“Gebruik Brusselse piétonnier als platform voor publiek stadsdebat”

Persbericht

Met zijn 900m lengte en van gevel tot gevel 28m breedte biedt de Piétonnier in Brussel-Stad voldoende ruimte voor iedereen om respectvol zijn zegje te doen over de heraanleg en om tien jaar na de eerste picknick een pluim op de eigen of andermans hoed te steken waar hij/zij/... dit belieft te doen. Van gebruiker tot bezoeker, van actieve picknicker en burger tot staatssecretaris van Stedenbouw, allemaal zijn ze welkom op de tweede grootste Piétonnier van Europa.

Ruimte genoeg voor voorstanders, rabiate tegenstanders, ontgoochelingen, herinneringen aan mooie momenten van de lange strijd van tien jaar geleden. We hoeven het niet allemaal eens te worden over hoe, met wie en door wie dit tot stand is gekomen, hoe we dit momenteel beleven, hoe we deze voetgangerszone en haar omliggende wijken in de toekomst kunnen veranderen en verbeteren. Er is plaats genoeg voor al deze gedachten, opinies en mijmeringen op deze 25.200m² aan nieuwe publieke ruimte in het hartje van Europa.

Een plek waar we allerlei dingen kunnen doen in de stad die voorheen niet denkbaar waren. Een plek om te experimenteren, te onderzoeken hoe we hiermee om zullen gaan in de komende jaren. Ook een plek waar het debat over de stad in al zijn aspecten mogelijk moet blijven zijn, over politiek, kunst, armoede, betaalbaar wonen, klimaatadaptatie, ... De discussies die destijds op café plaatsvonden en vaak in politieke achterkamers werden beslecht, kunnen en moeten ook op deze nieuwe agora van de stad kunnen gebeuren.

De omwenteling in het stadscentrum verdient nuance

Bruzz contacteerde me 2 weken geleden voor een reactie over 10 jaar Picnic the Streets en een korte evaluatie over de Piétonnier. Toen de journalist me vroeg welke de positieve en negatieve elementen waren van de heraanleg, was ik redelijk overdonderd en heb ik gevraagd me een uurtje later terug te bellen, zodat ik er even kon over nadenken. Ik had geen zin in boude uitspraken, maar wilde eerder een genuanceerd verhaal brengen. Het werd geen interview van vragen en antwoorden, stellingen, maar een lang gesprek, met vele nuances. Dit is ook wat deze omwenteling in het stadscentrum ook verdient. [nvdr: De resultaten van dat gesprek lees je hier.]

Wat we niet nodig hebben in dit terugkijken, is een nieuwe vorm van paternalisme: ‘Wij weten wel wat goed voor de burgers is’. De sneer van de voormalige burgemeester deze week in de krant was een uiten, een sublimatie van de oude politieke cultuur. Bij grootse veranderingen hoop je stiekem dat dit de mensen zelf positief verandert en niet nog meer verstart, je jezelf niet terug centraal in beeld brengt, maar je eerder je stad en haar burgers een duwtje in de rug geeft en bedankt voor het politiek draagvlak die zij hebben gecreëerd, waar voorheen de politici niet in geslaagd waren. De opgeheven vinger, die duidelijk terug zijn herintrede heeft gemaakt, kunnen we missen als kiespijn in de stedelijke debatten.

Wat er dringend nodig is (en niet werd weerhouden in het artikel met Bruzz, is mijn oproep om) met zijn allen - burgers, het brede middenveld, universiteiten én politici - na te denken over waar we met deze voetgangerszone en met uitbreiding het hypercentrum van de stad Brussel naartoe willen. Hoe ziet dit er in 2050 uit, rekening houdende met alle uitdagingen en noden van haar burgers in eerste instantie.

Wat niet verliep zoals gehoopt …

Het is kort door de bocht om te stellen dat het stadsbestuur destijds geen visie had op deze grote ingreep. Doch kan men objectief vaststellen dat een aantal zaken toch niet zijn gelopen zoals gehoopt en vooropgesteld of nooit werden geprogrammeerd. Enkele voorbeelden:

