Brussel van onderuit, CitizenDev: Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1: Er was eens: drie gemeenschappen, één nieuwe aanpak

Brussel in 2017. Een groot deel van de bevolking heeft geen toegang meer tot betaald en stabiel werk en staat op gespannen voet met de overheid; diepgewortelde discriminatie maakt deel uit van hun dagelijks leven. In deze context gaan een handvol terreinwerkers en onderzoekers en een aantal sleutelfiguren in de wijken aan het werk. Hun missie: zien dat het glas halfvol is en oplossingen doen groeien van onderuit.

De Brabantwijk

Middenin de Brusselse ‘arme sikkel’ ligt de Brabantwijk, getekend door welbekende fenomenen zoals slechte huisvesting, een hoge werkloosheidsgraad, een smeltkroes van culturen die samenwonen zonder elkaar echt te kennen en zelfs wantrouwig staan tegenover elkaar. In 2017, bij het begin van het project CitizenDev, neemt EVA BXL twee nieuwe, jonge maatschappelijk werksters aan, om nieuwe vooruitzichten te zoeken voor personen die buiten de arbeidsmarkt en de belangrijkste netwerken vallen. Gelukkig leidde EVA Bxl er tussen 2015 en 2016 al een buurtgericht project, waardoor er gaandeweg wederzijds vertrouwen ontstond dat de hulp en solidariteit tussen buren aanwakkerde. In 2017 gaan de maatschappelijk werksters op zoek naar een lokaal dat eigen kan zijn aan het project en dus eigen aan de bewoners. In de tussentijd zijn ze aanwezig in de wijk en bij de buurtverenigingen en gaan ze huis aan huis langs bij de bewoners. En dan, net nadat ze een geschikt, maar verloederd lokaal hebben gevonden, ontmoeten ze Yves tijdens een rommelmarkt in de wijk. Hij is niet alleen doe-het-zelver, maar ook net met pensioen en heeft voldoende vrije tijd. Wat een toevalstreffer!

Vanaf dan gaat hun project werkelijk van start. De inwoners krijgen meteen de kans om zich de plek eigen te maken door te helpen bij de renovatie, elk op hun eigen manier: schoonmaken, klussen, zorgen voor thee en gebakjes, verf, vuilniszakken … Niemand wordt uitgesloten. De renovatie van het lokaal duurt zo’n twee maanden. Begin december 2017 wordt het lokaal vervolgens in stijl geopend. Het is te klein om alle opgedaagde buurtbewoners op te vangen; mensen verzamelen op straat en kijken tevreden terug op de (kleine of grote) bijdrage die ze geleverd hebben (“kijk maar, die muur heb ik geverfd!” of nog “Gelukkig heb ik hun al die kopjes gegeven die nog in mijn kelder lagen. Vandaag komen ze goed van pas.”).

Na de opening organiseren de maatschappelijk werksters open vergaderingen, aan het begin van de avond, zodat zo veel mogelijk mensen kunnen deelnemen aan de collectieve beslissingen en hun mening kunnen geven over het spervuur van vragen: wie krijgt een sleutel? Welke zaken worden niet getolereerd in het lokaal (dit zal leiden tot het gezamenlijk opstellen van een huishoudelijk reglement)? En vooral: welke activiteiten willen de bewoners vervolgens organiseren? Doordat er nu een lokaal is, gaan de bewoners zich echt bezighouden met het project. Het ‘team’ van het lokaal ‘Wijk in actie’ is geboren!

De Sub-Saharaanse gemeenschap in Matonge

Tegelijkertijd in Matonge, de ontmoetingsplek in Elsene van een grote Sub-Saharaanse gemeenschap. Een artiest/radiojournalist/gemeenschapswerker die zelf voortkomt uit de Congolese diaspora, installeert zich met een caravan in de straten. Hij is aangenomen door BRAL[1] om burgerinitiatieven te lanceren. BRAL is een ‘Stadsbeweging voor Brussel’ met als slogan ‘Citizens Action Brussels’. De beweging verdedigt en ondersteunt sinds 1973 burgerinitiatieven voor een beter stedelijk milieu en wil een nieuwe methode testen voor een bottom-up stadsontwikkeling.

De nieuwe werknemer schenkt met een collega van Habitat et Rénovation koffie aan voorbijgangers in Matonge, slaat met iedereen een babbeltje en noteert hun opmerkingen, wat ze graag doen, hun ideeën, hun wensen. Nu eens begeleidt hij een zanggroep op zoek naar een lokaal naar het dichtstbijzijnde cultureel centrum, dan weer brengt hij een selfmade schrijnwerker in contact met een straatcomité dat bloembakken wil plaatsen om het verkeer te vertragen.

