Bral gehoord in het Brussels Parlement over stadstol

De invoering van een stadstol laat het Brussels Parlement niet onberoerd. Op woensdag 4 februari mochten Bral, ARAU en IEB hun standpunten op een hoorzitting uiteenzetten. Eerder kwamen al een aantal experten aan het woord, later volgen de sociale partners. Het Parlement wil voor het einde van de legislatuur stelling innemen.

Hier volgt de kern van het betoog van Bral dat de milieuvereniging bracht in het Parlement.

L'heure est grave. Het autoverkeer is het afgelopen decennium sterk gegroeid en zal blijven groeien. Het gewestelijke vervoersplan IRIS 2 voorspelt de totale stilstand tegen 2015 als het beleid ongewijzigd blijft. Een recent rapport van het studiebureau Transport en Mobility Leuven (TML) voorspelt een verdubbeling van de files tegen 2020. In Brussel valt de hoogste stijging te noteren.

Nochtans zijn de investeringen in alternatieve vervoersmodi niet min. De openbaar vervoersmaatschappijen MIVB en de NMBS noteren de afgelopen 10 jaar een groei van 50 % reizigers. Als we de Brusselse minister van Mobiliteit Pascal Smet mogen geloven is het aandeel fietsers in Brussel de laatste jaren verviervoudigd, van 1 naar 4 %. Ook autodelen Cambio kent een groeiend succes en klokt  begin 2009 af op 4.000 leden. En toch blijft het ook autoverkeer toenemen.

De kwalijke gevolgen van die ontembare groei zijn nochtans genoegzaam bekend: negatieve impact op commerciële snelheid van bussen en trams, lawaai, verminderde bereikbaarheid en delokalisatie van bedrijven, stadsvlucht door een slechter stadsmilieu, Brussel en zijn hinterland vormen pikzwarte vlekken op de Europese fijn stof - en stikstofkaarten met een verminderde levensverwachting van 13 maanden.

Het beleid schiet dus duidelijk te kort. Enkel investeren in openbaar vervoer, stappen en trappen doet het autoverkeer niet afnemen. De verhoopte "modal shift" blijft voorlopig uit. Het beleid loopt de vervoersvraag achterna in plaats van ze te sturen. Dit is een straatje zonder einde.

We hebben nood aan een coherente mix van maatregelen, te beginnen bij een doordachte ruimtelijke ordening, geïntegreerd kwaliteitsvol openbaar vervoeraanbod met hoge frequenties, snelle fietsverbindingen, een doortastend parkeerbeleid, een logistiek plan voor Brussel en last but not least rekeningrijden.

Buitenlandse voorbeelden uit Londen, Singapore, Milaan en Stockholm tonen aan dat vooral financiële prikkels mensen er toe aan zetten om hun auto rationeel te gebruiken. Een systeem van rekeningrijden rekent de bovenvermelde kwalijke gevolgen verbonden aan het gebruik van de auto door aan de automobilist. Op die manier geeft een systeem van rekeningrijden de juiste prijssignalen aan. Een “slimme” toepassing van zo'n systeem moet leiden tot een hogere bezettingsgraad in auto’s, minder korte ritten, gebruik van milieuvriendelijker wagens, meer gebruik van het openbaar vervoer en uiteindelijk minder verkeer.

Bral pleit voor zo'n 'slim' systeem van rekeningrijden dat op zijn minst Brussel en zijn hinterland in rekening brengt. We denken aan de zone van het Gewestelijk Expres Net (GEN), een gebied van 30 km rond Brussel dat socio-economisch en morfologisch één geheel vormt. Sommige Brusselse politici zijn het idee niet ongenegen maar denken aan een systeem dat enkel pendelaars viseert. Dit lijkt ons een maat voor niets en onverdedigbaar ten aanzien van de naburige gewesten. De Brusselaar is ook verantwoordelijk voor de verkeersdrukte en Brussel is geen eiland. 2016 is voor ons in deze discussie een cruciaal jaar, het jaar dat het GEN volledig in dienst zal treden. Tegen dan moet het systeem van rekeningrijden operationeel zijn. Brussel moet nú het voortouw nemen.

Kijk ook naar Télébruxelles voor de reacties van enkele Brusselse parlementsleden op de uiteenzettingen van Bral, IEB en ARAU.


Meer info: Ben Bellekens, ben[at]bralvzw.be, 02/217.56.33