Brussel-centrum: waar is het debat naartoe?

Afbeelding: 

Een verhalend relaas van een ‘fellowship’, een studiedag en een blik op de toekomst

Geen stedenbouwkundig project dat de laatste jaren in Brussel tot zo’n verhit debat leidde als de aanleg van de voetgangerszone. De standpunten blijven verdeeld. Ze zijn ofwel gebaseerd op persoonlijke ervaringen, bevragingen, soms ook op rekenwerk of degelijk studiewerk. De voetgangerszone leeft, maar niet zelden ontbreekt de basis voor een goed gesprek: een gezonde dosis vertrouwen en objectieve gegevens. Nochtans zijn er al veel verzameld. Daarom startte BRAL begin 2016 een samenwerking met drie onderzoeksgroepen van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Samen besloten we om eind 2016 een studiedag te organiseren. Hoog tijd voor een verhalend relaas van deze dag en ook wat meer uitleg over de context waarin deze studiedag plaatsvond. We geven – omdat het moest - onze Brusselse politici terloops een veeg uit de pan, maar tonen hen vooral hoe ze dit dossier best vandaag al uit het slop beginnen te trekken.

In 2015, in de maanden na de testfase en de invoering van de verkeersvrije zone op de centrale lanen, heerste er veel onduidelijkheid bij de stakeholders, bewoners, handelaars, politici, opiniemakers, politici, opiniemakers … over de richting die het plan moest nemen. Om het even scherp te stellen: weinig mensen zijn tégen een voetgangerszone, maar velen blijven zich wel verzetten tegen de wijze waarop de huidige voetgangerszone werd ingevoerd, de wijze waarop deze vandaag wordt opgevolgd en de complementaire plannen (het circulatieplan, de vier aangekondigde parkeergarages en het commercieel plan). Hoe dat komt, daar zijn tal van redenen voor te noemen.

Veel mensen zitten nog met veel vragen. De publieke steun voor een “grote voetgangerszone zonder doorgaand autoverkeer in het centrum” zienderogen af, en de Stad Brussel schijnt dit niet helemaal te beseffen. De Stad Brussel zowel als het Gewest zijn de regie verloren. Er is geen gedeelde aanpak, communicatie, geen management, en dat is eigenlijk al het geval sinds de politieke beslissing. Hoe is het zover kunnen komen?

Een beetje richting

Voor we een antwoord zoeken op deze vraag, even wat uitleg over de plaats van BRAL in het debat. In die tijd van onduidelijkheid en onzekerheid beslisten BRAL en de VUB dus om te starten met het verzamelen van objectieve gegevens. We zochten naar een manier om het publiek debat op een hoger niveau te tillen. Want in de storm van persoonlijke persberichten en –conferenties raakte de nuance soms helemaal zoek. Er was nood aan éénduidigheid en juiste cijfers. [1]

Weinig mensen zijn tégen een voetgangerszone, maar velen blijven zich wel verzetten tegen de wijze waarop de huidige voetgangerszone werd ingevoerd, de wijze waarop deze vandaag wordt opgevolgd en de complementaire plannen (het circulatieplan, de vier aangekondigde parkeergarages en het commercieel plan). Hoe dat komt, daar zijn tal van redenen voor te noemen.

We moesten in onze ambitie wel plots rekening houden met een veranderde context. Net toen we van start gingen met deze samenwerking tekent de Stad Brussel een contract met Brussels Studies Institute (BSI), voor de oprichting van het ambitieuze Brussels Centre Observatory (BCO). Het BSI-BCO brengt 39 onderzoekers van 14 onderzoeksgroepen van 5 Brusselse universiteiten samen, om de evoluties van de invoering van de voetgangerszone de komende jaren te screenen. Eindelijk! Midden december volgde de eerste publieke communicatie van het Observatorium.

