Not In My Backyard: lokaal, maar niet individualistisch?

  • Peerdsbos, 1969, AMSAB-ISG, inv. nr. fo033716

In dit artikel hebben we het over het concept NIMBY, ook wel het NIMBY-syndroom genoemd. NIMBY is een afkorting voor ‘Not In My Backyard’, wat zoveel wil zeggen als ‘Niet in mijn achtertuin’. Je hebt deze afkorting misschien wel al eens zien passeren. Ze haalt namelijk regelmatig de krantenkoppen wanneer men het heeft over lokaal protest. NIMBY wordt te pas en te onpas gebruikt door academici, beleidsmakers en burgercollectieven. Maar waar komt deze term vandaan? Hoe kunnen we hem begrijpen? En is hij nuttig? Bekijk ook het filmpje onderaan!

NIMBY is geen nieuwe term. Sinds het begin van de jaren ‘80 wordt hij gebruikt om lokaal verzet van buurtbewoners tegen grootschalige bouwprojecten aan te duiden. Deze projecten zijn ongewenst omdat ze schadelijke effecten voor het milieu en de gezondheid met zich meebrengen. Vaak gaat het ook om de emotionele gebondenheid aan de plaats. Deze hangt samen met de sociale netwerken en identiteitsvorming van de buurtbewoners.

NIMBY protesten gaan gewoonlijk over projecten waarvan men vindt dat ze wel nodig zijn om de samenleving ten goede te komen, maar die men niet wil in de eigen leefomgeving.[1] Dit kan gaan om industriële projecten zoals snelwegen, afvalverbrandingscentrales en bodem- en watervervuilende. Maar NIMBY kan ook slaan op lokaal verzet tegen andere bouwprojecten zoals sociale woningen, psychiatrische instellingen, gevangenissen en opvangcentra.

De actiemethoden die worden toegepast in NIMBY protesten zijn onder andere open brieven naar de beleidsmakers, petities, media artikels, burgerinterpellaties, administratieve en juridische acties en vormen van collectieve actie zoals protesten.

Een oud concept

De eerste NIMBY bewegingen kwamen voor aan het einde van de jaren ‘60 en het begin van de jaren ‘70. In ons land was één van de eerste NIMBY protesten het verzet tegen de aanleg van de E10 autosnelweg door het Peerdsbos in Brasschaat in 1969. Als snel volgden andere lokale protesten. Deze verschillende protesten waren het gevolg van een groeiend bewustzijn over het milieu en milieuvervuiling en een globale golf aan protesten vanaf het einde van de jaren ‘60. Het geheel aan lokale protesten met gelijklopende argumentaties, hebben waarschijnlijk de aanzet gegeven tot een overkoepelende milieubeweging.

Maar welke plaats heeft NIMBY vandaag, meer dan 50 jaar na dat originele protest rond het Peerdsbos? NIMBY is een onderwerp dat frequent wordt onderzocht binnen de sociologie en de politieke wetenschappen, en ook al vaak werd weerlegd. Maar, ondanks verschillende oproepen om de term te herzien en in een minder negatief licht te plaatsen, wordt hij nog steeds te pas en te onpas gebruikt.

Een syndroom met verschillende uitwerkingen

Uit de literatuur leren we dat NIMBY drie verschillende betekenissen kan aannemen.[2]

  1. In de eerste plaats zijn er studies die NIMBY bekijken als een reactie uit onwetendheid. Deze literatuur maakt een onderscheid tussen de echte risico’s verbonden aan de nieuwe ontwikkelingen en de publieke reacties hierop. Dit is een visie die ervan uitgaat dat de burgers het bij het foute eind hebben en is sterk bekritiseerd binnen de sociologie. De sociologische studie van NIMBY leert ons dat burgers niet passief zijn: ze hebben hun eigen informatiekanalen, maar hebben ook nood aan voldoende informatie.
  2. Een tweede visie, ziet NIMBY als een egoïstische reactie van buurtbewoners die de impact van de lokale ontwikkelingen niet in een breder sociaal en ecologisch kader kunnen plaatsen. Vaak worden NIMBY bewegingen verweten van enkel de rijke en hoogopgeleide middenklasse te vertegenwoordigen: “Ce sont des bobo’s”. We kunnen wel aannemen dat de plaatsgehechtheid groter is in  buurten met meer stabiele sociale netwerken en een hogere welvaart, maar de voornaamste oorzaak van NIMBY bewegingen ligt eigenlijk in een gebrek aan publieke inspraak.
  3. Volgens een laatste visie is NIMBY is een bedachtzame reactie. Lokale oppositie wordt hierbij gezien als een gegronde, goed beargumenteerde bezorgdheid over lokale ontwikkelingen. Deze visie heeft er vertrouwen in dat de buurtbewoners hun argumenten terecht zijn en dat zij de ontwikkelingen en het probleem in een breder perspectief kunnen plaatsen dan de planners.

NIMBY en niet-NIMBY: een valse tegenstelling?

De term zorgt bovendien voor een onterechte opdeling tussen NIMBY en niet-NIMBY bewegingen. Ook buiten het academische veld krijgen burgerprotesten zowel door beleidsmakers als door andere burgercollectieven het ‘NIMBY’ label. Dit zorgt voor de willekeurige legitimatie van het ene protest en het ontkennen van het andere.

