BXL Plant II - Tijdelijk gebruik: een nieuwe speelzaal voor de marketeer of dé uitgelezen plek voor zorgeloos experimenteren?

Overal in de stad kan je couscous gaan eten of concerten bijwonen in panden waar de verf van de muren bladdert en er geen centrale verwarming is. Gemeenten en Gewest gooien de deuren van allerlei leegstaande gebouwen en terreinen open voor actoren die er een tijdelijke invulling aan geven. Wat zijn de kansen en de uitdagingen van tijdelijk gebruik als planningsinstrument?

Oktober 2018. Enkele tientallen Brusselaars struinen door de verlaten rijkswachtkazernes van Elsene. Een stap terug in de tijd. De bureaus en dossiers van het korps liggen nog voor het oprapen. Schietschijven in menselijke vorm hangen aan de muur, vol kogelgaten. Maar binnenkort strijken hier misschien allerlei hippe, trendy startups neer.

Het bezoek kadert in een reeks rondleidingen, georganiseerd door BRAL en Brussels Academy, aan sites die tijdelijk opnieuw in gebruik genomen worden in afwachting van een herbestemmingsproject.

Overheid omarmt tijdelijk gebruik

BRAL voelt al even dat het beleid steeds meer overtuigd raakt van de mogelijkheden die tijdelijk gebruik biedt voor de stad. Na hun ervaring met Allee du Kaai, plannen Gewest en Leefmilieu Brussel nu een evolutief park en tijdelijke woningen rond het Weststation. Dat alles moet de basis leggen voor de uiteindelijke bestemming van de site.

Ook de gemeenten ontdekken de meerwaarde van tijdelijk gebruik. Zo lopen er al in verschillende wijkcontracten tijdelijke projecten met een sociaal-culturele invulling. Ons bezoek aan het Studio City Gate project in Anderlecht toont bijvoorbeeld dat deze aanpak een oplossing kan bieden voor het tekort aan betaalbare ateliers voor artiesten in de stad. De week nadien gaan we  langs bij La Serre in Elsene, een project van de vzw Communa in het kader van wijkcontract ‘Maalbeek’. Ursula Adelsdorfer (projectleider bij de gemeente Elsene) verantwoordelijk voor La Serre, bevestigt in dialoog te zijn met andere Brusselse gemeenten. Ook daar is er belangstelling om met tijdelijk gebruik aan de slag te gaan.

Gaat het over projecten voor kunstenaars en ambachtslieden of over projecten waar thuislozen een onderdak kunnen vinden?

Maar afgelopen zomer werd de strategie om tijdelijk gebruik te integreren in de Brusselse stadsplanning pas echt goed zichtbaar. In een interview met Le Soir benadrukten Benjamin Cadranel, directeur van Citydev en Gilles Delforge, directeur van de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting, het nut van “dit soort projecten” voor de grote sites van Brussel, in afwachting van hun herbestemming[1].  Maar wat ze precies bedoelen met “dit soort projecten” is niet duidelijk. Gaat het over projecten voor kunstenaars en ambachtslieden of over projecten waar thuislozen een onderdak kunnen vinden? Heeft iemand die pizzadozen plooit evenveel kans om een ruimte tijdelijk te gebruiken als een startup die rond voedseloverschotten werkt, en wat met een modeontwerper? Trouwens, omarmen de administraties het tijdelijk gebruik als evolutief planningsinstrument, waarbij de tijdelijke invulling een test is voor het uiteindelijke herbestemmingsplan, of is het eerder een vorm van marketing? Als de ene overheid de intentie heeft om het als planningsinstrument te gebruiken, wil de vergunningsgevende overheid dan ook meewerken?

Hippe, trendy uitsluiting

Stilaan komen er bedrijven op de markt die zich specialiseren in tijdelijk beheer van vastgoed. De coördinatie voor het tijdelijk gebruik van de  kazernes van Elsene werd door middel van een openbare aanbesteding (MSI) toegewezen aan Creatis; een incubator voor bedrijven in de culturele en creatieve sector. Kort daarvoor ging de invulling voor het tijdelijk gebruik voor het voormalig Actirisgebouw aan het Beursplein naar Entrakt, een bedrijf gespecialiseerd in interim vastgoedbeheer. Eerder kreeg deze eerder commerciële actor ook al het City Gate Project toegewezen uit de hand van de gewestelijke administratie Citydev.