De missie van het Observatorium toonde niet alleen raakvlakken met onze ambitie, bovendien waren de onderzoekers die BRAL zou betrekken bij haar project, ook betrokken bij het Observatorium, dat financiële ondersteuning krijgt van de Stad Brussel. En daar wrong heel even het schoentje. Omdat BRAL als publieke stem in het debat toen ook nog verwikkeld was in een juridische procedure tegen de Stad Brussel (tegen vier nieuwe parkings in de Vijfhoek) bemoeilijkte dit alvast de ‘academische’ ambitie van de fellowship. Een echte wetenschappelijke output anders dan diegene wat de onderzoekers voor het Observatorium zouden moeten produceren, werd dus moeilijk. Met deze fellowship zouden wij niet kunnen tippen aan de output die het BCO produceerde. De relaties met de betrokken onderzoeksgroepen bleven evenwel goed en we kozen ervoor om volop in te zetten op het gedeelte van de fellowship dat betrekking had op het voeden en objectiveren van het publieke debat.

Waarom eigenlijk een studiedag?

Na de zomer van 2016 kwamen we overeen om dus een publieke studiedag te organiseren, waarop we uiteenlopende stemmen aan het woord lieten over het dossier en discussieerden over de beschikbare gegevens, studies en cijfers. Verschillende werkstukken van studenten en onderzoekers kregen direct of indirect een plaats op deze dag, en ook het BCO kwam haar werking toelichten.[2]

Hieronder vind je de lijst van alle presentaties die op de studiedag van 22 oktober werden gegeven:

  • Margaux Hardy Coordination team BSI-BCO  - « BSI-Brussels Centre Observatory, Observer le centre-ville »
  • Charlotte De Broux (Bruxelles Mobilité- chargée de projet distribution urbaine) – Comment améliorer les livraisons dans le centre-ville ? + Le trafic automobile sur la petite ceinture et dans les tunnels: quels chiffres réels ?
  • Jean-Michel Bleus (ARAU, chargé de mission urbanisme) - "Un piétonnier pour les automobilistes ?  Le paradoxe des parkings publics"
  • Jan Schollaert (head of planning department City of Brussels) – Qu’est ce qui a changé après l’installation du piétonnier et le nouveau plan de circulation ?
  • Florent Verstraeten (Pro Velo, chargé de mission en recherche & développement) - Florent A vélo dans le piétonnier: que disent les chiffres ?
  • Joost Vandenbroele (BRAL) – Il est temps d’avancer. Le pouvoir public tient-il les commandes ?
  • Olivier Servais (rédacteur en chef chez Transports.Collectifs.net) – "Le piétonnier et les transports en commun: quels changements et quelles possibilités d'améliorations ?"
  • Arno Jägers (programmamanager voetganger bij de Gemeente Utrecht, Nederland): De uitbreiding van de voetgangerszone in Utrecht: de link met het omliggende verkeersplan.
  • Julien Bacq (chief Retail Officer chez Atrium.Brussels) - Quartiers commerçants du centre : quelles données disponibles et/ou nécessaires pour piloter l’action publique  ?
  • Linus Vanhellemont (stadssocioloog VUB) : Une analyse politique du conflit urbain: le piétonnier de Bruxelles (2012-2016)
  • Rien van de Wall (auteur kleinering.be – petiteceinture.be) – Une nouvelle vision de la petite ceinture. Quel lien avec l'intérieur du Pentagone ?
  • Kobe Boussauw (assistant professor of spatial planning and mobility Cosmopolis) – Tourisme et habitation, espaces publics et zone piétonne étendue: l’expérience de Gand.
  • Anton Van Assche (conseiller affaires bruxelloises UNIZO) – Handel in het centrum: wat zijn de kansen? Wat staat er ons te wachten?
  • Geert te Boveldt (mobiliteitsonderzoeker MOBI-VUB) - Hoe komen bezoekers naar de voetgangerszone? De eerste cijfers.

