“Volbouwen of niet?”

Brussel. 44.000 gezinnen op de wachtlijst voor een sociale woning. Een stad die steeds meer een beleggingsproduct lijkt. En op die felbegeerde grond verweven menselijke en niet-menselijke verhalen zich nog steeds met elkaar. Terugblik op het Bralcafé van 15/10…

De onbebouwde grond in Brussel “Volbouwen of niet”?

Dat was de openingsvraag tijdens het Bralcafé van 15/10 ter gelegenheid van de voorstelling van het boek Terre des villes, enquêtes potagères aux premières saisons du 21ème siècle door vier van de auteurs: Noémie, Livia, Benedikte en Chloé. Dit is wat we ervan hebben onthouden.

Is het echt een kwestie van zwart of wit?

Ja, het is natuurlijk een zwart-witvraag, maar wanneer een terrein zou kunnen worden bebouwd dat nog groen is of vol seizoensgroenten staat, worden de debatten maar al te vaak in die termen gevoerd... En dan is het al te laat! Verduidelijkt Benedikte. Ik bedoel hiermee dat de vicieuze cirkel van de “helse alternatieven” met twee even moeilijke keuzes dan al in gang is gezet: Willen jullie je moestuintjes behouden? Tja, dan kunnen er geen sociale woningen komen (de uitdrukking “helse alternatieven” is overgenomen van de Belgische filosofe I. Stengers).

Helaas bestaat er dus geen “kant en klaar” antwoord op de vraag. En terecht! Want het is net die complexiteit die uit de Brusselse grond ontspruit en niet in een hokje te plaatsen is.

“Ja maar, ja maar, waar kunnen we dan sterke argumenten halen om eindelijk efficiënt te verdedigen wat al op het terrein groeit en wat door bebouwing zou worden vernield?”, zullen we hier en daar horen. Laten we het daar eens over hebben.

Een heel arsenaal veelbelovende regionale instrumenten

Argumenten genoeg. Zo stelde BRAL bij wijze van inleiding een heel arsenaal instrumenten voor waarmee het Gewest, via Leefmilieu Brussel (de overheidsdienst voor milieu in Brussel), zich gaandeweg heeft uitgerust om de “natuur” vanuit verschillende invalshoeken te beschermen. We citeren:

  • Het statuut van natuurgebied (Natura 2000, dankzij Europa), van groene of landbouwzone, van stadspark of, in Vlaanderen, van “groene rand”, 
  • De “groene wandeling” en het “groene netwerk”, die nog in de steigers staan,
  • Groene verbindingen en een “vergroeningsgebied” in de stadskern (ja ja!), dankzij het nieuwe Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO, meer info vind je hier:)
  • En andere, losse maar ambitieuze projecten die tot op vandaag eerder een stimulans zijn in plaats van echt een bindend instrument: een “Natuurplan”, een “Handvest van de boom”, een “Biotoopcoëfficiënt per oppervlakte”, de flankering van lokale initiatieven voor duurzame buurten, ...

Er is dus een mooie evolutie aan de gang en in stedenbouwkundige projecten krijgt “groen” steeds vaker de overhand op andere kleuren. Doel bereikt? Dat is nog niet zo zeker.

De projecten schieten als onkruid omhoog

Maar intussen blijven de gebouwen (bijna) overal overheen groeien. Tijdens het debat wordt vermeld dat in de rand van het Zoniënwoud alleen al zeven projecten lopen. Enkele daarvan bevinden zich nog in de onderhandelingsfase, andere zijn al in uitvoering. En dat is dan een beschermd gebied. Wat de bescherming van die stukken land betreft, schieten Leefmilieu Brussel en het overheidsbeleid hier en daar dus nog tekort. Dit komt door een gebrek aan coördinatie tussen de overheidsactoren, een gemis aan overzicht, aan een duidelijk en gedeeld beeld van de rijkdom die wordt weggeveegd, en dit zowel op micro- als op macroniveau. Het is simpel: wanneer je overal voor voldongen feiten wordt gesteld, houdt de bescherming van het groen niet veel in.

Na deze inleiding en al deze ongetwijfeld goedbedoelde plannen, wordt er plaats gemaakt voor andere standpunten, die niets met stedenbouwkunde te maken hebben: de standpunten van de auteurs. Tijd dus, voor de voorstelling van het boek:

Een boek dat precies op het juiste ogenblik komt.

