Onze blik verruimen voor betere inzichten (nawoord)

Commons Josaphat, de twintigste gemeente van Brussel, West Station Skatepark in Charleroi en Frich Boch in La Louvière … In België bestaan net zoals in Montreal tal van initiatieven om het stadsweefsel te ontwikkelen.

In deze publicatie verkennen we uiteenlopende initiatieven en mogelijkheden die allen vallen onder de noemer van ‘gezamenlijke opbouw van de stad’. Logischerwijs leggen ze ook het omvangrijke en vrij vage aspect van commons bloot, zowel in Brussel als Canada. Zonder een echte typologie uit te werken, reisden we met enkele aandachtspunten van onze eigen beperkte Brusselse en Belgische context in ons achterhoofd naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. Daar ontdekten we de meest diverse initiatieven, zoals Bâtiment 7 – een vastberaden groep militanten – of Aire Commune, dat minder radicaal, maar hervormingsgezinder is en ook de groepen die eerder een pragmatisch antwoord zoeken voor een probleem, zoals Ateliers Créatifs, kwamen aan bod. Ieder voorbeeld was een verrijking en voedde ons overleg over de vele vragen die er zijn …

Welke realiteit gaat schuil achter de commons?

De gemeenschap van de ‘commoners’ is per definitie een vrij gesloten groep die in zekere mate openstaat met als doel het gemeenschappelijke goed. Ze maken dus niet allemaal deel uit van de gemeenschap, of toch niet op dezelfde manier. Wie bepaalt dan de toegang? En welke personen worden toegelaten om passief of actief bij te dragen aan de totstandkoming van het gemeenschappelijke? In Brussel moeten we bijvoorbeeld een onderscheid maken tussen de acties van Entrakt, een bedrijf dat met zijn praktijken en plannen wel degelijk gericht is op het maken van winst, en Communa vzw en Woningen123Logements anderzijds, die voornamelijk sociale en culturele doelen voor ogen hebben en helemaal anders te werk gaan.

De rechtsvorm beïnvloedt in grote mate de sociale integratie. Ilôt 84 (Aire Commune) heeft niet lukraak gekozen voor een OSBL ASBL? (vzw) als rechtsvorm om voornamelijk haar culturele invloed te benadrukken. Toch gaat ze gebukt onder de pragmatische nood aan financiering om die invloed ook te kunnen uitoefenen. Het publiek wordt dus niet langer bereikt op basis van de locatie of de omgeving, maar op basis van zijn economisch kapitaal en wat de mensen bereid zijn te betalen voor de verschillende events evenementen. Andere organisaties die nochtans duidelijk gericht zijn op het verkopen van diensten, zoals Entremise, slagen er van hun kant wel in om daar aan te ontsnappen en non- (of minder) profitvooruitzichten te bieden aan klanten en ruimtes die vroeger niet verbonden waren met de betrokken gemeenschappen.

In beide gevallen heeft de keuze voor een bepaalde organisatievorm dus een invloed op de werking van het project. Zo slaagt de OSBL ASBL? Ilôt 84 erin om in wijken met een razendsnelle gentrificatie verwaarloosde ruimtes te esthetiseren en deze samen met basisdiensten (drinkwater, toiletten, rust- en speelplaatsen …) gratis en publiek toegankelijk aan te bieden en dat een hele zomer lang. De initiatieven van Entremise daarentegen moeten eerst en vooral de voorwaarden van een klant/eigenaar naleven, hoewel ze actief de betrokken gemeenschappen willen verbinden door de bezetting van leegstaande gebouwen. Ze stellen een activering en sociale band voor, zonder die te kunnen garanderen.

Tijdelijke bezettingen en integratie … Problemen die ook in Brussel alomtegenwoordig zijn …

Hoe komt die enorme verscheidenheid samen?

Overal (en ook bij ons) zijn die veelbelovende initiatieven uiteraard niet bestand tegen conflicten of spanningen. Dat hebben we zelf ondervonden bij de groepen die we bezochten, die niet noodzakelijk op dezelfde manier werken. Twee onder hen zijn zelfs buren: Champ des Possibles en Aire Commune. Ze geven in dit stuk een dubbelinterview over hun initiatieven, doelen, middelen en methodes, die soms erg uiteenlopen. Zoals blijkt uit het gesprek gaan ze regelmatig met elkaar om, aanvaarden ze elkaars aanwezigheid en communiceren ze, maar zijn er af en toe de nodige spanningen. Die conflicten en spanningen moeten beheerst worden, hetzij in Montreal, hetzij hier in Brussel.

Een ander voorbeeld van strubbelingen bestond tussen Kabane 77[1] en Entremise over de bezetting van een leegstaand gebouw aan de rand van Le Champ des Possibles. Kabane 77 is een experimenteel cinematografisch en sociaal collectief dat de locatie op een informele manier bezette. Entremise werd echter gefinancierd om tijdelijk een officiële bezetting voor het gebouw te zoeken. Kabane 77 liet luid en duidelijk horen dat ze het niet eens was met dat initiatief van het arrondissement, maar dat was maar kortstondig aangezien het gebouw in brand vloog na die officiële aankondiging.

Op welke goederen en hulpbronnen hebben de commons betrekking?

De ervaringen in Montreal toonden ons de potentiële en soms onverwachte mogelijkheden van commons. Om slechts één voorbeeld te noemen, vermelden we hier hun link met het concept ‘Fab City’. Via een deeleconomie, die aanvankelijk startte met het delen van kennis en methodes voor het creëren van voorwerpen (wat in Brussel ook al bestaat), breidde het concept ‘delen’ zich uit naar de winst, vaardigheden, ideeën, werktijd, voordelen en hulpbronnen van een economie die op verschillende plaatsen of zelfs in volledige stadsdelen kan gedijen.

De initiatieven om de stad te ontwikkelen als een gemeenschappelijk goed nemen toe en zijn veelzijdig. In dat opzicht is het moeilijk om er vat op te krijgen. Deze conclusie oppert om lessen te trekken van Montreal, in de vorm van drie vragen die gesteld moeten worden over de initiatieven. Meer nog dan (gedeeltelijke) oplossingen aan te brengen, willen we onze dagelijkse realiteit belichten door onze blik te verruimen, om sterker terug te keren.

[1] https://www.facebook.com/pg/Kabane77/about/?ref=page_internal