 

Parallel aan de middagpresentaties worden twee kleinere discussies georganiseerd, één over mobiliteit begeleid door Cathy Macharis en Geert Te Boveldt (MOBI VUB), en een andere over thema Handel, begeleid door Liévin Chemin (BRAL) en Anton Van Assche (UNIZO). Aan die discussiegroepen namen telkens een 20-tal mensen deel. Opvallend was de constructieve en actieve deelname van een aantal mensen van de Dienst Stedenbouw en Planning van de Stad Brussel, alsook de aanwezigheid van het kabinet van de Schepen van Mobiliteit van de Stad Brussel

Al deze mensen bijeen krijgen op één dag was eigenlijk al een verwezenlijking op zich. Het toonde dat het debat over de voetgangerszone in een nieuw stadium is terechtgekomen. Eindelijk kon er opnieuw met elkaar gepraat en naar elkaar geluisterd worden. Wat de presentaties vooral aantoonden was dat ongeveer àlle partijen het erover eens zijn dat er iéts of iémand de leiding moet nemen, dat een duidelijke management en éénduidige communicatie ontbreekt. Mobiel Brussel, ARAU, Atrium, UNIZO, Pro Velo, mobiliteitsorganisaties, handelaars, ….

Met grote ogen keken de mobiliteitsexpert en de projectmanager van de voetgangerszone in Utrecht naar het gebrek aan coördinatie hier in Brussel. Wat is de volgende stap? Wie coördineert? Hoe hou je de stakeholders betrokken? Wie behoudt het overzicht? Deze bezorgdheid liep als een rode draad doorheen alle discussies.

Iedereen is het erover eens dat het op deze manier, zonder duidelijke strategie, niet verder kan. Niet alleen bezorgde of boze burgers of particuliere handelaars vragen om een gecoördineerde aanpak en de heropbouw van de legitimiteit van het project, ook mobiliteitsorganisaties, ondernemers en administraties smeken om een gedeelde strategische aanpak. Met grote ogen keken de mobiliteitsexpert en de projectmanager van de voetgangerszone in Utrecht naar het gebrek aan coördinatie hier in Brussel. Wat is de volgende stap? Wie coördineert? Hoe hou je de stakeholders betrokken? Wie behoudt het overzicht? Deze bezorgdheid liep als een rode draad doorheen de verschillende presentaties en debatten.

Wie o wie?                                        

De Stad moet een gesprekspartner worden, eerder dan een organisme dat beslissingen neemt en voor de rest elke vorm van (constructieve) dialoog in de kiem smoort. Het bleek ook een terugkerende frustratie bij de interventies tijdens de twee discussietafels. De onduidelijkheid over de timing zowel als de fasering van de geplande werken, en hoe die zich zullen afstemmen op de andere werven in Brussel-Centrum (metro Toots, heraanleg Nieuwstraat, The Mint, Shopping Grétry ...) blijft tot veel ongenoegen leiden.

Ook al blijft het water tussen veel bewoners en handelaars op veel vlakken diep, toch voelden we op de studiedag dat er eindelijk weer ruimte is voor een echt, tegensprekelijk debat. 

Op het afsluitende debat legden we enkele vaststellingen en vragen voor aan een panel van experten, waar ook de burgemeester van Stad Brussel aan deelnam. [3] Dat laatste was een primeur, want sinds de invoering van de voetgangerszone en het einde van de testfase nam de burgemeester nog aan geen enkel publiek debat deel, althans niet aan een debat dat in een serene sfeer verliep en waarin ruimte voor discussie en nuance was. Vaak werden bijeenkomsten, televisiedebatten of publieke discussies overschaduwt door een gebrek aan juiste informatie, door politieke gehakketak of door het naar elkaar slingeren van verwensingen. 

