kunnen we ook deelnemen aan het actuele debat. Aan de andere kant zal de assemblee ook zijn eigen agenda maken. We zullen ons in de diepte informeren, een mening vormen en vervolgens proactief aanbevelingen, voorstellen van ordonnanties of resoluties aandragen.

Raf: Wat is de rol van de vertegenwoordiger?  Volg je zelf dossiers op in het parlement? Of ondersteun je vooral de assemblee?

Pepijn: Het is de bedoeling dat de verkozene vooral de spreekbuis is van de assemblee. Daarnaast is ’t ook de taak van de verkozene om politiekers warm te maken voor dit soort participatie en hen aan te tonen dat er genuanceerde en waardevolle inhoud uitkomt.

De assemblee staat voorop. We willen de mensen zo goed mogelijk informeren en het proces zo goed mogelijk faciliteren zodat mensen met elkaar praten. Voor mij persoonlijk moet de assemblee het parlement niet helemaal vervangen. Resultaten die uit een assemblee komen, kunnen een beleid steunen en kunnen het gekibbel tussen partijen overstijgen en zuurstof geven aan de klassieke werking van het huidige parlement.

“Resultaten uit een assemblee kunnen zuurstof geven aan de klassieke werking van het huidige parlement.” – Pepijn Kennis

Hoe zit het met die vertegenwoordiging?

Pepijn: Ik denk dat er vandaag nood is aan experimenten, omdat mensen niet meer geloven in de representatieve democratie. Als dat geloof weg is en er is geen alternatief, dan heb ik schrik voor wie de macht zal grijpen … over 10, 15, 20 jaar.

Raf: Vertegenwoordiging op zich is wel handig, mensen willen niet altijd met het politieke bezig zijn. Je moet nog tijd overhouden voor het dagdagelijkse. Daarom dat het goed is dat er mensen zijn die zich er tijdelijk mee bezig willen houden.  

Ben je bang dat je de stempel gaat krijgen van een links clubje? Maakt je dat niet pessimistisch?

Pepijn: Dat is inderdaad het hoekje waarin we worden geduwd, maar zelf bekennen we geen politieke kleur. Je kan die neutraliteit trouwens zien aan onze folder: er waren niet zo veel politieke kleuren meer vrij (kijkt naar de turquoise-lichtroze folder en lacht).  

Maar ik snap de bedenking. Participatie en meer macht aan burgers is een links thema. Maar het is geen linkse methodiek, het is een democratische methodiek. Democratie is niet per se links voor mij. Maar indien je rechts ziet als een systeem dat gebouwd is op een autoritaire leider, dan misschien wel. Wat wilt dat eigenlijk zeggen over onze democratie of wat we daarmee bedoelen?

We hebben vijf jaar om te kijken of het werkt, om een alternatief te ontwikkelen, om mensen te politiseren en te empoweren. Je brengt niet alleen de politiek dichter bij de mensen, maar ook de mensen dichter bij de politiek.

Raf: De mensen dichter bij de politiek, dat is misschien nog het meest interessante!

Pepijn: Wat we doen, leunt aan bij de Franse term education permanente, een soort van permanent bezig zijn met de samenleving, kritisch nadenken, je informeren. Ik denk dat deze assemblee het maatschappelijk debat zou kunnen aanwakkeren.

Is een gewone burger expert genoeg?

Raf: De Nederlandse filosoof Willem Schinkel stelt een ‘Raad van State’ voor in plaats van een burgerassemblee. Deze Raad zou bestaan uit burgers geselecteerd op basis van hun expertise (wetenschap, onderwijs, …) in plaats van loting en een adressenbestand. Deze mensen zouden de agenda van het parlement verplicht kunnen bepalen, waardoor expertise, die nu overschaduwd wordt door de partijpolitiek, wel aan bod kan komen.  

Denk je dat jouw voorstel sterker is dankzij het participatieve aspect, Pepijn?

Pepijn: Wel, dat is het debat van een democratie en een technocratie hé?

Raf: Dit voorstel is inderdaad technocratisch, maar het is niet dat deze Raad de oplossingen zou uitschrijven. Deze Raad zou eerder politieke suggesties doen.

Pepijn: Ja, ik vind het niet slecht om een agenda mee te laten bepalen door mensen die een zekere expertise hebben. In onze assemblee zien we de technische expert als degene die de mensen informeert. Dit belangrijk element komt vandaag in het partijpolitieke systeem te weinig aan bod.