Illustreren bovenstaande situaties de visie van het gewest en de gemeenten op tijdelijk gebruik en de Brusselse stadsplanning van de toekomst? Op het debat ‘dilemma’s voor de democratie’[2] dat BRAL in mei organiseerde samen met Crosstalks, waarschuwde Thomas Dawance, ex-voorzitter van de vzw Woningen123Logements, al voor het risico van een top-down planning van tijdelijk gebruik. De commercialisering en de bestuurlijke logica zijn moeilijk te combineren met de inclusie en empowerment, die gepaard gaan met bezettingen door burgercollectieven. Verschillende groepen komen niet aan bod in de nieuwe lichting projecten. Ook de vrijheid om te experimenteren, hetgeen juist zo typerend is voor tijdelijke projecten, dreigt te verminderen bij teveel institutionalisering. Geïnstitutionaliseerd tijdelijk gebruik tast het divers karakter ervan aan. Als de overheid tijdelijk gebruik als planningsinstrument dan toch omarmt, wordt het hun verantwoordelijkheid om het op een evenwichtige en inclusieve manier in te vullen.

De commercialisering en de bestuurlijke logica zijn moeilijk te combineren met de inclusie en empowerment die gepaard gaan met bezettingen door burgercollectieven.

Voor het collectief woonproject in de Koningstraat 123 komt deze aanbeveling alvast te laat. Dit pand, een begrip in Brussel, moest dicht. Na tien jaar moesten een zestigtal bewoners op zoek naar een nieuwe woonst. Een zorgvuldig opgebouwd samenwoonproject met vaste relaties in de buurt, valt zo uit elkaar.

De mosterd halen in Italië

“Een gezamenlijk visie, ja graag” klinkt het instemmend tijdens het slotdebat van onze samenwerking met Brussels Academy in Allee du Kaai. Maar hoe dan? Dit voorjaar kwam “Leegstond” uit, een boek van de vzw Toestand. Het boek is een handleiding voor gebruik van leegstaande ruimte gebaseerd op praktijkervaring en opzoekingswerk rond leegstand in heel België. In het najaar lanceerden de Brusselse Bouwmeester en Perspective.brussels een website die een beter zicht moet geven op de stedenbouwkundige wetgeving en het planologisch kader rond tijdelijk gebruik in Brussel. Vanuit het onderzoeksveld horen we sinds even de ambitie om gezamenlijk een database aan te leggen van pauzelandschappen en een ‘loket van de tussentijd’ dat de eigenaars van leegstaande panden/terreinen gemakkelijk zou koppelen aan een hele serie mogelijke tijdelijk gebruikers of organisaties.

De ambitie om meer duidelijkheid te scheppen, zowel voor de overheid als voor de burger, is er blijkbaar wel. Een nauwe samenwerking tussen administraties, geprofessionaliseerde terreinwerkers en burgers is dan ook nodig om het potentieel van tijdelijk gebruik in stadsplanning volledig tot zijn recht te laten komen. Ter inspiratie kijken we naar Italië waar de overheid, het maatschappelijk middenveld en de burgers de laatste jaren samen mooie dingen doen.

Wanneer krijgt Brussel een regelgevende tekst die de weg baant voor een soepelere samenwerking tussen overheid, verenigingen en bewonersgroepen?

Zo keurde de stad Bologna (Italië) in 2014 een verordening goed die fungeert als een algemeen kader voor de commons. Binnen dat kader kunnen burgers, zowel individuen als groepen, voorstellen indienen voor projecten die op spontane basis en met vrijwillige inzet van de betrokken partijen worden ontwikkeld. De verordening staat ook toe om bevoegdheden, middelen en energie ter beschikking te stellen van de projecten, in functie van het collectief goed. Dergelijke projecten worden door de verordening omkaderd door middel van een reeks specifieke overeenkomsten, Collaborations Pacts genaamd, waarin zowel de burgers als het openbaar bestuur instemmen met de voorwaarden van hun samenwerking voor de bescherming van de commons.

Naar een Brusselse ordonnantie voor de commons?

De waarde van de ‘Bologna Regulation’ is het streven naar een juridisch kader voor de activiteiten en projecten die in het verleden spontaan in de stad plaatsvonden, vaak buiten het stadsbestuur om en soms zelfs in conflict met de bestaande regelgeving. Deze aanpak maakt school in Italië. De ene na de andere Italiaanse stad neemt de regelgeving over. In Turijn willen ze zelfs een stuk verder gaan. Er loopt nu een zoektocht naar een manier om ook gebouwen en terreinen met grotere belangen in termen van eigendom, beheer en economische waarde als stedelijke commons te behandelen.

Wanneer krijgt Brussel een regelgevende tekst die de weg baant voor een soepelere samenwerking tussen overheid, verenigingen en bewonersgroepen? Het is tijd voor een kader dat de democratische controle over het stedelijke gemeengoed versterkt en dat economische, sociale en culturele activiteiten van onderuit vergemakkelijkt, zonder ze te onderwerpen aan een commerciële logica. Een kader dat niet alleen kansen geeft aan mensen die gemakkelijk hun weg vinden in aanbestedingsdossiers maar ook aan mensen die een andere aanpak vereisen.

Toha De Brant

 

[1]Les Occupations temporaires s’inscrivent dans la durée’, Le Soir, dinsdag 24 juli 2018

[2]https://bral.brussels/nl/artikel/conflict-consensus-een-dilemma-voor-de-...