Ook al blijft het water tussen veel bewoners en handelaars op veel vlakken diep, toch voelden we op de studiedag dat er eindelijk weer ruimte is voor een echt, tegensprekelijk debat. Er werd naar elkaar geluisterd en er was ruimte voor vragen en antwoorden. De burgemeester toonde zich vaak zoals we hem kennen: vurig en overtuigd maar toch ook snel geïrriteerd wanneer hij wordt tegengesproken. Maar voorbij die ‘persoonlijke’ analyse blijkt toch vooral dat ook de burgemeester moet toegeven dat er geen plan van aanpak is, die de politieke onenigheid en de juridische onzekerheid overstijgt. Uitspraken van zijn meerderheidspartner MR-Open VLD wil de burgemeester niet herhalen en een beroep van een aantal handelaars die leidde tot de tijdelijke terugtrekking van de stedenbouwkundige vergunning voor de heraanleg van de voetgangerszone, kent voorlopig een onzekere afloop (“We blijven overtuigd dat dit een goed project is voor de stad. Anderen blijkbaar niet”).

Managen? Ik?

Een publieke overheid dat een situatie als deze moet managen, moet niet alleen met de ‘daadwerkelijke’ informatie (de objectieve feiten) gebruiken, maar moet ook kunnen omgaan met de maatschappelijke verontwaardiging (de ‘outrage’) en woede van het publiek. Dat zijn lessen die het stadsbestuur uit heldere regels van de crisiscommunicatie kan leren.

In Utrecht hebben ze bij de invoering van een grote voetgangerszone geanticipeerd op die verontwaardiging door ‘stadsgesprekken’ te organiseren met de stakeholders. Op die gesprekken was ruimte voor discussie, voor open vragen en dus ook persoonlijke vaststellingen en suggesties. Die ontmoetingen werden ook verdergezet ná invoering van de eerste maatregelen, waardoor al bewoners en handelaars en cours de route antwoorden kregen op hun vragen en de verantwoording dus stapsgewijs minder werd. In Brussel worden er voor onze studiedag geen echt ‘gesprekken’ georganiseerd. En al zeker geen die pasten in een overkoepelde strategie. De schepen van Mobiliteit organiseerde gesprekstafels en persconferenties en stelde een Circulatieplan op, de schepen van Participatie organiseerde een participatietraject en bracht de resultaten op een knullige manier naar buiten, de schepen van Handel lanceerde een Economisch plan voor de Vijfhoek, de minister van Economie gebruikt ‘zijn’ administratie om uitspraken van de Brusselse schepen van Economie en de burgemeester publiekelijk tegen te spreken en zelfs de Federale minister voor het ‘Brusselfonds’ Beliris mengt zich op een bepaald moment in de politieke discussie. De versnippering is compleet, het amateurisme wordt steeds zichtbaarder.

Het Brusselse stadsbestuur heeft een vergunning aangevraagd en denk dat daarmee de kous af is. Vergunning krijgen, aannemer zoeken en starten met de werken, dat is toch wat van ons verwacht wordt?

Het Brusselse stadsbestuur heeft een vergunning aangevraagd en denk dat daarmee de kous af is. Vergunning krijgen, aannemer zoeken en starten met de werken, dat is toch wat van ons verwacht wordt? Niet dus, de aanleg van de voetgangerszone en alles wat daarrond nog staat te veranderen is van een zodanige omvang dat er een veel bredere strategie moet ontwikkeld worden, zowel op vlak van participatie, als op vlak van uitvoering en communicatie. Het was ook de boodschap die bijvoorbeeld prof. dr. Kobe Boussauw, die het had over de implementatie van de voetgangerszone in Gent, aan het Brusselse stadsbestuur meegaf: een stadsproject van die omvang kun je niet alleen op een politieke manier afhandelen, anders verlies je het draagvlak bij je bevolking.

Want dat hebben we vooral geleerd uit deze studiedag: het stadbestuur heeft onvoldoende gedaan om bewoners en handelaars ambassadeurs te maken van dit veelzijdige project. De legitimiteit die het project had, is aan het verdwijnen. De voetgangerszone verloor een groot deel van haar ‘fans’ en het stadsbestuur weet niet hoe ze die moet terugwinnen.

