INTERVIEW BRAL – CITIZENS ACTION BRUSSELS

BRAL had een interview met Arbeid & Milieu over onze luchtkwaliteitswerking. Hieronder vind je het artikel integraal. Je kan het ook lezen op de website van Arbeid & Milieu.

INTERVIEW BRAL – CITIZENS ACTION BRUSSELS

Thijs Calu3 maart 2020 ArmoedeClimate Inclusion ProjectKlimaatMobiliteitRecent

BRAL - de Brusselse stadsbeweging die ijvert voor een duurzaam Brussel - koos er in 2014 voor om ‘Citizen Action Brussels’ toe te voegen als tagline. Net die tagline is voor ons de reden om het verhaal van BRAL te vertellen. Want in al hun acties en activiteiten worden burgers op een of andere manier betrokken. Op die manier houdt alles wat BRAL doet ook rekening met de Brusselse man in de straat.

“We zijn een klassieke lobby-organisatie, maar we leunen daarbij heel sterk op groepen en collectieven die actief zijn in de stad”, zegt Tim Cassiers, stafmedewerker luchtkwaliteit en mobiliteit bij BRAL. “Bij alles wat we organiseren betrekken we onze leden, collectieven en/ of burgergroepen. We hebben per thema een aantal vaste groepen waar we op kunnen terugvallen: er is een team rond mobiliteit, rond stedenbouw, rond cocreatie, …” 

 “Die betrokkenheid zit ook ingebed in onze structuur: onze raad van bestuur bestaat ook uit onafhankelijke burgers, net als de Algemene Vergadering waarin onze leden bepalen waar we met BRAL op inzetten.”, vertelt Liévin Chemin, stafmedewerker luchtkwaliteit en mobiliteit bij BRAL. 

“We vinden het heel belangrijk om in te zetten op community-building. Als we bijvoorbeeld samenwerken met een bewonersgroep, willen we ook dat ze zich echt eigenaar voelen van de acties die we samen uitwerken”. 

CITIZEN SCIENCE

Die betrokkenheid van de lokale gemeenschap komt ook tot uiting in een van de thema’s waar BRAL hard op inzet: de Brusselse luchtkwaliteit. “We zijn geëvolueerd van een organisatie die heel erg inzette op de technische oplossingen, rond voornamelijk het mobiliteitsprobleem, naar een organisatie die zoekt naar het ‘waarom’ van al die maatregelen. Op zich maak je niemand warm met technische oplossingen, maar wel met een verhaal waar iedereen kan achter staan. Het gaat over onze gezondheid. Daarom willen we de auto-dominantie naar beneden, en verdedigen we een instrument als de zonale heffing. Het feit dat we daarmee kunnen vermijden dat onze kinderen aan astma gaan lijden, overtuigt zoveel meer dan een verhaal van cijfers over de geprojecteerde daling van mobiliteitsstromen of de gemiddelde fijnstofconcentraties  over het hele gewest”, vertelt Tim. “En zo maken we de stad nog aangenamer om te wonen ook.”

Een van de thema’s waar BRAL hard op inzet is de Brusselse luchtkwaliteit. “We zijn geëvolueerd van een organisatie die heel erg inzette op de technische oplossingen, rond voornamelijk het mobiliteitsprobleem, naar een organisatie die zoekt naar het ‘waarom’ van al die maatregelen. Op zich maak je niemand warm met technische oplossingen, maar wel met een verhaal waar iedereen kan achter staan. Het gaat over onze gezondheid." - Foto: © Bart Dewaele

Om het thema echt bij de mensen te brengen begon BRAL met Aircasters, een citizen science-project: individuele metingen van de luchtkwaliteit door de burgers zelf.

Liévin: “Op die manier meten de mensen de luchtkwaliteit in hun eigen straat en omgeving, de lucht die ze zelf dag in dag uit inademen. Zo’n verhaal slaat aan: plots willen duizenden mensen hun luchtkwaliteit meten. Op basis van die metingen creëer je een grote betrokkenheid en beginnen mensen zelf zaken op te zoeken. Zo ontwikkelde zich een verhaal over hoe en waarom we de stad willen veranderen. Een verhaal dat vertrekt vanuit storytelling, en niet vanuit droge cijfers. Op een gegeven moment zagen we dat het gemeenteplein in Molenbeek bezet werd door honderden kinderen met hun gezinnen en leerkracht die schonere lucht willen. Voor die momenten doen we het. Je merkt nu ook dat burgercollectieven dat plan gaan verdedigen in het publieke debat, dat vind ik een ongelooflijke verwezenlijking.”

“Ons citizen-science project, waarbij mensen de lucht die ze zelf dag in dag uit inademen meten, sloeg aan.Op basis van die metingen creëer je een grote betrokkenheid” Liévin Chemin, stafmedewerker luchtkwaliteit en mobiliteit

(Bekijk hier enkele filmpjes met getuigenissen van deelnemers aan het Aircasting project.)