Deze plaats en deze gemeenschap werden niet toevallig gekozen. Hoewel de Sub-Saharaanse gemeenschap relatief hoog geschoold en gediplomeerd is, wordt ze toch geconfronteerd met discriminatie, met een gevoel van onrechtvaardigheid en een economisch vrij zwakke situatie. De teloorgang van het Afrikaanse karakter van de wijk is bovendien ingezet door de gentrificatie en de continu stijgende huurprijzen. Wanneer de werknemer vertelt over een nieuwe aanpak gestoeld op gemeenschapsontwikkeling die de lokale troeven in de kijker zet, zijn vele inwoners enthousiast. Eindelijk een project dat rekening houdt met hun knowhow, hun dromen en de bijzonderheden van de wijk! Al snel komt een groep van een twintigtal sleutelfiguren in de wijk samen in de zogenaamde ‘Table des Connecteurs’, de stuurgroep en het uitvoerend orgaan van het project. Er worden personen geïdentificeerd die interesse hebben in ‘de valorisatie van Matonge’, een centraal thema in de wijk. Er dagen veel mensen op voor een eerste brainstormsessie, die aanzet geeft tot vier burgerinitiatieven. Daarna volgen nog een dozijn initiatieven rond vergroening, cultuur, lokale handel … Er ontstaat een sneeuwbaleffect!

De leden van de gemeenschap Community Land Trust Brussel (CLTB)

Het verhaal van de CLTB is tegelijkertijd gelijkaardig, maar ook anders. Deze vereniging ontwikkelt blijvend betaalbare woonprojecten in Brussel voor mensen met een beperkt inkomen op gedeelde gemeenschapsgronden. Via deze woonprojecten bouwt CLTB samen met bewoners en buurtorganisaties aan een rechtvaardige en inclusieve stad. Bij CLTB ontstaat de dynamiek niet rond een wijk, maar rond de wil om mensen samen te brengen die deel uitmaken van dezelfde beweging. Zij worden op een wachtlijst gezet in afwachting van een woning en vormen samen met de geëngageerde leden en partnerverenigingen een gemeenschap met erg uiteenlopende profielen. Hier zijn de werknemers ook op zoek gegaan naar de troeven, vaardigheden en behoeftes van de ledengemeenschap om samen te proberen de beweging te versterken en elkaar te helpen.

Werknemers, vrijwilligers en stagiairs ontmoetten beetje bij beetje de leden van de CLTB om ze beter te leren kennen en na te gaan welke band er opgebouwd kan worden tussen de 450 leden. Beter Frans leren spreken, samen koken, Brussel ontdekken, leren fietsen, naaiateliers organiseren, hersteldiensten aanbieden … Er werden al meteen veel ideeën geopperd. Regelmatig kwam een ‘Table des Connecteurs’ samen met een twintigtal leden, jong en oud, al dan niet kandidaat-kopers, om samen na te denken over welke projecten ondersteund zouden worden. De kandidaat-kopers wonen in alle uithoeken van Brussel en dus is het niet altijd eenvoudig om één of twee uur vrij te maken, tussen de school van de kinderen of een job met onregelmatige uren in. De gebouwen die door de CLTB aangekocht zijn voor renovatie, komen van pas: er kunnen gastentafels, activiteiten voor kinderen en buurtontmoetingen georganiseerd worden.

Drie gemeenschappen, talrijke troeven

De drie gemeenschappen die we hier omschrijven, zijn duidelijk verschillend van elkaar, maar toch ook gelijk: ze brengen alledrie inwoners bij elkaar uit een kansarm milieu. Voor velen onder hen ligt een stabiele job niet langer binnen handbereik en ze worden vaak geconfronteerd met diepe discriminatie en culturele miskenning. De volkswijken hebben hun eigen sociale netwerken, hun eigen ‘centraliteit[2]’, maar toch stellen we vast dat hun bewoners vaak afgezonderd zijn van de dominante netwerken van de stadsgemeenschap.

