Verslag BRALcafé bomen in de stad

Tijdens het bomencafé, ons eerste fysieke BRALcafé van het jaar, belichtten Amy Philips, Simon De Muynck en Ans Persoons bomen vanuit verschillende invalshoeken. Bomen in de stad; ze zijn meer dan natuur en raken verschillende aspecten van de stad.

Welke zaken nemen we mee?

VUB-wetenschapster Amy van Co-Nature begon met een aantal evidente zaken op een rijtje te zetten:

  • De voordelen van bomen zijn onder andere hun esthetische waarde, de verkoeling die ze brengen, de biodiversiteit die ze aantrekken en in stand houden en het feit dat mensen zich gelukkiger voelen door hun aanwezigheid. Wetenschappers noemen dat ‘ecosysteemdiensten’ en slaan op voordelen voor de mens.
  • Uit het onderzoeksproject Co-Nature blijkt dat veel Brusselaars te vinden zijn voor meer$ groen in hun buurt, in verschillende vormen. De minst populaire optie is de parklet, waarbij een parking wordt weggenomen. De belangrijkste reden was dat men vreesde dat dit niet goed zou onderhouden worden. Frappant was het resultaat dat vooral ouderen minder te vinden zijn om meer bomen toe te voegen. De reden waarom ze dat vonden, werd niet aangehaald.
  • Bomen kunnen ook een negatieve impact hebben. Zo kunnen ze onder meer schade toebrengen aan de infrastructuur en vragen ze onderhoud.
  • Uit verschillende onderzoeken blijkt dat groen een buurt aantrekkelijker en zo ook duurder kan maken. Het is dus noodzakelijk dat de vergroening samengaat met een doordacht beleid dat de stadsbewoners beschermt voor torenhoge woonprijzen.
  • Ruimte en middelen (water, tijd en geld voor onderhoud) zijn beperkt in de stad. Dat betekent dat we keuzes moeten maken. Welke ruimte en investering geven we aan bomen?

Simon De Muynck van het Centre d’Ecologie Urbaine balde in vijftien minuten vier projecten. Arboriculture Régionale Bruxelloise pour une Résilience Écologique et Solidaire (ARBRES), Carbone (Recircularisation des déchets végétaux bruxellois), Sonian Wood Coop en INEG over de milieu-ongelijkheid  in Brussel. Simon is gevlogen door zijn presentatie, dus we raden je aan om zeker ook de presentatie door te nemen.

  • Het soort fruitbomen in het hinterland van Brussel is zeer weinig divers.[1] Die tendens tekent zich ook af op het Brussels en Belgisch niveau. Een gebrek aan diversiteit verzwakt niet alleen het genetisch patrimonium. Te weinig diversiteit tast ook de veerkracht en het aanpassingsvermogen aan van de planten om om te gaan met ziektes of klimaatveranderingen. En dat bedreigt de voedselzekerheid in Brussel. Het project ARBRES zoekt de voedselzekerheid te vergroten door bomen te planten die aangepast zijn aan bodemvervuiling en bepaalde ecosysteemdoensten leveren en waarvan het beheer is aangepast aan de lokale, Brusselse context.
  • Vandaag verlaat het huishoudelijk, gemeentelijk én gewestelijk groenafval het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en wordt het behandeld als afval. Er is nood aan een shift waarbij het niet meer gezien wordt als afval. Door het aantal afgelegde kilometers te beperken, kan je financële en milieukosten beperken. Vandaag hebben we geen zicht op het verloop van dit proces van zodra het afval het gewest verlaat. Ook de kwaliteit van de afvalstroom moet beter, vandaag zit er bijvoorbeeld veel microplastic tussen het natuurlijke afval. Dat komt bijvoorbeeld door de oranje zak die zich mengt met het ‘propere’ organisch afval. Houtsnippers per gemeente verdelen zou een goed idee zijn.
  • Het Gewest verkocht in een recent verleden grote volumes (beuken)hout uit het Zonienwoud aan China en de rest van Azië. Sonian Wood Coop stelt dat mondiaal model aan de kaak. De coöperatieve wil die Brusselse natuurlijke rijkdom lokaal en duurzaam inzetten.
  • Er bestaat een sterke link tussen sociale ongelijkheid en natuur in de stad. Wanneer je het inkomen van de Brusselse inwoners vergelijkt met milieuproblemen kom je tot interessante bevindingen. Zo kampen de bewoners met het laagste inkomen, het meest met de negatieve gevolgen van de klimaatcrisis en hebben ze tegelijkertijd het minst toegang tot groen. In Vorst bijvoorbeeld merk je dat hitte-eilanden vooral te vinden zijn in de arme delen van de gemeente.

