Bral vraagt update van 30 jaar oude rode affiches

Download hier de "AANBEVELINGEN". Téléchargez les "RECOMMONDATIONS ici".

U kent ze wel, de rode affiches in de Brusselse straten. Het systeem bestaat sinds 1979 en is sindsdien (zo goed als) onveranderd. Voor Bral wordt het tijd voor een update. In het voorjaar van 2010 startten wij, samen met La Cambre Horta-Faculté d’Architecture ULB, met een grondige analyse van “het systeem van openbare onderzoeken en overlegcommissies”. Tientallen interviews, een studiedag en veel redactioneel werk later, kunnen we eindelijk een reeks aanbevelingen voorleggen. 

 

In 2003 deed Bral al een gelijkaardige oefening met het 'Actieonderzoek naar participatiemogelijkheden volgens de stedenbouwwetgeving in Brussel'. De resultaten van dit onderzoek op basis van interviews met diverse betrokkenen werden nooit gepubliceerd, maar we gebruikten ze wel als input voor ons hernieuwde project, dat van start ging in 2010.

Op basis van een gelijkaardige vragenlijst hielden we opnieuw een reeks open interviews met mensen die van dichtbij betrokken zijn bij de procedure van openbaar onderzoek en overlegcommissie: verschillende leden van de overlegcommissie (op niveau van het gewest en de gemeenten), aanvragers van projecten, bewonersfederaties en –comités, etc.

Op 30 november 2010 - nam dan een dertigtal zorgvuldig door ons uitgekozen actoren deel aan een studiemiddag in de lokalen van La Cambre. In twee groepen bogen wij ons samen met die andere knappe knoppen over een discussietekst. Er werd duchtig gediscussieerd, elk gesprek werd opgenomen en alles genoteerd. Al dat materiaal moest ons helpen om tot een evenwichtige lijst aanbevelingen te komen. Daarvan schotelen we hier de belangrijkste voor.

VDB, Paul

Maar eerst dit. Het is nuttig om even stil te staan bij de ontstaansgeschiedenis van het systeem van “de openbare onderzoekenen de speciale regelen van openbaarmaking inzake stedenbouw en leefmilieu”, een typisch Brussels systeem dat sinds de jaren 70 deel uitmaakt van de vergunningsprocedure.

De procedure vindt zijn wettelijke basis in het Brussels Wetboek Ruimtelijke Ordening (BWRO) en werd in maart 1976 geïntroduceerd (door toenmalig minister van Brusselse Aangelegenheden Paul Van den Boeynants) bij de goedkeuring van het ontwerp-Gewestplan. Dat KB voorzag toen voor het eerst in een openbaar onderzoek, rode affiches en een gemeentelijke overlegcommissie. De procedure werd nog een paar keer bijgeschaafd, maar de principes bleven overeind.

Je moet weten dat in 2009 ongeveer 66% (3.275 in aantal) van alleaanvragen bij de gewestelijke administratie stedenbouw onderworpen was aan het advies van de overlegcommissie. 84% daarvan waren vooraf in openbaar onderzoek geweest.

De tijdsgeest

Het ontstaan van het systeem moet ook in zijn tijdsgeest worden gezien. De (Belgische) stedenbouwwet van 1962 voorzag de opmaak van streekplannen en gewestplannen. Voor Brussel, de 19 gemeenten, zou er alleen een gewestplan komen. Deze wettelijke vorm van een gewestplan was wel geschikt voor Vlaanderen en Wallonië, maar was niet aangepast aan de sterk gemengde en snel veranderende stad als Brussel.

In dezelfde periode, eind jaren 60, begin jaren 70, werd Brussel ook geconfronteerd met de grootschalige projecten: de uitbreiding van het Justitiepaleis en afbraak in de Marollen, het doortrekken van autostrades tot in het centrum, kantoorontwikkelingen (met onteigeningen en afbraak) in de Noordwijk, etc. Onder meer vanwege economische redenen werden die projecten, gelukkig, niet allemaal uitgevoerd. Deze bedreigende context zorgde er mee voor dat het Gewestplan erg defensief en letterlijk behoudsgezind was. Want de bezorgdheid bij de beleidsmakers om grootse vastgoedprojecten en infrastructuurontwikkelingen tegen te houden of onmogelijk te maken was groter dan het voluntarisme om een echte toekomstvisie voor Brussel uit te tekenen.

Dubbele bedoeling en twee luiken

In de plaats van zones met één bestemming werden in het Gewestplan zones afgebakend met een hoofdbestemming en een aantal nevenbestemmingen, die in oppervlakte beperkt werden. Na openbaar onderzoek en mits positief advies van de overlegcommissie konden die nevenbestemmingen onder bepaalde voorwaarden in oppervlakte worden uitgebreid. Dit moest het mogelijk maken om in een voortdurend wijzigende stad de projecten te beheren. In de procedure werd meteen ook plaats voorzien voor bewonersbetrokkenheid.