Raf: Manu Claeys heeft het veel over participatie maar wat hij uiteindelijk naar voor schuift, is dat experten hun ding moeten kunnen doen. Zelfs hij, een ervaren activist, denkt toch ‘ik heb een expert nodig’. Het is niet genoeg om mensen te verzamelen, te mobiliseren, te laten debatteren. Het is belangrijk dat de grenzen van het debat en de effectieve mogelijkheden duidelijk zijn. Experten kunnen daarbij helpen.

“Expertise gaat verder dan technische kennis. Als we het over wonen hebben, willen we ook het woord kunnen geven aan iemand die op straat woont.” – Pepijn Kennis

Pepijn: Ja, die grenzen moeten worden afgebakend. Niet enkel de informatie over het verschil tussen een fietssuggestiestrook en een fietspad moet worden verspreid. Mensen moeten ook ingelicht worden over de kosten, over hoe je zoiets financiert, de technische beperkingen, …

Ik wil nog benadrukken dat expertise verder gaat dan technische kennis. Expertise is ook terreinexpertise. Als we het bijvoorbeeld over wonen hebben, dan willen we ook het woord kunnen geven aan iemand op straat woont. Die persoon is ook een expert. Waarom woont die op straat? Wat doet dat met iemand? Met een technocratisch recept bestaat het risico dat er enkel een elite aan het woord komt.

En … het middenveld?

Raf: Dat lijkt sterk op wat BRAL doet. BRAL gaat in tegen stadsplanners die vergeten dat er al mensen wonen in de wijken waar ze hun projecten willen uitrollen. We steunen mensen opdat ze zich uitdrukken, acties op poten zetten, …

Pepijn: Ik denk zeker dat het belangrijk is dat organisaties zoals BRAL er zijn. Het lijkt me geen goed idee om het middenveld te vervangen door die assemblee, dat is zeker niet de bedoeling.  

Wat ik vandaag wel zie, is dat actiegroepen zoals Filter Café Filtré, 1080/0, actiegroepen rond het klimaat, … een bepaalde bevolkingsgroep aantrekken. Mensen die het belangrijk vinden om op straat te trekken, die de tijd en de capaciteit hebben om de dossiers te lezen. Die capaciteiten heeft niet iedereen. Het is daar dat we de meerwaarde van onze assemblee zien: een manier om iedereen te betrekken. Het zal veel minder activistisch en thematisch zijn, maar het voegt toe. Je hebt beide nodig.

“De assemblee is een manier om iedereen te betrekken.” – Pepijn Kennis

Raf: Ik denk dat het middenveld een rol kan spelen in het betrekken van mensen, met mensen in gesprek blijven gaan, … Hoe plannen jullie om te gaan met het middenveld?

Pepijn: Op de korte termijn zien we de samenwerking met het middenveld op het vlak van het faciliteren van de assemblee, want wat hebben mensen met bijvoorbeeld een visuele handicap nodig? Wat hebben nieuwkomers nodig? Daarnaast zien we voor het middenveld ook een rol als experts die kunnen infomeren en de debatten binnen de assemblee kunnen voeden.

Raf: Ik ben benieuwd hoe het middenveld zal reageren. Zij proberen nu [voor de verkiezingen] actief de agenda en verkiezingsuitslag te beïnvloeden. Zij zullen ook willen dat een assemblee hun strijd mee reflecteert. Dat zou een interessant gevolg zijn van dit experiment.

Nog lang niet alles is gezegd over loting, vertegenwoordiging en middenveld. Dat kan ook niet anders. Het avontuur van AGORA begint pas. Zal AGORA onze verkozenen sensibiliseren om over de partijgrenzen heen in dialoog te gaan? Zal de burgerassemblée het een hele legislatuur volhouden als die dialoog tegenvalt? Leidt dit experiment tot een nieuwe vorm van uitsluiting waarbij je enkel mee mag nadenken als je geloot wordt? Vinden burgerassemblée en middenveld elkaar in een nieuwe samenwerking die meer mensen warm maakt voor politiek?

BRAL blijft dit en andere experimenten met democratisering opvolgen.

Raf Pauly
Toha De Brant

P.S.: Nog interessante lectuur: https://lavamedia.be/tegen-loting/ .