“De passende reactie voor gezagsdragers is om verontwaardiging serieus te managen door stapsgewijs de druk van de ketel nemen. Dat betekent: 1) de outrage net zo serieus nemen als het door experts vastgestelde risico; en 2) beide fenomenen zoveel mogelijk uit elkaar halen. Daarbij is het de kunst om met mensen in gesprek te gaan, er samen achter te komen wat hen werkelijk dwars zit en hen niet naar de mond te praten maar juist tegenspraak te bieden.

Hoe gaat het stadsbestuur het tij nu keren? Hoe zorg je ervoor dat de mensen niet langer boos zijn? Laat ons daarvoor even terugkeren naar wat we kunnen leren uit de theorie over crisiscommunicatie.

In zijn Kees Luntshof-lezing van 2016[4] legt Hans Anker vier verschillende manieren uit waarmee je als beleidsmaker op ‘boze burgers’ kunt reageren. Hoe reageer je op mensen die het fundamenteel oneens zijn met jouw beslissing of standpunt. Het antwoord is niet éénduidig, maar één ding is zeker, met verontwaardigde, boze mensen moet je meer doen dan alleen maar te luisteren, uitleg te verschaffen of ze ‘inhoudelijk tegemoet te komen’. Het antwoord ligt volgens Anker ook in de crisiscommunicatie.

“De passende reactie voor gezagsdragers is om de outrage [verontwaardiging, JV] serieus te managen door stapsgewijs de druk van de ketel nemen. Dat betekent: 1) de outrage net zo serieus nemen als het door experts vastgestelde risico; en 2) beide fenomenen zoveel mogelijk uit elkaar halen. Daarbij is het de kunst om met mensen in gesprek te gaan, er samen achter te komen wat hen werkelijk dwars zit en hen niet naar de mond te praten maar juist tegenspraak te bieden.

Outrage-management is niet ingewikkeld, maar vereist wel vasthoudendheid en discipline. In de woorden van Peter Sandman, een van de goeroes op dit gebied: ‘Bijna alles wat ik over het managen van outrage te melden heb is eenvoudig. [Het gaat vooral om lessen] die we op de kleuterschool leren: vertel eerlijk de waarheid, eerst netjes vragen, ruim je rommel netjes op, eerlijk delen, en zeg netjes sorry als je iets fout hebt gedaan.’[5] Gezagsdragers die zich aan deze lessen houden verdienen niet alleen het recht om mensen tegen te spreken, maar kwalificeren zich ook als gewenste gids die een gemeenschap kan helpen bij het vinden van het pad naar een aantrekkelijke toekomst.”

Het zijn inzichten die breder gaan dan het soort van projectmanagement dat vandaag nodig is in Brussel. Anker past ze toe op de komende Tweede Kamerverkiezingen in Nederland, maar toch kunnen we ze hier in Brussel gebruiken.

Politici moeten zich bewust zijn van het feit dat er dingen zijn de ze dwars zitten, die minder rooskleuring zijn dan ze vaak worden voorgedaan. Mensen drukken zich op allerlei, vaak niet altijd ‘gepolijste’ manier uit, maar het is aan de politicus om die boodschappen te filteren en te begrijpen. 

Politici moeten zich bewust zijn van het feit dat er dingen zijn de ze dwars zitten, die minder rooskleuring zijn dan ze vaak worden voorgedaan. Mensen drukken zich op allerlei, vaak niet altijd ‘gepolijste’ manier uit, maar het is aan de politicus om die boodschappen te filteren en te begrijpen. Neem wat burgers zeggen ter harte en probeer hen terug controle te geven over de situatie, door hen volwaardig aan het debat te laten deelnemen. En het is niet omdat je je wilt uitspreken, dat je ook per se het beleid wilt bepalen. “Presenteer u dan bij de volgende verkiezingen als u het anders ziet”, is een vaak gehoorde repliek bij verkozen politici, zeker rond het dossier van de voetgangerszone. Anker zegt het heel simpel zo: “De meeste mensen hebben geen behoeft om zelf voortdurend aan de knoppen te zitten maar vinden het wel prettig om van tijd tot tijd geraadpleegd te worden om hun mening te geven”. Stel je als politicus dus constructief en responsief op.

