Open brief: blijven koersen

Brussel reed in de kop van het peloton van ambitieuze steden tijdens de coronacrisis, door de publieke ruimte te herverdelen ten voordele van fietsers en wandelaars. Maar nu de eerste fase achter ons ligt, dreigt deze regering haar sterke positie te lossen. De inspanningen van de laatste maanden mogen niet verloren gaan. BRAL spoort de regering aan om de uitgezette strategie volgen, en aansluiting te zoeken bij de groeiende groep internationale steden die duurzame mobiliteit nastreven.

Geachte leden van de Brusselse regering

U heeft tijdens de coronacrisis van de voorbije maanden het blikveld gericht op het herverdelen van de publieke ruimte ten voordele van zij die zich niet in blikken monsters kunnen opsluiten tegen het corona virus. Al bleven sommigen foeteren op de manier, de snelheid en de coherentie waarmee dat allemaal werd uitgevoerd, toch deed het ons als Brusselaars stiekem deugd om in de internationale media op te duiken in lijstjes van ambitieuze steden, ja zelfs als referentie gebruikt te worden. We zaten plots in de kop van het peloton.

Nu de (eerste golf van de) COVID-19-crisis op haar laatste benen loopt, horen we echter meer en meer stemmen opgaan om een aantal verworvenheden van de recente maanden terug te schroeven, of toch tenminste de ambities bij te stellen. Of in het taalgebruik van deze pleiters: “in overeenstemming te brengen met de realiteit.” Die realiteit is voor hen duidelijk verschillend van de werkelijkheid van de vele mensen die ondertussen aan het wandelen en fietsen zijn geslagen. En ook van die van de longpatiënten die (eventjes) hebben mogen genieten van gezonde lucht.  Of van de kinderen die vrij de straten van de wijk konden verkennen. De realiteit die bepleit wordt, is de terugkeer naar een verouderd auto-bereikbaarheids-dogma. Een terugkeer van Brussel naar de massa grijze muizen aan de staart van het mobiliteitspeloton. Veilig en comfortabel voor een politicus. Maar als het peloton breekt, zijn dat de renners die als eerste uit de wedstrijd worden genomen.

Niet elke politicus lijkt bereid om het peloton te trekken. Zeker als het wat gaat klimmen, en er meer weerstand onder de wielen schuift. Voor renners zonder podiumambities lijkt dan een snelle terugkomst naar het hotel erg aanlokkelijk, van daaruit kunnen ze sakkeren op het parcours en de aangehouden snelheid. Dat die strategie ook bijval vindt binnen deze Brusselse regering verbaast wel. Deze regering heeft zichzelf immers veel ambitie toegedicht op het vlak van mobiliteit. En toch zien we dat sommige renners zich graag laten terug waaien in het peloton na een eerste kleine demarrage. Jammer genoeg maant de ploegleider zelfs renners aan zich te laten uitzakken (zo’n ploegleider zit doorgaans in de wagen, achter het peloton – tussen haakjes). Houden de renners zich dan niet aan de strategie die op voorhand was uitgezet? Het lijkt wel dat sommigen denken dat de mobiliteitsambitie van deze ploeg een hopeloze vlucht vooruit is, een chasse patate als het ware – vruchteloos op zoek naar de kop van de koers, waar zich heel wat internationale steden met mobiliteitsambitie verzameld hebben.

Wie dat denkt, vergeet wat er op voorhand is afgesproken. Geen enkele – maar dan ook geen enkele – van de nu uitgevoerde maatregelen gaat in tegen het regeerakkoord of tegen het Gewestelijk mobiliteitsplan Good Move. Het mobiliteitsplan keurde deze regering nog maar twee maanden geleden goed. Fietspaden langs de grote invalswegen? Check. Sluiting voor autoverkeer van Ter Kamerenbos? Check. Woonerven in de wijken? Check.

Zeker, deze maatregelen werden aangekondigd als tijdelijk. Maar dat kon toch alleen maar gaan over de manier waarop ze in urgentie uitgevoerd waren. Een crisis vraagt nu eenmaal om duidelijke antwoorden. Dus in deze eerste fase wordt er in de straten van Brussel gewerkt met verkeersborden, likjes verf en nadars. Terwijl ze natuurlijk permanente, infrastructurele aanpassingen in de openbare ruimte behoeven. In dat geval is het verstandig om eerst te kijken of het fietspad best links dan wel rechts van de rijweg komt te liggen. Of na te denken over hoe je woonerven het best kan ondersteunen met goede circulatieplannen, slim parkeerbeleid en waar best de knips te plaatsen.

Elk van deze maatregelen past binnen het aangekondigde beleid. Het roept dan ook vraagtekens op dat de ploegleider zijn ploeg ter orde roept. We zijn het in Brussel gewend geraakt dat mooie beleidsplannen dode letter blijven. Maar gaan we nu ook al uitgevoerd beleid - dat volledig in lijn ligt met de afgesproken strategie - gewoonweg afvoeren?

Tim Cassiers