Bovendien is het auteurspanel in diverse disciplines gespecialiseerd: sociologie, filosofie, landschapsarchitectuur, antropologie, ... Het boek is atypisch en bestrijkt alle domeinen, het bestaat uit verhalen en mysteries, en vertrekt bij de Brusselse grond om zich daarna door de moestuinen heen tot een hoog academisch niveau op te werken: de grond is een probleem geworden. Het boek is trouwens het resultaat van het project Anticipate, dat de steun kreeg van Innoviris, het regionale financieringsprogramma voor ondernemingen, instellingen en non-profits die hypotheses voor de toekomst van Brussel formuleren.

Die laten meteen weten dat niet alles op het niveau van de stedenbouwkundige plannen wordt beslist, plannen waarvan het opstellen en inkijken trouwens niet voor iedereen is weggelegd.

“Iedere regio heeft zijn eigen plan, maar als ik naar het GBP kijk, zie ik dat daarin zowel voorkomt wat belangrijk is als wat dat niet is”, vertelt de sociologe Benedikte.

“We kennen een grondgebied ook nooit echt helemaal, er schuilt altijd nog wel een ander gebied achter.”

Alle mogelijke pistes

In plaats van voor klassieke, voorgevormde en meetbare plaatsbeschrijvingen, hebben de auteurs voor de verhaalvorm gekozen, om zo dicht mogelijk bij de veelzijdige en complexe werkelijkheid te blijven. En veelzijdig en genuanceerd zijn dus ook de pistes die uit het boek - en uit het Bralcafé - naar voor komen om een bestemming te vinden voor de landbouwgrond, bomen, verontreinigd terrein, de geschiedenis van mensen en dieren, woningen die ergens al jarenlang staan of er moeten komen “zonder te ontkennen wat er al is”.

De pistes kunnen vernieuwend, onwaarschijnlijk, lang en moeizaam, of het broodnodige duwtje in de rug zijn. Hier vind je er enkele van...

De natuur betekent een schat aan relaties

De “natuur” is veel meer dan een kleurtje op de stadskaart. Het is eerst en vooral een geheel van relaties, een “gemeenschap van praktijken op een bepaald grondgebied”. Welke relaties willen we er dan wel of net niet zien? Op dit terrein voelt BRAL zich thuis. En we willen er dan ook nog eens extra op hameren: alle partijen moeten bij de debatten over de stadsprojecten worden betrokken. Bewoners, gebruikers, actoren maar soms ook de instellingen zelf! ... Instellingen die er af en toe baat bij zouden hebben om eerst ook wat beter met elkaar te leren communiceren: Leefmilieu Brussel en de andere actoren van het gewest bijvoorbeeld.

Bouwen is altijd een beetje afbreken

  • Groentetuinen, verhalen, gebouwen, braakland, herinneringen, sociale relaties, knowhow, ... volgen elkaar op, worden opgebouwd en afgebroken, en dat alles in de naam van de goede zaak, soms zelfs in naam van de natuur zelf! Als bouwen dan toch altijd een zeker verlies met zich meebrengt, dan leren we daar het beste maar mee omgaan. Wat dat betreft, bevelen de auteurs een boek aan over de polders in de buurt van Antwerpen die, in naam van de natuur, moeten worden vernield: Dit is mijn hof
  • Wat is het dan dat we tegelijk bouwen en afbreken? Wanneer het over iets levends gaat - een gebruik, de geschiedenis van een gebruik, een diersoort, ... - komen we dat mogelijk niet eens te weten. Zo vertelt Chloé dat op een groentetuin evenveel bijen worden geteld als op een gelijkaardige oppervlakte natuurgebied. Maar het zijn wel niet dezelfde soorten. Vanuit een bepaald oogpunt zou elke willekeurige zone van het GBP dus kunnen wedijveren met een natuurgebied dat het leven beschermt. Maar is dat ook echt wel zo...?

Erfgoed

Ook de klassering van de natuur als erfgoed is geen wondermiddel tegen de razernij van bepaalde bouwprojecten. Het begrip immaterieel erfgoed gelinkt aan een plaats, werd door Chloé als mogelijke nieuwe piste aangehaald, een piste die op het Avijlplateau van pas zou komen, in de vorm van een innovatief beschermingsstatuut dat de toekomst zou bepalen van een plaats met vaste gewoontes. Maar wat bepaalt dan of een gebruik “sterk” genoeg is om die bescherming te verdienen? En hoe lang en tegen welke prijs kan een gebruik behouden blijven? In een nummer van “Bruxelles en mouvements”, het tweemaandelijkse magazine van Inter-Environnement Bruxelles, verschijnt binnenkort de volgende “niet-kaart”, een kaart die door de auteurs en een grafica is herwerkt en waarbij ze op een bepaald gebied wat subjectiviteit tussen de gegevens hebben gesmokkeld. Het Avijlplateau is de ideale gelegenheid om dit punt aan te kaarten.

