PAD Mediapark: specifieke aanbevelingen

Mediapark is een van de vier gebieden die de eer kreeg als eerste gepland te worden met hét nieuwe speeltje van deze regering: de Richtplannen van Aanleg (RPA) ofte Plan d’Aménagement Directeur (PAD). Mediapark is nog in openbaar onderzoek tot en met 29 april.  De enjeux zijn enorm, reageren is dus de boodschap. BRAL zet alvast zijn opmerkingen op een rij.

De enjeux van de PAD’s zijn enorm, reageren is dus de boodschap. BRAL zet alvast zijn opmerkingen op een rij.

Algemeen

De site vormt vandaag een breuk in het stedelijke leven. Er lopen grote verkeersassen langs de site en het enorme privéterrein is ‘s avonds verlaten. We kennen de site allemaal als hoofdzetels van de VRT-RTBF. Hun gebouwen zijn omringd door een groot park ter hunner vertier en er is een verwilderd bos met een roekenkolonie. Wat wel publiek maar weinig gekend is, is het mooie kerkhof met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog.

Deze PAD wil dat moois openen voor het grote publiek. Bovendien wil het ook plaats bieden aan 5.000 mediamedewerkers, nieuwe media-activiteiten integreren (30.500 m²), 1.900 nieuwe woningen realiseren, potentieel 24.000 m² nieuwe handelszaken inplanten (waaronder ook een bioscoop en een horecaprogramma), realisatie van 14.000 m² openbare voorzieningen én 2 crèches en 2 basisscholen voorzien. Ambitieus indeed.

De grote kantoorbalk van de VRT-RTBF gebouwd tussen 1964 en 1978 zal gesloopt worden en vervangen door een nieuw project.

Dit project valt niet los te zien van het al even belangrijke project ‘Parkway E40’. Zo zijn raken we meteen aan heikel punt dat voor alle PAD’s geldt, maar in dit dossier wel zeer pertinent is.

  • Mobiliteit en de te kleine perimeter

Men blijft strikt binnen de perimeter van de zone waarvoor een aanpassing van het Gewestelijk Bestemmingsplan nodig is. Wat – gelukkig -  niet wegneemt dat de studiebureaus of administraties toch ruimer keken en dachten. Waarom geen ruimere perimeter voorzien voor het strategisch luik zodat ook de visie op de ruime omgeving duidelijk is? Zo is er een beter zicht op hoe ze de doelstellingen van het strategische luik willen behalen. Er zijn zeker ingrepen nodig buiten de perimeter. En zo wordt ook de samenhang (of niet) met vaak al bestaande plannen in de buurt duidelijk. De effectenstudie moet ook (minstens) de gezamenlijke impact bestuderen van de projecten in de uitgebreide perimeter. En natuurlijk de impact van de PAD zelf op die perimeter.

De hertekening van de Reyerslaan, het project van het Meiserplein, de hertekening van het kruispunt Diamant en de overstappool; het project Parkway aan de E40, de projecten voor de herstructurering van de buslijnen, … ze zijn allemaal essentieel.

Het is een ramp om de mobiliteit rond het Mediapark te beperken tot enkel die site. Een goed plan houdt ook rekening met de omliggende realiteit.

Dit is voor BRAL het cruciale element: qua mobiliteit is de beperking van het project tot site Mediapark een ramp. Het laat niet toe om een goede mobiliteitsafwikkeling uit te werken. Wat essentieel is, wil je zo massaal gaan verdichten. Je mag in je plannen dan wel praten over een autoluwe zone, als alle condities errond daar tegen ingaan, ben je er vet mee. Daarom zijn volgende elementen noodzakelijk:

- een plan voor auto-circulatie, minimaal op schaal van de maat R0/E40/Reyers/A201

- een plan voor openbaar vervoer, minimaal op maat van het Gewest, maar best met inbegrip van lijnen op de metropolitane zone.

- een fiets- en voetgangersplan op schaal van de PAD en de omliggende wijken. Waarbij ook gekeken moet worden naar de mogelijke rol in het gewestelijke fietsnetwerk.

  • Over densiteit en natuur

Ongeveer 2.000 toekomstige woningen en ongeveer 5.000 mediawerkers op 20 hectare (28 voetbalvelden, 7 in de lengte en 4 in de breedte). Dat is een stevige injectie van stedelijk leven. Dan is een aangepaste mobiliteitssituatie inderdaad de sleutel om dit te kunnen dragen.

We lezen opnieuw het argument ‘leven-in-de-natuur- in de stad’. Bij Josaphat wordt er gesproken over ‘wonen in een park’. Kortom, de bijzondere relatie met de natuur wordt aangehaald. Wat op zich een interessante of op z’n minst aanvullende typologie woningen kan opleveren binnen Brussel.

De PAD haalt de bijzondere relatie met de natuur aan. Maar zo groen wordt het niet. Zorg daarom voor een wild kwadrant, een stuk verwilderd bos.