CitizenDev vertrekt vanuit de vaststelling dat het huidige beleid van de overheid niet voldoet, hoewel het streeft naar duurzame oplossingen, en ons, de bewoners, zelfs het gevoel kan geven dat we geen greep hebben op onze leefomgeving. Het tewerkstellingsbeleid bijvoorbeeld verplicht een groeiend deel van de bevolking om achter een job aan te rennen, die vaak niet toegankelijk is, in plaats van de persoonlijke ontwikkeling, behoeftes en uitoefening van de talenten te bevorderen. De stadsvernieuwingsprogramma’s worden ontwikkeld in termen van problemen die opgelost moeten worden. Bewoners zijn er geen potentieel dat gemobiliseerd kan worden.

In die context wil CitizenDev trachten die dynamiek om te draaien met een aanpak uit de VS, namelijk de ‘Asset-Based Community Development’ (ABCD). Die alternatieve methode voor gemeenschapsontwikkeling werd voor het eerst getest in Brussel en berust op een lokale ‘inventaris van troeven’, ‘giften’ of ‘talenten’ van de buurt in de brede zin van het woord: kennis en knowhow van de bewoners, de verenigingen en handelaars en zelfs de fysieke troeven die eigen zijn aan de buurt. Het doel is om vervolgens op basis van die troeven  burgerinitiatieven en een permanente wederzijdse hulp op touw te zetten.

Bij die ABCD-methode worden er vooraf geen resultaten vooropgesteld. Alle initiatieven zijn goed, voor zover ze bedacht en gedragen worden door bewoners die hun tijd en energie willen schenken, hun ervaringen willen delen of iets willen bijleren. Eenmaal initiatieven bedacht worden, moeten ze verder uitgewerkt worden, zodat ze stroken met de andere activiteiten en passen in de buurt. Geleidelijk aan worden het dan autonome activiteiten die verschillende netwerken kunnen verbinden. We erkennen dat er af en toe conflictsituaties ontstaan maar het doel is nieuwe manieren te vinden om mensen te mobiliseren, te vormen en te laten samenwerken.

Op die manier doen we niet aan externe activatie maar aan zelfactivatie. Dat betekent dat de projecten door de bewoners bedacht en uitgewerkt worden, in tegenstelling tot andere projecten die door professionals op poten gezet worden voor een specifiek en gefragmenteerd publiek. Daardoor worden burgers actoren in hun eigen leefomgeving en komt een proces van empowerment op gang. Burgers vinden hun vermogen terug om hun dagelijkse leefomgeving te veranderen door initiatieven op te zetten die nuttig of nodig zijn voor de wijk, ook al zijn ze kleinschalig.

De overheid moet mee!

De burgerinitiatieven kunnen volgens ons geen voorwendsel zijn voor de overheid om haar verantwoordelijkheid niet op te nemen. Het is ondenkbaar dat lokale en/of culturele gemeenschappen alleen verantwoordelijk zouden zijn voor de solidariteit en levenskwaliteit in hun buurt. Daarom hebben we de ABCD-methode naderhand aangevuld met een politieke interpellatie. Die is gebaseerd op een gemeenschappelijke analyse van onze ervaringen aan de hand van de ‘Methode voor groepsanalyse[3]’, die de naam ‘Metalab’ kreeg. Na de vijf eerste Metalab-sessies organiseerden we een slot-Metalab waarvoor een aantal externe actoren uitgenodigd werden. CitizenDev bracht een aantal overblijvende vraagstukken ter sprake die deze actoren moeten aankaarten bij enkele publieke spelers[4]. We deden bovendien hetzelfde tijdens een bezoek/rondetafel in februari 2020. We bekeken samen of het proces een model kan zijn om de stadsontwikkeling van de toekomst te verrijken via een samenwerking tussen burgers, overheid en verenigingen.

Lees hier de volledige publicatie

[1] In Elsene werkt BRAL samen met de medewerkers van de Elsense vzw Habitat & Rénovation in het kader van een aanvullende financiering door het Duurzaam Wijkcontract Atheneum
.[2] Zie het concept ‘centralité populaire’, bedacht door het onderzoekscollectief « Rosa Bonheur », waarbij volkswijken die beschouwd worden als perifeer en “problematisch”, in werkelijkheid centraal zijn voor de arbeidersklasse die er woont. http://www.cairn.info/revue-espaces-et-societes-2014-1-page-125.htm
[3] Zie hoofdstuk ‘bouwstenen 7 en 8, groepsanalyse en politieke interpellatie’.
[4] Onder andere Actiris, de Directie Stadsvernieuwing, Perspective Brussels, Leefmilieu Brussel, de Koning Boudewijnstichting … Zie www.citizendev.be