Papenvest: pak uitdagingen beter aan

Foto: Inter-Environnement Bruxelles

 BRAL reageerde op het openbaar onderzoek van de Papenvest. De vervallen staat van de sociale wooncomplexen langs de Papenvest is een uitgelezen kans voor de Stad Brussel en Brusselse Woning om kwalitatieve sociale huisvesting en voorzieningen in te richten en de publieke ruimte en het mobiliteitsbeleid te verduurzamen. Het huidige project komt niet tegemoet aan deze uitdagingen en zal eerder een negatieve impact op de wijk hebben. Lees hier onze reactie.

De kwaliteit van de openbare ruimte wordt verlaagd 

De stelling dat ‘het groenste gebouw het gebouw is dat al bestaat’ gaat in dit geval inderdaad niet meer op, gezien de slechte staat van de vijf torens. Het verbaast ons echter dat bij het nieuwe ontwerp van dit project geen rekening is gehouden met de kwaliteiten van de bestaande inplanting. 

De bestaande inplanting van de site doet duidelijk denken aan de naoorlogse woonwijken in de tweede Brusselse kroon. Verre van ideaal, maar niettemin is er heel wat open ruimte tussen de torens, en sluit de site aan op de omliggende buurt. Belangrijk hierbij is dat de gebouwen niet aan de straatkant zijn gebouwd. Het nieuwe ontwerp voorziet dan weer meer bebouwing aan de straatzijde (Zuidblok, Noordblok, Middenblok), en wijkt zo wel heel drastisch af van de bestaande inplanting. We stellen ons vragen bij de impact hiervan op de kwaliteit van de open ruimte in deze zone, alsook bij de impact van deze bebouwing op de woningen van de omwonenden. De balans tussen densiteit, hoogte, en open ruimte moet herbekeken worden.   

Naast de vermindering van de openbare ruimte zorgt de keuze voor bebouwing aan de straatzijde er ook voor dat de omwonenden mee de impact zullen voelen. Zo zal het gedeelte van de Papenvest #96-114 de schaduw van de geplande Zuidblok over zich heen zien komen: deze blok (R+5) komt op minder dan tien meter van de bestaande woningen (R+1). De foto hieronder geeft een idee van de situatie.  

Mobiliteit 

Er worden op het vlak van mobiliteit keuzes gemaakt zonder dat er duidelijkheid is over het aangekondigde nieuwe mobiliteitsplan van de Stad Brussel. Dat maakt dat het ook voor Brusselaars heel moeilijk is om te reageren op deze plannen. Hoe kunnen we de impact inschatten van de voorliggende maatregelen als niet geweten is wat het toekomstige mobiliteitsplan is voor de omliggende straten en de Vijfhoek in het algemeen? 

Het effectenrapport vermeldt zelf dat het autoverkeer zal toenemen, maar onderschat vervolgens volgens ons de impact van dit verkeer op de wijk. Momenteel geven buurtbewoners al aan dat het verkeer in de Papenvest regelmatig vast staat, en dat de impact van dit gemotoriseerd verkeer op de luchtkwaliteit en leefbaarheid in de wijk groot is. We zijn het dan ook niet eens met de conclusie in het effectenrapport dat het voorgestelde plan geen significante impact zal hebben op het autoverkeer in de wijk ondanks een toename in autoverkeer. We verwijzen hier ook naar de recente metingen van luchtvervuiling (NO2) door Les Chercheurs d’Air, waaruit duidelijk blijkt dat de impact van het gemotoriseerd verkeer op de luchtkwaliteit (en dus de publieke gezondheid) in de Vijfhoek bijzonder groot is.

Op het vlak van parkeren maakt het project de keuze om ondergrondse parkeerplaatsen aan te leggen (176 bijkomende plaatsen). Ook dit brengt uiteraard heel wat verkeer met zich mee. Tegelijk zien we weinig aandacht in dit project om mensen meer aan te zetten tot deelmobiliteit. Zo zou het aantal privé parkeerplaatsen verminderd kunnen worden ten voordele van gedeelde plaatsen (en dus het aantal in totaal verminderd).  

Positief in het plan is de keuze om meer fietsparking te voorzien op en rond de site. Dit is inderdaad een noodzakelijke en goede keuze. Hoe het fietsverkeer zal verlopen in en rond de site is dan weer erg onduidelijk. Zoals eerder gezegd wordt er heel wat open ruimte weggenomen, en zullen fietsers en voetgangers nog minder ruimte moeten delen met het autoverkeer.  