Ans Persoons wijst op een aantal plannen en euvels die ze tegenkomt in haar werk als schepen voor Stedenbouw en Openbare Ruimte.

  • Bomen hebben wortels en die wortels hebben ruimte nodig. Om zicht te krijgen op de mogelijkheden om bomen te planten werkt de Stad Brussel aan een mapping van de ondergrond. Die zit namelijk vol nutsvoorzieningen die niet op een gestructureerde manier aangelegd zijn. De insteek is om overal waar ze kunnen een boom te planten. Alle gemeenten zouden zo’n kaart moeten hebben, vindt BRAL.
  • Wanneer de stad Brussel een heraanleg van de openbare ruimte onderzoekt, starten ze sinds kort met een phytosanitaire studie. Dat is een studie van de bestaande bomen waarbij men onderzoekt of ze kunnen blijven staan. Zo kwamen ze bijvoorbeeld tot de conclusie dat er geen reden was om de bomen op het Ninoofseplein te kappen.
  • Er is ook een ambitieuze studie van de Stad bezig om een deel van ondergrondse betonnen koker van de Noord-Zuid treinverbinding te gebruiken als dijk om regenwater te bufferen dat vanuit de hoogstad naar beneden stroomt. Zo zou een deel van de Pachecolaan tot een langerekte vochtige infilatratiezone met de bijbehorene planten en bomen kunnen heraangelegd worden. En zo wordt er een pak water niet meer afgevoerd via de riolering.
  • Historische waardes en het belang van bomen botsen vaak. Zo blijkt uit de historische studie van het Vrijheidsplein dat er 100 jaar geleden geen bomen stonden. De commissie “Monumenten en landschappen” gaf daarop het – bindend(!) – advies dat ze moeten weggehaald worden. 
  • Bomen zouden het zicht op historische gebouwen niet mogen verhinderen. Maar er staan in het centrum van Brussel zowat overal historische gebouwen. Wat het dus op veel locaties de facto moeilijk maakt bomen te planten.
  • Is er geen nood aan regels die vanuit het Gewest worden opgelegd om gemeentes een kader te bieden om bomen te planten? En kennis te delen over de planten die goed gedijen?
  • Persoons stelde dat ze qua groen en blauw op de goede weg zijn, maar dat de grote inzet van de komende jaren betaalbaar wonen voor iedereen zal zijn.

 

Reflecties

Volgens Ans Persoons is de tanker gekeerd en is de mentaliteitswijziging bij politici ingezet om de klimaatverandering en haar gevolgen in rekening te brengen. De phytosanitaire studie, de treinverbinding als waterbuffer en de ondergrondse mapping zijn zeker stappen in de goede richting! Maar ons publiek blijft voorlopig toch nog op hun honger zitten.

Nemen de beleidsmakers de klimaatverandering wel voldoende serieus en als urgent? Gaat het niet allemaal te traag? Waar blijft het delen van de kennis en good practices op gemeentelijk en gewestelijk niveau, bijvoorbeeld over welk soort bomen waar passen? Waar is de coördinatie tussen de verschillende diensten om de afvalstromen te regelen – of beter de coördinatie om het afval om te zetten in hulpbron voor de lokale tuinen?

Het is duidelijk dat ons publiek het niet enkel wil houden bij doorbomen, maar dat de vingers jeuken om zaden te planten op grotere schaal.

Tot slot delen alle panelleden de mening dat een buurt aangenamer en groener maken een must is. Iederéén is gebaat bij een groenere stad. Zeker mensen in dichtbebouwde delen van de stad zonder tuin. Maar dat betekent wel dat ingrepen nodig zijn om de stijgende vastgoedprijzen te counteren. Voer voor een andere discussie!

[1] 95% van de boomgaarden kent enkel appelen en peren. Van die peren zijn 84% Conference-peren.