 

Het is belangrijk om te onderstrepen dat het eigenlijk om een dubbele procedure gaat. Want eigenlijk heeft ‘overlegcommissie’ twee betekenissen. Tijdens het openbaar onderzoek kan iedereen het dossier inkijken, zonder zijn belang te moeten aantonen. Wie wil kan zijn eventuele opmerkingen ook nog formuleren tegenover de leden van de overlegcommissie. Op die gelegenheden is Bral vaak van de partij. De (vergadering van de leden van) overlegcommissie is dan het tweede deel van de procedure en organiseert het overleg tussen verschillende administraties, parastatale diensten en het gemeentebestuur. Die commissie werkt achter gesloten deuren. Daar is Bral nooit bij.

Sinds november 1979, of ruim 30 jaar, functioneert de overlegcommissie nog steeds op ongeveer dezelfde manier. Er zijn aanpassingen geweest aan de samenstelling ervan en enkele praktische modaliteiten werden meer uitgewerkt. De voorschriften van de verschillende plannen zijn wel complexer geworden en in steeds meer gevallen is het advies van de overlegcommissie noodzakelijk. Maar het concept zelf is niet gewijzigd. Velen zijn het er echter over eens dat een update zich opdringt.

En dan nu: de aanbevelingen!

Tijdens ons onderzoek bleek lang niet iedereen eens met de uitgangspunten waar wij mee van start gingen. Dat is maar goed ook. En toch kwamen we tot een reeks gemeenschappelijke standpunten. We geven er hier enkele, met telkens wat meer uitleg.

 

Er zijn teveel verschillen tussen dossiers die de overlegprocedure doorlopen. Voor belangrijke dossiers moet er versterkt overleg komen.

Commentaar op de nieuwe ramen van je buurman is iets anders dan bezwaren tegen een nieuwe woontoren van 30 verdiepingen.

 

Een kwantitatieve en kwalitatieve analyse moet helpen de problemen in verband met de huidige procedure te objectiveren.

Eén voorbeeld: het is vandaag moeilijk de verschillen tussen de 19 gemeenten te bewijzen. We zien dat er verschillen zijn, zelfs tussen gelijkaardige gemeentes als Sint-Agatha-Berchem en Ukkel, maar zonder concrete (wetenschappelijke) cijfers kunnen we die niet hard maken.

 

De procedure van openbaar onderzoek en overlegcommissie moet als ambitie hebben de kwaliteit van de stad te verhogen.

Zelfs als een project juridisch juist en conform de wettelijke voorschriften is, betekent het nog niet dat het ook de kwaliteit van de stad verbetert. Hoe rekbaar dat begrip ook is. Op overlegcommissies zijn het nu bijvoorbeeld veelal advocaten die projecten komen verdedigen, vanuit een defensieve houding. Een echt debat over de kwaliteit is er nooit. Voor aanvragers (en ook architecten) is de overlegcommissie een noodzakelijk kwaad eerder dan een proces ter verbetering van het project.

 

Er moet meer openbaarheid komen. De echte beslissingen worden nog altijd achter gesloten deuren genomen.

In de praktijk dient het publieke gedeelte van de overlegcommissie vaak alleen om bewoners ‘hun zegje te laten doen’. De leden van de overlegcommissie gaan nooit publiek in debat met bewoners en/of aanvragers.

 

Bij belangrijke projecten vallen de echte beslissingen geruime tijd voor de bouwvergunning. Voorafgaand aan die beslissingen moet er een geformaliseerd, publiek overleg komen.

Het openbaar onderzoek en de overlegcommissie volgen vaak pas op het einde van een heel planningsproces. De principiële beslissingen over inplanting, functieverhoudingen, bereikbaarheid e.d. worden vrij vroeg in dat planningsproces genomen. Een goed georganiseerd ‘voortraject’ is dus nodig. En ook: hoe kunnen de ‘nieuwe’ publieke trajecten zich in de bestaande procedure inschrijven. Langdurige overlegtrajecten zoals wijkcontracten of richtschema’s staan volledig buiten het officiële systeem, net zoals hoorzittingen of informatievergaderingen bij het eerste concept van een project.

 

De toegankelijkheid van het openbaar onderzoek en de overlegcommissie moet hoger.

De rode affiches zijn slecht tot niet leesbaar, er bestaat geen gecentraliseerde gewestelijke website, te weinig dossiers zijn digitaal beschikbaar, informatie over de procedure is moeilijk vindbaar, … Bral vraagt al langer om centralisatie van de info, en startte daarom bijvoorbeeld met een eigen publieke OO-kaart van BRAL.

 

Ook na de overlegcommissie moet het project opvolgbaar blijven.

Wat er met een project gebeurt na afloop van de overlegcommissie is vandaag erg moeilijk op te volgen. De adviezen van de overlegcommissie moeten openbaar zijn, consulteerbaar via een gewestelijke website.

De volledige lijst aanbevelingen en het verslag van onze studiedag, samen een reeks wetenschappelijke modellen die uit onze interviews werden gedistilleerd, kun je hier binnenkort downloaden. Dit alles wordt weldra ook nog eens op een wetenschappelijk verantwoorde manier gepubliceerd in www.brusselsstudies.be.

Joost Vandenbroele, Hilde Geens

 

Download hier de "AANBEVELINGEN". Téléchargez les "RECOMMONDATIONS" ici.