Nog meer ambitie gevraagd voor de Gulden Vlieslaan

Brussel Mobiliteit vraagt een stedenbouwkundige vergunning aan tussen de Louiza-rotonde en de Naamsepoort. Ze wil de openbare ruimte van gevel tot gevel opnieuw inrichten. Het project plant de aanleg van fietspaden, bredere voetgangerszones en een voorplein dat de twee zijden van de boulevard met elkaar verbindt. Tot slot wil ze 47 nieuwe bomen aanplanten (voor 18 gekapte).

Buiten de perimeter, le déluge

BRAL ziet een project dat eindelijk werk maakt van de grote breuklijn die de Kleine Ring vormt in het huidige stedelijk weefsel. Daar zijn we blij om. Dit ligt helemaal in lijn met wat burgercollectieven zoals WelkomopdeKleineRing en Green Connections al jaren vragen. Wel betreurt BRAL dat dit slechts opgaat voor het westelijke deel van het segment. Tussen de Naamsepoort en Cliquet liet het project de trechter van de stadsautostrade buiten beschouwing. Daardoor blijft daar de breuklijn onverminderd bestaan. En omdat ook de Louiza-rotonde en de Naamsepoort buiten de perimeter vielen, is ook daar geen verbetering inzake oversteekbaarheid voor voetgangers en fietsers.

Een zee van asfalt en beton met majestueuze bomen

BRAL onderlijnt dat het terugwinnen van parkeerruimte toelaat om te investeren in de verblijfs- en ruimtelijke kwaliteit van de zone. Het valt op dat ontwerpers in dit soort projecten zoals zo vaak kiezen voor een grote zee van asfalt en beton, afgelijnd door majestueuze bomen. BRAL stelt weerom vast dat zo kansen gemist worden om verschillende strijden te koppelen. Dat is bijzonder jammer voor een project van zulke omvang dat toch exemplarisch zou moeten zijn. We zien in vele buitenlandse voorbeelden dat men veel creatiever omgaat met de invulling van teruggewonnen ruimte, en op die manier tegelijk inspeelt op ruimtelijke kwaliteit, mobiliteit, klimaatuitdagingen, hitte-eilanden, ontharding, waterhuishouding, biodiversiteit, mentale en fysieke gezondheid, etc. 

Lees ons volledige bezwaarschrift onderaan.

De plannen van Brussel Mobiliteit vind je hier.

Tim Cassiers