Ook het Brussels Center Observatory biedt in zijn recent gepubliceerde portfolio een uitweg uit deze impasse: ADR, ofte Alternative Dispute Resolution. Of in het Frans: MARC, Modes Alternatifs de Résolution de Conflits. In hun nota ‘Communication et participation dans le cadre de grands projets urbains’ gaan ze dieper in op ervaringen in grote stadsontwikkelingensprocessen in Belgische steden en daarbuiten. MARC biedt een uitweg, een gedocumenteerde werkwijze, om de Brusselse situatie op af te stemmen:

Les MARC reposent sur le principe que tout conflit est bon à prendre et qu’il faut savoir en tirer profit. Il est, dans cette optique, indispensable d’affronter frontalement les crises, en poussant les acteurs à se rassembler autour d’une table et à discuter. Les MARC visent à trouver des solutions pour éviter la persistance, l’escalade, la bureaucratisation et la judiciarisation des conflits spatiaux. Ils tentent donc de trouver des alternatives aux recours aux tribunaux, les conflits y étant en fin de compte rarement résolus.[6]

Laat ons deze conflictsituatie vandaag in Brussel dus eerder zien als een opportuniteit dan als een gevaar. Omarm de tegenspraak, ga ermee aan de slag. Een politicus moet dus meer doen dan alleen de cijfers gebruiken, maar moet ook een manier zoeken om het debat met burgers en stakeholders te analyseren en daar op bestuurlijk niveau dan ook iets mee te doen. Hans Anker geeft in zijn lezing enkele tips, het BCO ineen speciale paper over conflictsituaties, toegepast op Brussel. Beste burgemeester, beste schepenen, beste Stad Brussel, tijd om u aan wat literatuur te wagen! Jullie zijn blind aan het rijden, op een parcours dat jullie nog nooit hebben afgelegd. Neem maatregelen, neem het stuur in handen, anticipeer op de volgende afslag, stop even voor een rood licht, stuur af en toe eens bij, neem je blinddoek af en kijk rond je, zodat je weet waar je naar toe moet en wie je misschien kan helpen de snelste weg te kiezen, of toch de weg van de minste weerstand.

De vele projecten die in de pijplijn zitten en de Vijfhoek de komende jaren grondig gaan hertekenen (cfr. infra) vereist een gecoördineerde en professionele aanpak. Die ervaring hebben jullie niet, dus laat jullie hierin bijstaan. Waar kunnen wij ondertussen terecht met onze dromen en ideeën voor Brussel-Centrum 2020? Wat doen jullie met de opmerkingen en frustraties die bewoners, bezoekers, handelaars, ondernemers met jullie delen omdat ze sinds jullie beslissing uit hun dagelijkse routine werden getrokken?  

Wat is dus de volgende stap? Voor BRAL is het duidelijk: organiseer het debat op lange termijn. De voetgangerszone komt er niet alleen met een politieke beslissing en door alleen de objectieve cijfers te publiceren en communiceren. De voetgangerszone komt er pas echt als je erover in debat gaat met de gebruikers, met de critici, met de believers én de non-believers. Dat georganiseerd debat is vandaag onbestaand. Het is aan de overheid om dit te doen, maar wij geven al een voorzetje, door de komende maand enkele sprekers uit te nodigen om het hierover te hebben. Hou onze agenda zeker in het oog. 