 

Kaarten en cijfers in handen van het verzet

De interactieve en evolutionaire kaart van de Brusselse moestuinen van het tuiniersforum werd getoond. De antropologe Livia heeft op de ironie daarvan gewezen: dit instrument staat immers meestal in dienst van de dominante praktijken, terwijl het hier door het verzet wordt gebruikt. Hoewel het aantal moestuinen nog vrij hoog lijkt, bevestigen de gegevenskaart en de belangrijkste cijfers toch dat een groot deel ervan sinds 2011 is verdwenen en dat sinds 1985 8 km² in Brussel is “gebetonneerd”. .

Coöperaties, commons, collectieve intelligentie

  • De debatten rond de toekomst van de groentetuinen lopen soms vast op ideologische of identiteitstegenstellingen. Collectieve intelligentie is een vorstelijke manier om een identiteit op te bouwen over de stereotypes heen en los van de identiteiten die we elkaar toeschrijven en die een debat al te vaak verlammen: “Jij bent een hippie / een anarchist / een marginaal / een oude zak / een nieuwkomertje / (vul maar aan!).”
  • Niets zo goed om een gemeenschap zich samen land eigen te laten maken of beheren, als coöperaties en commons, zoals bijvoorbeeld het initiatief Terre en Vue of, dichter bij huis, Commons Josaphat.
  • En bovenal: als er moet worden gebouwd, moeten we er eerst en vooral mee ophouden alles in handen van grote privé-investeerders te geven... Waarom laten we niet eerst de overheid en de gemeenschap de middelen beheren en, om Christophe Mercier bij het debat te betrekken: Waarom gaan we niet eerst terrein dat al bebouwd of gebetonneerd is, nog wat dichter bebouwen? Zoals hij stelt in zijn recentste boek dat hij samen met zijn vader Jacques Mercier heeft geschreven.

Oorlog

Een deelnemer had het over de rol van oorlog in onze verhouding met het grondgebied. Als we honger hebben, gaan we land verbouwen, om te kunnen eten! Ja natuurlijk, vandaag leven we gelukkig in vrede en lijden we geen honger meer, maar de supermarkten hebben hierbij wel de moestuin verdrongen! Toch vinden we bij de Brusselse groentetuinen hier en daar nog authentieke volkstuintjes die in de coulissen van het landschap blijven bestaan...

“Natuur” en relaties tussen verschillende levende soorten

Laatste punt. Door de bladzijden heen leidt het boek ons naar een gevoeligere en persoonlijkere band met de “natuur”. Wat ons bij de gebruikte haakjes en bij een van de beginvragen van de auteurs brengt: wat bedoelen we eigenlijk met “natuur”? Is het iets nuttigs of is het iets dat leeft, dat anders, maar toch gelijkaardig aan ons is omdat het vol waarden en onbekende factoren zit? Misschien voeren onze pistes ons daar ook wel heen? Op de openingsconferentie van de expositie A Forest die in het ISELP loopt, had Paul Sztulman het over het bewustzijn dat overal lijkt toe te nemen over de samenhang tussen mensen en andere levende wezens - dieren, planten, biotopen. En over publicaties die ons leren dat ook planten denken, communiceren, voelen, sociaal gedrag vertonen, ... Als een echo horen we Chloé, historica, en verder weg de antropoloog Philippe Descola: het concept van de natuur en de dualiteit natuur/cultuur zijn een uitvinding van het Westen. Of de slogan van de actievoerders op de Klimaatconferentie van Parijs in 2015 en die ook op een van de pagina’s van het boek weerklinkt: “Wij zijn de Natuur die zich verdedigt”.

Kortom...

Om het leven te respecteren, zijn op het modernisme gestoelde plannen en stedenbouwkunde ontegensprekelijk noodzakelijk, maar ze zijn allesbehalve voldoende. Elke nieuwe suggestie verdient onze aandacht. Veel meer zelfs. Heel veel aandacht, en zelfs een belangrijke mentaliteitsverandering. Het Brusselse land vraagt ons om beleefd en bestudeerd te worden opdat we zo aan zijn toekomst kunnen bouwen... op vogelhoogte, aan de grond en op alle niveaus en dimensies daar tussenin.

De verhalen volgen...