Toch enkele bedenkingen hierbij.  Zo groen wordt het namelijk niet. Er wordt namelijk héél veel gebouwd in het bestaande groen. Er wordt geappelleerd aan ons verlangen om in de natuur te leven in de stad maar het belangrijkste stuk natuur op de site wordt grotendeels opgeofferd voor de geplande woningen. Enigszins contradictorisch toch?

Wil men dit voornemen echt serieus nemen dan dient men woonblokken te schrappen om er al dan niet op andere locaties op de site een oplossing voor te vinden.  De inplanting van de woningen moet dus herbekeken worden. We pleiten er voor het idee uit de PAD Weststation te hernemen en een ‘wild’ kwadrant te voorzien. Een stuk verwilderde bos dat men gewoon wild laat. Niet alles moet een park worden. De roeken, bosuilen en vossen zullen u dankbaar zijn. En de mensen die vanuit hun blokken er zicht op hebben.

De densiteit, veel mensen dicht bij elkaar laten wonen, is het uitgangspunt. Maar dit gaat moeilijk samen met een kwaliteitsvol park.

We vinden de woningen dus verkeerd ingepland en het zijn er waarschijnlijk ook gewoon te veel. Dat moet de studie uitwijzen die de alternatieven bestudeerd.

Het Milieueffectenrapport (pg. 40) geeft alvast aan dat “indien men deze densiteit wilt aanhouden zijn andere manieren van ruimte gebruik minder interessant indien men de kwaliteit van het park volledig tot zijn recht wilt laten komen.” We leiden hieruit af dat 1. Men de klassieke ‘park’-kaart trekt en 2. Dat de densiteit het uitgangspunt is. Nochtans geeft het MER ook aan dat vanuit morfologisch oogpunt het moeilijk is om de door het programma beoogde dichtheid te integreren.  Waarom daar zo angstvallig aan vasthouden?

Het strategisch luik van het richtplan zet wel nog interessante pistes uit. Zo wil men een laboratorium zijn van architecturale typologieën. Micro en macro gaan samen en verschillende typologieën moeten ervoor zorgen dat het geen megalomane op elkaar gepropte blokken worden.

Er wordt aangegeven sociale woningen te integreren in verschillende blokken in dezelfde architectuur zodat ze er niet uitspringen als ‘den socialen blok’ naast de rest. Ze experimenteren ook met verschillende manieren om meer groen toe te voegen in de architectuur, met toegankelijke moestuinen en ontmoetingsplaatsen etc. Daarnaast worden ook verschillende ruimtes opgenomen waarvan de functie omkeerbaar is.

Wat het type woningen betreft: ook hier kan de PAD niets afdwingen. Belangrijk is wel dat overheid tegen 2025 eigenaar zou zijn van de site. Daarom verwijzen we naar onze algemene aanbeveling 4.

  • Publieke voorzieningen & het park

Er komt tenminste één school aan de Georginapoort en het feit dat de bewoners vrijetijdsruimtes krijgen, is positief. Ook de komst van een publiek park is natuurlijk een grote plus voor de omwonenden. Nu wordt het enkel gebruikt door mediamensen die er op een zonnige dag hun lunch eten.

Het park zal trouwens best mineraal zijn omdat centraal in het park het Mediaplein ligt. Dit verhard plein moet dienen als verbindende ruimte tussen de twee omroepgebouwen die nu echt gescheiden zijn van elkaar. Het wordt ook doorsneden door een weg waar – gelukkig – enkel bussen op zouden rijden.

Er is duidelijk nog werk aan de winkel wat betreft het ontwerp en de aanpak van het park. Eigenlijk moet dat in een volgende fase nog uitgewerkt worden. In die fase raden we aan om het bestaande hydrografische netwerk (stromingsgangen, beken, rivieren) te integreren in de plannen, om dit netwerk te versterken. In plaats van ze om te zetten in ondergrondse riolen, kunnen ze de biodiversiteit ondersteunen, gepaard gaan met zachte mobiliteit. (Zie ook het MER pg. 33)

We kunnen het park en publieke ruimte op dit moment dus nog niet beoordelen. Nog werk aan de winkel dus.

Conclusie

Deze PAD heeft zeker goede elementen.  Het zal ervoor zorgen dat de site geen enclave blijft en zo ten goede komt aan de Brusselaar. Toch moet het terug naar de tekentafel, omdat de ruimere visie – zeker op vlak van mobiliteit – ontbreekt, én omdat we pleiten voor het behoud van een ‘wild kwadrant’. Dit heeft zijn impact op de plaatsing van de woningen. En op het aantal woningen dat kan gerealiseerd worden.

Op de website van Perspective vind je alle plannen. Je kan, tot en met 29 april, via dit formulier je opmerkingen doorgeven of via de post

perspective.brussels,
Directie Territoriale Strategie
Naamsestraat 59
1000 Brussel

Steyn Van Assche
Tim Cassiers
Toha De Brant