Joost Vandenbroele - stadmedewerker BRAL - december 2016

 

[1] BRAL diende samen met drie onderzoeksgroepen een projectvoorstel in in het kader van de oproep Call for Civil Society Fellows 2016, waarmee het Brussels Centre for Urban Studies (BCUS) van de VUB op zoek gaat naar middenveldorganisaties (Fellows) om mee samen te werken rond stedelijke Brusselse thema’s. De onderzoeksgroepen MOBI (Prof. Cathy Macharis), Cosmopolis (Prof. Kobe Boussauw) en de vakgroep POLI (Prof. Dave Sinardet) zijn hierbij de initiatiefnemers geweest. 

[2] Bij de organisatie van die dag konden we ook rekenen op ondersteuning van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, de Beursschouwburg, Centre Vidéo de Bruxelles en UNIZO. Vooral de VUB-onderzoeksgroepen MOBI en Cosmopolis werden bij de inhoudelijke organisatie betrokken. Linus Vanhellemont, die o.a. binnen Cosmopolis een doctoraatsonderzoek deed naar de voetgangerszone in Brussel, volgde de dag vanop de eerste rij en was diegene die de link legde tussen de presentaties, de discussiegroepen en het afsluitende debat. 

[3] Jan Schollaert, projectverantwoordelijke voetgangerszone bij de Stad Brussel, Gwenaël Brees chroniquer en lid van Platform Marolles, Linus Vanhellemont, stadssocioloog, Ruud Ditewijg, projectmanager voetgangerszone bij de gemeente Utrecht in Nederland  en Marie Demanet, directrice bij ERU asbl et voormalig coördinatrice van de Délégation pour le Développement du Pentagone. Zij werkte 17 jaar op de Vijfhoek, in het bijzonder op het dossier van de ‘Comfortzone’ rond de Grote Markt. Ook de burgemeester van de Stad Brussel, Yvan Mayeur, nam deel aan het debat.

[4] Hans Anker - ‘Boze Burgers: Bron van Instabiliteit – over het belang van tegenspraak en godsend leiderschap’ - Kees Luntshof-Lezing 2016, 23 november 2016. De Kees Luntshof-lezing wordt sinds 2007 georganiseerd in het Internationaal Perscentrum Nieuwspoort als eerbetoon aan de in 2007 overleden voorzitter, Kees Lunshof.

[5] Peter M. Sandman: Trust the Public with More of the Truth: what I learned in 40 years in Risk Communication, 2009.

[6] Coppens Tom, 2011. Conflict and conflict management in strategic urban projects. Doctoral thesis engineering science. Leuven. KULeuven. + Dziedzicki, J.M., 2003. Tôme II. Les gestion des conflits d’aménagement entre participation du public et mediation. In : Annuaire des collectivités locales. 2003. Vol. 23, n°1, pp. 635-646.

Deze studiedag kaderde in een ‘fellowship’ die BRAL is aangegaan met drie onderzoeksgroepen van de VUB (Vrije Universiteit Brussel). Deze samenwerking is één van de geselecteerde projecten in het kader van de oproep Call for Civil Society Fellows 2016, waarmee het Brussels Centre for Urban Studies (BCUS) van de VUB op zoek gaat naar middenveldorganisaties (Fellows) om mee samen te werken rond stedelijke Brusselse thema’s. Deze fellowship loopt één jaar, van 1 januari 2016 tot 31 december 2016 en heeft als belangrijkste doelstelling het debat over de voetgangerszone en dus de toekomst van de Vijfhoek te objectiveren. De onderzoeksgroepen MOBI (Prof. Cathy Macharis), Cosmopolis (Prof. Kobe Boussauw) en de vakgroep POLI (Prof. Dave Sinardet) zijn hierbij de initiatiefnemers geweest. Hoewel deze onderzoeksgroepen van de VUB ook deel uitmaken van het recente opgerichte Observatorium voor Brussel-Centrum, dat een academisch initiatief is van Brussels Studies Institute (BSI) staat dit fellowship en deze studiedag los van het observatorium . Ook Vlaams-Nederlands Huis deBuren, de Beursschouwburg en UNIZO Brussel ondersteunden en werkten mee aan de organisatie van dit event.