PAD Heyvaart - Uitdagingen: densiteit temmen, plaats voor economische activiteiten bewaren en binnengebieden beschermen

De Richtplannen van Aanleg zullen het uitzicht bepalen van een aantal omvangrijke gebieden in onze stad voor de komende decennia. BRAL werpt een kritische blik op de belangrijkste strategische én (gedeeltelijk) wettelijk bindende plannen. In deze bijdrage: de Heyvaertwijk. De presentatie van deze PAD vind je hier.

De Heyvaertwijk maakt niet enkel deel uit van een Richtplan van Aanleg (RPA). De Heyvaertwijk is ook onderdeel van een programma voor stadsherwaardering: het Stadsvernieuwingscontract “Heyvaert-Poincaré”. Dit RPA herneemt dan ook de plannen die daarin worden naar voor geschoven voor deze perimeter, zoals bijvoorbeeld het Kleine Zennepark (“parc de la Senette”). Daarnaast zijn er tal van projecten lopende in het kader van wijkcontracten. Kortom, dit RPA is een pragmatisch plan dat voortbouwt op andere plannen. De meerwaarde van het RPA zal moeten blijken uit het verfijnen en -vooral - kaderen.

Proof of the pudding

De strategische visie schuift algemene ontwikkelingsprincipes naar voor (‘de wijk als aankomststad’, ‘de productieve wijk,’ verhogen van de levenskwaliteit etc.). Wat de concrete gevolgen zijn van deze principes, is niet altijd duidelijk. Toch niet in de versie die werd voorgesteld en die op de website staat. We pleiten ervoor dat de uiteindelijke strategische visie te verfijnen. Door in te zoomen op perceelsniveau – het gaat vaak om grote percelen - kan men zo’n visie gebruiken om onderlegd projecten bij te sturen. Zo kan het eerste luik van het RPA dan toch nog meer worden dan een vodje papier met mooie intenties.

Het grote belang van dit RPA zit hem vooral in het reglementerende luik. Dat creëert een wettelijk kader voor wat reeds beslist is in bijvoorbeeld het stadsvernieuwingscontract. Maar het wil ook evoluties kaderen die aan de gang zijn. En daarmee geeft het Gewest zich een instrument om op een of andere manier zijn strategische visie (of een stukje daarvan) af te dwingen. Hoe? Niemand die het ons kan zeggen. Hoe dan ook: dit zal the proof of the pudding zijn.

Densiteit temmen

Wat wil men dan kaderen? Heel concreet gaat het om bouwaanvragen van eigenaars die graag hoge dichtheden (en dus winst) gerealiseerd willen zien. Zij laten hun oog vallen op deze locatie omdat het ernaar uitziet dat de wijk aantrekkelijk wordt dankzij het park en dankzij het (mogelijks) gedeeltelijke wegtrekken van de autohandel.  Door dat laatste zou er ook plots de nodige ruimte vrij komen.

Zou, want het is ondertussen duidelijk dat de autohandelaars niet en masse zullen vetrekken richting Voorhaven (Haren). Niemand was geïnteresseerd om het Roll on- Roll off – project (RoRo) te ontwikkelen zoals de Haven van Brussel en het Gewest dat hadden gewild. En de autohandelaars staan niet te springen naar Haren te verhuizen. Waarschijnlijk komt er dan ook een light-versie van het project: een deel van de autohandel verhuist en een deel blijft in de wijk. Dat is nog even koffiedik kijken, maar diegenen die willen/kunnen vertrekken, maken nu al plannen om hun terrein zo goed mogelijk te rentabiliseren (lees: zoveel mogelijk laten opbrengen) en willen liefst zoveel mogelijk appartementen realiseren. Ook publieke ontwikkelaars zoals Citydev dromen van grote dichtheden. Attractiepolen voor deze grote plannen zijn het Kleine Zennepark én het kanaal. 

Anticiperend op een blijvende aantrekkingskracht van de Kanaalzone, zegt men te willen vermijden dat er aan het kanaal ‘een dijk van appartementsgebouwen’ zou ontstaan zoals aan de Belgische kust. Ook het park mag trouwens niet ommuurd mogen worden door te hoge blokken. Dat moet nu eenmaal ook kunnen ademen. Een zekere cadans en afstand lijken gepast. Ook daar worden best regels voor opgesteld.

Fijn dat men één en ander wil omkaderen (en blijkbaar ook temperen) maar we wijzen er graag op dat er eigenlijk al binnen de huidige wetgeving geen plaats is voor al te speculatieve dromen.

Maar laat ons positief zijn: het is beter dat het gewest één en ander in goede banen probeert te leiden dan dat elke gemeente apart oordeelt over afwijkingen of bijzondere bestemmingsplannen ‘op maat van’ gaat opstellen. Helaas zitten we opgescheept met een soort van uitzonderingsstedenbouw, waar uitzonderingen op het kader bijna de regel werden, waar gemakkelijk van af te wijken was met openbare onderzoeken en dergelijke. We hopen daarom op een duidelijk en coherent kader op gewestelijk niveau.

Over wat men dan wel zou willen toelaten, blijft men zeer vaag. Er zou wel wat hoger kunnen gebouwd worden dan nu kan op sommige plekken, een ietsiepietsie. De vraag is of dat wel nodig is en zo ja: heeft men gedacht aan het capteren van de meerwaarde die men daarmee creëert? Of gaat het om publieke gronden? Hoe dan ook: voorzichtigheid is geboden.

Plaats voor economische activiteiten bewaren

En tweede kwestie: hoe willen ze vermijden dat de woonfunctie de overhand neemt en economische functies zullen verdwijnen. Een stad vol werklozen, daar zit niemand op te wachten. Een eerste bedenking is het feit dat autohandel ook een economische functie is. Die moet dus niet ‘weggepest’ worden om plaats te maken voor woningen of onzekere andere economische functies.

Binnengebieden beschermen

Een ander element zijn de grote binnengebieden, open gebieden die ingesloten worden door bouwblokken. We pleiten voor het behoud ervan en dus voor regels die het onmogelijk maken ze te verkavelen. De grootte van de binnengebieden laat de optie open dat er zich opnieuw economische activiteiten vestigen en dat er plaats is voor de daar vaak bijhorende logistiek. Anderzijds is het ook een moment om na te denken om de vaak gebetonneerde binnengebieden meer (regen)doorlaatbaar te maken of deels te vergroenen.

BRAL geeft al deze opmerkingen ook door aan Perspective.Brussels. Wil je ook reageren op de infomomenten van de PAD’s? Dat kan nog snel! Stuur een mail naar pad-rpa[a]perspective.brussels tot en met vrijdag 6 juli.

Heb je vragen over deze PAD? Contacteer dan steyn[a]bral.brussels.