Dat de metingen en het debat dat eruit volgde ook resultaat had op het terrein is wel duidelijk. “We zagen dat de Lage Emissie Zone (LEZ) werd uitgebreid naar het ganse gewestelijk grondgebied en dat het debat rond de woonstraten oplaaide.”, zegt Liévin. “In sommige gemeenten kregen we ook een breed en diep debat over de luchtkwaliteit en mobiliteit. En het werd een centraal thema in de recente gemeenteraadsverkiezingen, over de partijgrenzen heen. Dat was 4 jaar geleden ondenkbaar.”, vult Tim aan. 

KANSENGROEPEN BETREKKEN

Mensen die samenkomen om rond oplossingen te denken voor milieuproblemen, worden vaak in de hoek van de meer gegoede middenklasse gezet. Maar BRAL waakt erover dat ook kansengroepen betrokken worden. “In onze burgercollectieven of groepen van mensen die samenkomen om een bepaalde activiteit te organiseren of om over een bepaald onderwerp te praten zitten steeds mensen met heel diverse achtergronden: werklozen, studenten, medewerkers van Europese instellingen, gepensioneerden, … . Doordat je die diversiteit hebt leer je ook veel meer. De inbreng van andere standpunten zorgt ervoor dat we een heel representatieve boodschap kunnen brengen.”, vertelt Tim.

“Zo zorgen we ook voor meer wederzijds begrip”, vult Liévin aan. “De individuele metingen zeggen zoveel meer dan een paar globale cijfers over Brussel. Zo ervaart het profiel van de typische white collar, de hoogopgeleide werkende, een piek aan blootstelling op het moment dat hij naar het werk gaat, met de fiets bijvoorbeeld. En ‘s avonds bij het naar huis gaan terug een piek. Terwijl mensen die bezig zijn met het eind van de maand te halen veel meer blootstelling te verwerken krijgen, omdat ze bijvoorbeeld door de kostprijs van een woning gedwongen worden om in meer ongezonde buurten te wonen en vaker buiten zijn om bijvoorbeeld boodschappen te doen of hun kinderen naar school te brengen. Door die profielen naast elkaar te zetten delen mensen hun ervaringen en kunnen ze zich veel beter inleven in de situatie van een ander. Het doet mensen ook meer stilstaan bij hun gedrag. Mensen die de auto nemen gaan erover nadenken dat ze daarmee eigenlijk ook anderen schaden, doordat ze het linken aan de blootstelling van de ander. Vanuit die storytelling merken we dat mensen met verschillende profielen elkaar gaan verdedigen en hun strijd voor een schonere lucht zo versterken.”

‘In onze burgercollectieven werken we steeds met mensen met heel diverse achtergronden: werklozen, studenten, gepensioneerden, … . Door die diversiteit leer je ook veel meer. De inbreng van andere standpunten zorgt ervoor dat we een heel representatieve boodschap kunnen brengen” Tim Cassiers, stafmedewerker luchtkwaliteit en mobiliteit

STADSDEMOCRATIE

Het probleem van luchtvervuiling komt bij mensen in armoede nog bovenop een heel aantal andere gezondheidsproblemen, zoals een suiker- en vetrijk dieet, stress, geluid en slechte huisvesting.  “Ze hebben niet de luxe om in een ruim en goed verlucht appartement te wonen, en wonen doorgaans in de meest vervuilde wijken.”, vertelt Tim. “Akkoord, luchtkwaliteit is niet altijd hun eerste zorg. Dat kan ook niet, als je bezig bent met overleven. Maar ik ben nog niemand uit die wijken tegengekomen die het ok vindt om in vervuilde lucht te wonen. Het feit dat deze mensen vaak veel meer aan slechte lucht worden blootgesteld, draagt ook nog eens bij aan de sociale uitsluiting en de sociale onrechtvaardigheid. Het is dus van cruciaal belang dat we hen ook betrekken.”.

Om de kansengroepen te betrekken doet BRAL een beroep op externe partners. Zo werken ze vaak samen met wijkwerkers, de medische huizen en met bijvoorbeeld Buurtwinkel Anneessens als sociale cohesie-plek.
“Het is belangrijk dat we contact en vertrouwen opbouwen, en daarvoor hebben we die partners nodig. Het betrekken van die groepen gebeurt met wisselend succes, maar we werken aan een aantal projecten waarbij we dit nog meer willen proberen, samen met eerste lijn wijkwerkers of zelfs vrijwillige “community-organizers”, aldus Liévin. 

“We zijn ook gestart met een aantal projecten rond cocreatie: zo is er in de Matongé en de Zuidelijke Vijfhoek een traject opgestart om met bewoners aan sociale en infrastructurele wijk-ontwikkeling te doen. Die diversiteit van stemmen is daar heel belangrijk: we willen dat ze invloed hebben op de stadsvernieuwers, die met een heel technische bril kijken, maar soms te weinig aan de noden en troeven van de bewoners denken. Door het opzetten van een model van stadsdemocratie zorgen we mee voor een stad die voor zoveel mogelijk mensen een betere toekomst biedt.”, besluit Tim. 

Interview: Thijs Calu, educatief medewerker Arbeid & Milieu