Interview | Buurtbewoners Ninoofsepoort: tussen droom en realiteit

Wonen aan de Ninoofsepoort is spannend. Het belangrijke kruispunt op de westelijke kleine ring langs het kanaal kampt met een heuse identiteitscrisis. Er liggen allerhande master- en andere plannen op tafel, maar bevoegdheidsversnippering en het blijvend gebrek aan een langetermijnvisie zorgt ervoor dat de ontwikkeling van dit gebied vooral stil staat. Of denkt David Leyssens daar anders over? Hij woont met zijn gezin in ‘Terrassen aan de Sluis” langs het kanaal en verzamelt al jaren bewoners in dit dichtbevolkt stuk Brussel rond de vraag voor een groot park.

“Het is waar dat de moed je soms in de schoenen kan zakken, maar ik heb besloten om me positief te blijven inzetten. Ik was het beu om te klagen en te wachten. Je kunt je bijvoorbeeld blijven opwinden over het feit dat niemand verantwoordelijk blijkt voor het stuk open ruimte voor onze deur. Ik doe dat niet meer. Ik doe nu vaak mee aan de opruimactie die buurtbewoonster Thérèse elke donderdag organiseert op het Driehoekspleintje. Als we dat breed communiceren of wanneer we daar nog iets extra’s aan koppelen, komen daar soms 20 of 30 mensen op af. We bouwden ook een eigen speeltuin op het pleintje. Op die manier leren bewoners en passanten respect krijgen voor hun buurt. Zelfs mannen die betrokken zijn bij de autohandel hier in de wijk, doen soms mee.”

Is het niet aan de gemeente om te investeren in haar wijken?

“Het is waar dat veel mensen die voordien actief waren in de groep, soms afhaken omdat ze de stilstand beu zijn. Ik begrijp dat, maar ik weet ook dat dingen tijd vragen. Misschien niet alles wat wij doen, zorgt voor de grote ommezwaai op het terrein, maar alleen met een positieve energie is het mogelijk om te bouwen aan sociaal weefsel, aan het creëren van meer betrokkenheid.”

Op welke manier denk je dat het tij aan het keren is?

“In onze wijk komen echt alle niveaus samen. We liggen op de grens van drie gemeenten, met een kanaal als fysieke grens en in een groter gebied waar zowel privé als publiek eigenaar zijn van terreinen en gebouwen. Door die versnippering is het voor bewoners vaak onmogelijk om te weten tot wie we ons met onze vragen en eisen moeten richten.”

“Voor de zomervakantie organiseerde de minister-president een brede brainstorm over de kanaalzone. Dat gebeurde in het kader van de opmaak van het Masterplan waar de stedenbouwkundige Alexandre Chemetoff mee bezig is. Dit soort van ontmoetingen, dit soort van brainstorms hebben we meer nodig. Voor het eerst konden bewoners als gelijkwaardige partner met beleidsmakers praten. Het is absoluut aan de minister-president van Brussel om die regierol te spelen. Maar écht leiderschap ontbreekt nog altijd. Een masterplan laten opstellen is een eerste stap, maar ook in de opvolging van nieuwe realisaties moet iemand de touwtjes in handen houden. Versnippering dreigt tot stilstand te leiden.”

De Ninoofsepoort is de locatie voor een nieuwe Pic Nic the Streets-actie. Waarom?

“Veel mensen spreken over de Ninoofsepoort en over de Heyvaertwijk, maar kennen onze buurt eigenlijk niet. Zo’n actie kan daarbij helpen. Natuurlijk willen we ook concrete vragen op de politieke agenda zetten. Je kunt hier heel snel voelen dat hier te weinig open ruimte en groen is bijvoorbeeld. En het is heus niet alleen de rijke middenklasse die dat vindt. Naast ons zijn er nog andere actieve netwerken van bijvoorbeeld moslimvrouwen of van de clubs in de Heyvaert-sportzaal. Zij hebben hetzelfde gevoel: doordat we in een soort van grensgebied liggen, worden we vaak vergeten. De ‘gardiens de paix’ van Molenbeek zien we hier bijvoorbeeld nooit. Die sociale controle doen de bewoners dan maar zelf. Anderzijds brengt de sportzaal nu wel veel nieuwe mensen naar de wijk.”

Welke rol zie jij voor de bewoners in de heraanleg van de Ninoofsepoort?

“Ik denk vooral dat we niet te theoretisch moeten willen zijn, maar dat we concrete voorstellen moeten doen. Als er een groene ruimte of een park komt, zien we daar bijvoorbeeld liever geen tram door rijden. We willen participatief zoveel mogelijk wegen op het dossier, maar vooral door zo duidelijk mogelijk te zijn. En we blijven vragen om transparantie en een duidelijke coördinator.”

Hoe kijk jij aan tegen de aanwezigheid van de autohandel?

“Die legt uiteraard een enorme druk op onze wijk. Jaarlijks worden hier 250.000 auto’s verhandeld. Dat is uiteraard niet houdbaar. De autohandel biedt geen meerwaarde voor de buurt. Het biedt heel weinig tewerkstelling en kwalitatief wonen is erdoor zo goed als onmogelijk. Het brengt een heel diverse groep mensen naar onze wijk. Dat is op zich geen probleem, maar die mensen wonen hier niet. Ze komen hier als toeristen, tonen op geen enkele manier respect voor de leefomgeving, en ze zoeken geen aansluiting met wie hier woont. Ook de Libanese eigenaars van de enige vier grote exportbedrijven die onze wijk rijk is, wonen hier niet eens. Om 17u sluiten ze de deur achter zich en vertrekken ze naar hun villa in het rijke zuiden van Brussel. Anderzijds merken we wel dat we aansluiting vinden bij de kleinere spelers in de autohandel. Zij komen soms zelfs naar de buurtfeesten die we organiseren. Ook de informele economie - auto’s die voor ze naar Afrika vertrekken volgepropt worden met matrassen etc – verdient zeker een plaats in een wijk als de onze. Maar dat moet dan wel transparanter en beter georganiseerd.”

Joost Vandenbroele