Sociale huisvesting  

Naast de ruimtelijke kwaliteiten van het project, is er natuurlijk de belangrijke vraag: voor wie richten we dit stadsdeel in? Wie komt er wonen? We betreuren de keuze om het aantal sociale woningen in het stadscentrum zo drastisch te verminderen, terwijl de nood aan sociale huisvesting zo hoog is. Het effectenrapport wijst erop dat er nu heel wat sociale woningen op deze site leeg staan, maar dat komt natuurlijk ook omdat ze in hun huidige staat ongeschikt zijn. Wij juichen het dan ook toe dat men de kwaliteit van de woningen wil verbeteren door een nieuw, modern en kwalitatief aanbod van woningen te bouwen. We betreuren echter dat men ervoor kiest om minder sociale woningen te voorzien. Waar zullen de mensen worden ondergebracht die hadden kunnen profiteren van een van de 112 sociale woningen die nu voor ‘middeninkomens’ voorzien zijn? Openbare ruimte is een schaars goed in Brussel en we moeten er gebruik van maken wanneer ze ideaal gelegen is, in plaats van de begunstigden systematisch naar de tweede ring te sturen, naar Neder-Over-Heembeek of Haren, bijvoorbeeld. Ook in het stadscentrum moeten we voldoende aanbod voor mensen met een laag inkomen blijven voorzien. 

De keuzes die nu gemaakt worden, verminderen de kwaliteit van de publieke ruimte én verlagen het aanbod betaalbare woningen voor mensen met een laag inkomen. Dat maakt dat het geheel weinig duurzaam en weinig sociaal is.  

Waarom niet van het bestaande vertrekken?   

Het geval van de Papenvest is een belangrijke les voor Stad Brussel en Brusselse Woning. Had men de sloop-heropbouw van de vijf torens kunnen vermijden als deze complexen uit de jaren zestig waren gerenoveerd? Mogelijks.   

Bij BRAL dringen we erop aan dat er rekening wordt gehouden met het bestaande, zelfs wanneer de ontwikkelingen uit het verleden onvolmaakt zijn. Dit grote open terrein heeft bepaalde kwaliteiten die als basis hadden kunnen en moeten dienen voor de toekomstige ontwikkeling van het vijf blokken gebied. Naast de gebouwen, waarvan de meeste niet meer bewoonbaar zijn, bezit het terrein twee kwaliteitskenmerken: het bomenbestand dat zich in de loop van vele decennia heeft ontwikkeld en een sporthal voor de wijk. 

Het Bruzz artikel wijst op de koelte rond de vijf blokken. De vervanging van openbare ruimte door privé groene ruimten en de afscherming van het blok door bebouwing aan de straatkant zullen de bewoners niet in staat stellen om bij warm weer af te koelen.   

De sporthal die in 2002 werd gebouwd in het kader van het Wijkcontract Papenvest, zal volledig worden afgebroken en enkele meters verderop worden heropgebouwd. Was het niet mogelijk om dit recent en functioneel gebouw te integreren in toekomstige ontwikkelingsplannen? Wat zijn de wettelijke bepalingen wanneer een gemeente een gebouw sloopt dat grotendeels door een gewestelijke overeenkomst is gefinancierd?   

Bij het lezen van de bezwaarschriften die door omwonenden en verenigingen zijn verstuurd en de opmerkingen die in Bruzz zijn gemaakt, vragen we ons af of de betrokkenen wel van tevoren zijn geraadpleegd. In wat voor soort privé- en openbare ruimten zouden de bewoners van sociale woningen willen wonen? Aangezien de aanwezigheid van sociale woningen de buurtbewoners niet stoort, hoe zien zij hun samenleven met dit fragiele en gemengde publiek in een gebied dat dichtbevolkt moet blijven?   

De heraanleg en wederopbouw van het gebied geeft ons de indruk dat de projectleiders een grote kans hebben laten liggen om de stad op een inclusieve, duurzame en aangename manier mee op te bouwen. Aangezien de vergunning nog niet is verleend, hopen wij dat Stad Brussel en Brusselse Woning rekening zullen houden met de constructieve opmerkingen en zullen inzien dat het absoluut noodzakelijk is geen sociale woningen te vervangen door doorsneewoningen in een snel veranderende wijk die een gediversifieerde bevolking moet behouden. 

Benjamin Delori