  1. Men koppelde de heraanleg van de Centrale Lanen aan een achterhaalde mobiliteitsvisie, inclusief 4 nieuwe parkings, die de stad verder voor 50 jaar zouden hypothekeren. Gelukkig waren de burgers en middenveld attent genoeg om dit laatste te dwarsbomen. Hier hoor ik niemand over kraaien. Sinds juni 2015 ondervinden we dagelijks dat dit mobiliteitsplan als een tang op een varken staat op de vernieuwde publieke ruimte. Hopelijk brengt het nieuwe parkeer -en mobiliteitsplan enig soelaas.
  2. Bij een heraanleg van die orde hoort normaliter ook een strategisch plan dat zorgt dat er een evenwicht kan worden bewaard tussen diverse functies - van handel tot ruimte voor kunstenaars, van collectieve voorziening voor de burgers tot ruimte beschikbaar voor de jeugd, sportactiviteiten. Idealiter houdt dit plan rekening met alle leeftijden en alle stadsbewoners. Je gaat niet alweer voor een nieuwe winkelstraat pur sang. Een Nieuwstraat hebben we al, een tweede hebben we niet echt nodig, zelfs niet indien Uplace en Neo nooit het daglicht zullen zien.
  3. Een hefboom voor dit evenwicht tussen functies is o.a. het groot aantal panden in het stadscentrum dat de stad en het gewest in eigendom hebben. Zij zouden hiermee kunnen aansturen, kunnen compenseren, als het evenwicht wordt verstoord door de vrije markt en opportunisten die alleen maar aan de eigen geldbeugel denken. Zelfs al verkopen zij dit als zijnde ‘we doen goed voor de stad’. Het is dan ook betreurenswaardig dat alleen de voormalige schepen van mobiliteit op dit potentieel wijst in haar interview deze week. Haar oplossing staat zoals altijd consequent diametraal tegenover haar analyse, want door je eigendommen te verpatsen aan de privé, sta je al helemaal in je onderbroek.
  4. Met het jarenlange werk van het Observatorium, met de analyse van het hypercentrum in al zijn aspecten, met haar aanbevelingen inzake openbare ruimte, mobiliteit, handel, wonen wordt niets gedaan.[1] Hoe kan je een stad besturen en deze en andere studies gewoon naast je neerleggen? Hoe kan je de participatie prediken als je de kennis en expertise gewoon naast je neerlegt? Uiteraard is besturen compromissen sluiten, maar als zelfs deze uitvoerige en grondige studie gewoon verticaal wordt geklasseerd, die de belastingbetaler een pak geld heeft gekost, dan mag je hierover toch nog kritisch zijn?

De positieve dingen opsommen van die ruimtelijke verandering is belangrijk en noodzakelijk, een eerste begin wanneer je je hierover bezint. Maar er moet ook plaats zijn voor frustraties, ontgoochelingen. En kritisch zijn betekent nog niet dat je niet geeft om deze voetgangerszone, integendeel zelfs.

… valt nog recht te trekken                           

Het is duidelijk dat je stadsvernieuwing niet alleen doet, stadsvernieuwing is nooit af. Zelfs een supergoed plan is nooit af. De stad leeft, een plan niet.

Ik lanceer dus opnieuw een warme oproep om de burgers en het zeer uitgebreide, actieve middenveld van Brussel te betrekken bij stadsvernieuwing. Doe dat niet alleen van bij het begin van de eerste ideeën voor de bouwvergunning, maar ook bij de opvolging na de werken, bij de evaluatie na enkele jaren en bij het eventueel aanpassen van de plannen aan de veranderende realiteit.

Waar willen we naartoe met deze voetgangerszone en met uitbreiding het hypercentrum van de stad Brussel naartoe in 2050? Laat ons daar met burgers, het brede middenveld, universiteiten én politici over nadenken.

Geef een platform of podium aan al deze stemmen - zelfs al is dit een kritische stem. Zo niet ondergraaf je onze democratie in zijn huidige vorm. De voorwaarde is natuurlijk dat deze opmerkingen, kritieken voldoende gebaseerd zijn op redelijke feiten, argumenten en niet alleen een tegenstem zijn zondermeer. Eens aan die voorwaarde voldaan is, luister dan naar de expertise, kennis van al de duizenden actieve burgers die zich tomeloos en meestal op vrijwillige basis, inzetten voor hun stad.

De publieke ruimte in Brussel centrum is sinds de uitbreiding van de voetgangerszone groot genoeg om al deze verschillen en meningen een plek te geven en te fungeren als podium van de stad, waar discussies ontstaan, en waar je het zeker ook niet eens mag zijn met elkaar.

Ook dit is de Piétonnier de Bruxelles.

Tom Lootens, voorzitter van BRAL, stadsbeweging voor Brussel

[1] Wil je meer lezen, kan je de synthesenota raadplegen uit 2017 of het boek “De Vijfhoek voorbij : Het metropolitane stadscentrum van Brussels” kopen bij BSI of uitlenen in de BRALbib.