Anderzijds, blijft de lokale factor een belangrijke basis voor burgerprotest, omwille van lokale kennis en ervaring die planners, zonder kennis over de buurt, niet hebben. Daarom is de lokale identiteit van een burgerbeweging belangrijk, maar niet de negatieve connotatie die erbij hoort.

Lokale protesten kunnen bijvoorbeeld ook worden bekeken als deel van een bredere beweging richting een sociaalecologische transitie. Het geheel aan NIMBY-protesten wijst dan op een algemene publieke tegenstand. In het verleden is de milieubeweging ook ontstaan als een geheel van verschillende lokale bewegingen, omdat zij overkoepelende argumenten aankaarten over overheidsuitgaven, duurzaamheid, gemeenschap en democratie. In tegenstelling tot de negatieve connotatie van NIMBY, kan lokaal verzet dus worden gezien als een essentieel startpunt voor het ontstaan van een bredere milieubeweging.

NIMBY in Brussel

In Brussel zijn er momenteel verschillende burgerbewegingen die het NIMBY label krijgen opgeplakt. Het gaat voornamelijk om bewegingen die strijden voor milieurechtvaardigheid en het behoud van groene ruimten die bedreigd zijn door bouwprojecten. Deze bouwprojecten bevatten dan weer verschillende sociale voorzieningen zoals sociale woningen en scholen. Er werden al verschillende protestmarsen georganiseerd rond de sites van de Josaphatfriche, het Moeras van Wiels, de Donderberg, de Champ des Cailles en de Meylemeerschvallei. Volgens enkele activisten van deze verschillende burgerbewegingen is het verwijt NIMBY onjuist. Zij strijden namelijk voor het behoud van groene ruimten als gemeenschappelijk goed, wat de gezondheid van alle Brusselaars ten goede zou komen. Bovendien is NIMBY volgens hen onterecht omdat het gaat om de allerlaatste groene ruimten die het gewest nog ter beschikking heeft.

“Politici spreken dan over het ‘NIMBY effect’ omdat wij vechten om de natuur te beschermen in een wijk waar al veel groen is. Maar daar gaat het niet om, de vraag is: wat zijn de uitdagingen waarvoor we staan? De biodiversiteit die razendsnel achteruitgaat, wat nadelig is voor alle mensen. Bovendien verdwijnen de linken tussen de natuur, door nog overal te bouwen waar het groen is.” - Sauvons la Vallée du Meylemeersch/Red de Meylemeersvallei

“NIMBY geldt niet voor ons, dat laten we niet passeren, die argumenten zijn we beu. Het is een manier van de autoriteiten om horizontaal conflict te voeren en dus de natuur tegenover de armen te plaatsen, maar het probleem ligt bij de beslissingen hogerop” - Marais Wiels

Moeten we vandaag de dag dus nog spreken over NIMBY, wanneer we lokale protesten willen aanduiden? NIMBY wordt nog steeds gekaderd als een argument van de rijke, hoogopgeleide middenklasse, dat sociale en ruimtelijke uitsluiting zou verder zetten. NIMBY wordt verweten aan en tussen verschillende belangengroepen en ontneemt vaak de legitimatie van burgerbewegingen. Hierdoor komen stedelijke conflicten, die zich op een ruimere schaal dan enkel het lokale afspelen, op de achtergrond. Dit terwijl de belangrijkste oorzaak voor NIMBY bewegingen ligt in het lage vertrouwen in de overheid, door het gebrek aan publieke inspraak.

Opdat lokale ontwikkelingen worden ervaren als rechtvaardige ontwikkelingen, moet daarom rekening worden gehouden met twee criteria. Ten eerste, dat de ontwikkelingen zijn gebaseerd op wetenschappelijke expertise. Ten tweede, dat de voorkeuren van de lokale bevolking in rekening worden gebracht.

Bronnen (video + artikel):

Peerdsbos, 1969, AMSAB-ISG, inv. nr. fo033716, opgehaald van https://opac.amsab.be/Record/fo033716.

Burningham, K. (2000). Using the Language of NIMBY: A topic for research, not an activity for researchers. Local Environment 5(1), 55-67. https://doi.org/10.1080/135498300113264

Dear, M. (1992). Understanding and Overcoming the NIMBY Syndrome. Journal of the American Planning Association 58(3), 288-300. : https://doi.org/10.1080/01944369208975808

DeVerteuil, G. (2013). Where has NIMBY gone in urban social geography? Social & Cultural Geography 14(6), 599-603. http://dx.doi.org/10.1080/14649365.2013.800224

Devine-Wright, P. (2009). Rethinking NIMBYism: The role of place attachment and place identity in explaining place-protective action. Journal of Community & Applied Social Psychology, 19(6), 426-441. https://doi.org/10.1002/casp.1004

Hooghe, M. & Hellemans, S. (1995). Van 'Mei 68' tot 'Hand in Hand': Nieuwe sociale bewegingen in België 1965-1995. Leuven: Garant.

Schively, C. (2007). Understanding the NIMBY and LULU Phenomena: Reassessing Our Knowledge Base and Informing Future Research. Journal of Planning Literature, 21(3), 255-266. https://doi.org/10.1177/0885412206295845

[1] Dear, M. (1992). Understanding and Overcoming the NIMBY Syndrome. Journal of the American Planning Association 58(3), 288.

[2] Burningham, K. (2000). Using the Language of NIMBY: A topic for research, not an activity for researchers. Local Environment 5(1), 56. https://doi.org/10.1080/135498300113264

Video: