Gezamenlijk beheer, ja, maar hoe?

Arnaud Bilande, Periferia

 “We vinden hier de principes terug die volgens ons een leidraad moeten zijn voor de commons: de verankering in een bepaald gebied en de ontmoeting van gemeenschappen om te garanderen dat de toegang tot de bronnen en de beslissingen zo breed mogelijk gedeeld worden om zo democratisch mogelijk te zijn en de ongelijkheden te minimaliseren.”

In Montreal zijn er, net als overal in Europa, talloze actoren die een of andere ‘verwantschap’ met het fenomeen van de commons opeisen. Anarchistische groepen, burgercomités, startups gespecialiseerd in events … Ze hebben allemaal hun eigen kijk op de principes van commons en zetten ze op hun eigen manier om in de praktijk. Zo experimenteren ze met uiteenlopende modellen en werkvormen, zoals het inpalmen van braakliggende terreinen en verlaten gebouwen of het beschikbaar maken van gemeenschappelijke ruimtes. Met dit artikel trachten we een aantal belangrijke zaken op te lijsten over het gemeenschappelijke aan commons. We beseffen goed dat we daarbij nooit helemaal volledig kunnen zijn, maar we wilden enkele ideeën om op verder te borduren …

Een relatief vaag concept

Om commons te identificeren, zijn er drie wezenlijke bouwstenen: een hulpmiddel (al dan niet tastbaar), een gemeenschap en de gewoonte om gezamenlijk iets te doen met regels voor de toegang en verdeling (commoning).[1] Er bestaat een consensus over deze definitie uit het artikel ‘Les communs’ van Daniel Festa, maar ze laat wel veel ruimte voor interpretatie.

We kunnen hier nog aan toevoegen dat “[…] nadenken over commons automatisch gelinkt is aan de pogingen om nieuwe vormen van enclosures op te richten, met vallen en opstaan, die privatiseren wat vroeger van iedereen was”, [2] zoals Hervé Le Crosnier benadrukt in een artikel gewijd aan Elinor Ostrom en de commons.

Hiermee kunnen we de projecten die we in Montreal ontdekten in het licht van de principes van de commons alvast bekijken en analyseren. We merken allereerst op dat er verschillende soorten hulpbronnen zijn, die door gemeenschappen beheerd worden waarin mensen met uiteenlopende achtergronden aanwezig zijn. Ook het collectieve beheer is anders geregeld. We analyseren de projecten, maar willen ze niet noodzakelijk bestempelen als commons. We leggen de nadruk op het analyseren van het gemeenschappelijke.

Gedeelde hulpbronnen en de toegang ertoe

Bij de meeste groepen en verenigingen die we bezochten, bestonden de hulpbronnen voornamelijk uit plaatsen in de openlucht (braakliggende terreinen) of indoorruimtes (gebouwen). We vinden het nuttig om hier een onderscheid te maken tussen twee soorten hulpbronnen: de hulpbronnen die volledig in handen zijn van het collectief en anderzijds de hulpbronnen die door een derde (particulier of overheid) ter beschikking worden gesteld. Zo kunnen we de toegang tot die bronnen beter identificeren.

  • Les Ami.es du Champ des Possibles beheren een braakliggend terrein van ongeveer 9.000 m2 dat eigendom is van de stad Montreal (oorspronkelijk van de Canadese spoorwegmaatschappij) en gratis toegankelijk is.
  • De campus MIL is eigendom van de Universiteit van Montreal en bevindt zich op een oud industrieterrein van 4.000 m2. De plek is ook gratis toegankelijk voor het grote publiek.
  • Aire Commune beheert verschillende sites die in handen zijn van de stad Montreal en gratis toegankelijk zijn.
  • Entremise maakt gebruik van een gebouw van de stad Montreal. De bewoners betalen de lasten.
  • Het Collectif 7 à nous is eigenaar van Bâtiment 7 en beheert het samen met de andere bewoners. De meeste ruimtes zijn gratis toegankelijk, andere zijn betalend.
  • De Ateliers Créatifs bezitten meerdere gebouwen die bestemd zijn voor artiesten. De toegang is betalend op basis van een kandidatuur.
  • Het Centre d’Ecologie Urbaine is gevestigd in een gebouw van een bouwcoöperatie. Niet toegankelijk voor het grote publiek.

Daarnaast kunnen we ook andere, minder tastbare hulpbronnen onderzoeken zoals knowhow, vaardigheden …

Over de gemeenschappen

Welke gemeenschappen beheren en gebruiken de hulpbronnen? Welke doelgroepen maken er gebruik van?

Het is moeilijk die vragen te beantwoorden gezien ons korte tijdsbestek. Toch kunnen we een eerste opdeling maken tussen:

  • de personen die betrokken zijn bij het dagelijks bestuur: meestal zijn dat een tiental personen die verenigd zijn in de raad van bestuur en die bijgestaan worden door een groep vrijwilligers en/of werknemers die de dagelijkse taken uitvoeren.
  • de bezetters van de sites die ter beschikking gesteld worden: buurtverenigingen, artiesten, ambachtslieden, ondernemers …
  • de gebruikers van de sites en de verschillende activiteiten.

Het is vanzelfsprekend dat iedere site meerdere doelgroepen heeft die sterk verschillen naargelang de activiteiten en de buurt waarin de ruimtes zich bevinden. Soms wordt er veel aandacht besteed aan het samenbrengen van verschillende gemeenschappen zodat niemand uitgesloten wordt. Andere plaatsen richten zich uitdrukkelijk tot een bepaald doelpubliek en versterken zo in zekere zin het fenomeen van de gentrificatie. Daarmee zijn we op een cruciaal punt aanbeland: versterken de plaatsen de lokale gemeenschap of sluiten ze bepaalde doelgroepen uit ten nadele van andere bevolkingsgroepen? Die vraag blijft onbeantwoord, maar kwam bij ongeveer elke ontmoeting opnieuw aan bod.

Welke relatie is er met de overheid en de privésector?

Het is naast de gebruikers of ‘bezetters’ van de sites ook interessant om aandacht te besteden aan de relatie die er is met de overheid en de privésector. We kwamen erg uiteenlopende standpunten tegen, gaande van nauwe samenwerking tot hevige weerstand.

Entremise en Aire Commune werken nauw samen met de stad Montreal om haar te helpen leegstaande gebouwen en braaklanden te beheren. Collectif 7 à nous, dat het Bâtiment 7 beheert, heeft daarentegen voor zover wij weten geen enkele rechtstreekse band met de overheid. Dat betekent niet dat bepaalde leden geen contact hebben met verkozenen om (samen) de strijd aan te binden met projectontwikkelaars![3] Le Champ des Possibles is dan weer eigendom van de stad, die de ruimte beheert met het burgercollectief Les Ami.es du Champ des Possibles.

Voor wat de privésector betreft, heeft enkel Aire Commune een duidelijke link met de bedrijven rond de site (waaronder Microsoft). Entremise werd benaderd om te werken op de site van een projectontwikkelaar, maar blijft op dat vlak erg voorzichtig.

Over de praktijken

“Nadat Bâtiment 7 de slogan/droom ‘Fabriek voor collectieve autonomie’ bekendmaakte op zijn website, moet die nu omgezet worden in de dagdagelijkse realiteit. De lopende transformatie heeft geen voorzien einde en wijst op een proces dat aan de gang is. We kunnen onszelf, de anderen en de wereld namelijk nooit perfect beheersen. Dat betekent dat de collectieve organisatievorm en het interne beheer continu gevoed en veranderd worden, zelfs de individuen van het ecosysteem zelf ondergaan veranderingen (collectieve autonomie kan er slechts zijn dankzij autonome individuen verklaarde Castoriadis), net als de band tussen B7 en de lokale gemeenschap (de opbouw van het politieke). Kortom de ontplooiing van het kunnen doen, individueel en collectief of de kunst om zelf iets te doen.” [4]

Dit citaat uit het artikel ‘Autonomie et lutte à l’embourgeoisement au Bâtiment 7’ geeft duidelijk weer hoe moeilijk het is om dag in dag uit de praktijken van de commons om te zetten en te doen leven. Meestal zien we dezelfde, ‘klassieke’ organisatievormen, namelijk een vereniging die bestaat uit een raad van bestuur en betrokkenen, maar op het terrein zelf stelden we vast dat de praktijken erg uiteenlopen.

Soms worden de hulpbron en de gebruikers ingezet om inkomsten te verwerven, waarbij amper sprake is van een gezamenlijk beheer. Andere initiatieven bevinden zich tussenin: ze combineren een bedrijfsaanpak met een participatief beheer. In nog andere gevallen wordt een ruimte speciaal vrijgemaakt om een gezamenlijk beheer te bevorderen, zoals het geval is bij de campus MIL. Een comité bestaande uit twee leden van de universiteit en vijf externe leden zorgt voor de opvolging van het project. Bij Le Champ des Possibles wordt er horizontaal gewerkt met veel vrijwilligers en een organischere aanpak: er wordt indien nodig opgetreden, maar vooral het spontane krijgt vrij spel. Bâtiment 7 tot slot wordt beheerd door een vereniging van werknemers en vrijwilligers die volgens de principes van zelfbeheer werken, namelijk in groepen en zonder hiërarchie.

Welke commons?!

Het is te vroeg om grote conclusies te trekken, maar we werden in grote mate geïnspireerd door de ontmoeting met Action Gardien, een overleggroep uit Pointe Saint-Charles, die actief heeft meegeholpen om Bâtiment 7 te redden. Meerdere elementen droegen bij aan de succesvolle afloop van dit project, zoals het vermogen van een aantal actoren uit eenzelfde wijk om zich te verenigen om een gemeenschappelijke visie voor de wijk te verdedigen en te anticiperen op toekomstige problemen. We vinden hier de principes terug die volgens ons een leidraad moeten zijn voor de commons: de verankering in een bepaald gebied, de ontmoeting van gemeenschappen en de garantie dat de toegang tot de bronnen en de beslissingen over die bronnen zo breed mogelijk gedeeld worden, om zo democratisch mogelijk te zijn en de ongelijkheden te minimaliseren. De commons moeten zich buiten de kapitalistische invloedsfeer kunnen ontwikkelen en echte alternatieven bieden, om een toekomstige ‘commons washing’ koste wat het kost te vermijden.

 

[1] Daniela Festa (met een bijdrage van Mélanie Dulong de Rosnay en Diego Miralles Buil), « Les communs », Géoconfluences, juin 2018. URL: http://geoconfluences.ens-lyon.fr/informations-scientifiques/a-la-une/no...

[2] Le Crosnier Hervé, « Elinor Ostrom. L'inventivité sociale et la logique du partage au cœur des communs », Hermès, La Revue, 2012/3 (n° 64), p. 193-198. URL: https://www.cairn.info/revue-hermes-la-revue-2012-3-page-193.htm

[3] In dat opzicht is volgend boek een echte aanrader: « Bâtiment 7 : Victoire populaire à Pointe-Saint-Charles », La pointe libertaire, Les Editions Ecosociété, 2013.

[4] Passage uit het artikel « Autonomie et lutte à l’embourgeoisement au Bâtiment 7 » door Marchy - 17 september 2018