RPA Herrmann-Debroux: meer dan een mobiliteitsproject

De PAD Herrmann-Debroux draait grotendeels rond het hertekenen van een van de grootste toegangspoorten tot de stad. Het beoogt op termijn de afbraak van het viaduct van de E411. In de plaats moet een stedelijke boulevard komen. Deze vormt niet langer een breuk in het stedelijk landschap, maar laat ruimte voor dwarsverbindingen en verhoogt de levenskwaliteit.

Stedelijke boulevard

BRAL juicht toe dat deze PAD een van de grootste littekens van de autostad aanpakt. De uitdagingen zijn echter enorm. Dagelijks stromen er langs dit viaduct 101.000 auto’s Brussel in en uit. Dat moeten we minstens halveren om een stedelijke boulevard mogelijk te maken. BRAL blijft herhalen dat de zonale heffing hierin cruciaal is. Zonder dreigt een aanzienlijk deel van deze autostromen over te lopen in de omliggende wijken. Alleen als je als automobilist de juiste kostprijs betaalt voor je verplaatsing, ga je de alternatieven overwegen.

Waar komt mobiliteit in al zijn vormen best samen?

De PAD zet volop in op de realisatie van een mobiliteitsknooppunt, gekoppeld aan een nieuw te ontwikkelen P+R. De PAD stelt voor om deze te ontwikkelen ter hoogte van de ADEPS site, onder de rijweg.

Hoe overtuig je een automobilist, die al een uur in de file stond, om dicht bij de stad te parkeren om over te stappen op het openbaar vervoer?

BRAL stelt zich ernstige vragen bij de keuze voor deze locatie. Hoe ga je de automobilist – die vanaf Waver al bijna een uur staat aan te schuiven - overtuigen om de wagen achter te laten op het moment dat hij bijna ter bestemming is? Op een plaats die niet op de metro ligt? Voor BRAL moet de P+R verder van de stad. Ter hoogte van Jezus-Eik ligt de E411 volledig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. BRAL stelt voor om de mogelijkheden om daar een mobiliteitshub met P+R te ontwikkelen uitgebreid te onderzoeken, in samenspraak met het Vlaams gewest en de gemeente Overijse.

Openbaar vervoer uitbouwen

Het uitbouwen van het openbaar vervoer, in afstemming met de P+R-locatie is hierin cruciaal. De PAD stelt hier twee elementen voor:

1) de verlenging en splitsing van tramlijn 8 tot aan ADEPS; en

2) waar mogelijk aparte busbanen langs de E411.

Voor BRAL kunnen aparte busbanen op korte termijn een oplossing bieden. Deze kunnen snel in plaats gesteld worden, over de hele lengte aan Delta, zowel stadsinwaarts als stadsuitwaarts. Nu is er de absurde situatie dat er enkel een busstrook ligt richting stad tot aan de ADEPS-site. Dit deel van de E411 ligt namelijk op Vlaams grondgebied, en dus voorziet de Vlaamse overheid de inrichting ervan voor de bussen van De Lijn. Staduitwaarts ligt de E411 echter tot aan Jezus-Eik op Brussels grondgebied. Daar dus geen busstrook.

Op lange termijn zag BRAL graag een hoogwaardige oplossing voor het openbaar vervoer richting het hinterland, die ondertussen ook een P+R ter hoogte van Jezus-Eik kan bedienen. Kan de metro doorgetrokken worden? Of de tram? Of een hoogwaardige busverbinding? Wij zetten hier geen a priori, maar vragen een ernstige studie.

Landschap

Het plan houdt weliswaar rekening met het grote belang van de Woluwevallei maar benadert deze vallei wel vooral vanuit een visuele invalshoek. Het ecologische aspect en de biodiversiteit lijken daarbij minder belangrijk. Natagora gaat hier dieper op in hun bezwaarschrift. 

Alvast goed: in de effectenstudie wordt aanbevolen om de Watermaalbeek weer aan te sluiten op Woluwe. Nog beter zou zijn dit idee in te schrijven in het reglementaire luik. Zo zijn we er zeker van dat het blauwe netwerk effectief versterkt wordt.

PADbeton?

Zoals gezegd leggen wij de focus op het mobilititeitsverhaal maar de geplande bouwwoede die er mee gepaard gaat, is niet van de poes. Het omvormen van een autostrade naar een ‘boulevard’ maakt namelijk heel wat gebieden aantrekkelijker om te wonen. En er zijn natuurlijk de prachtige Woluwevallei, het Rood Klooster en het Zoniënwoud, als aantrekkingspolen. Deze PAD omvat eigenlijk verschillende sub-PAD’jes, zoals Delta, Beaulieu, de ‘driehoek en Demey.

Vooral de plannen voor Demey zorgen voor een opstoot aan protest. Buurtbewoners verzamelden zich in het collectief PAD Beton tegen wat ze een overdreven densificatie van de site vinden (zie ook de bijlages onderaan).

Ze hebben zeker een punt wanneer ze zeggen dat het geplande park veel te klein is. De effectenstudie zegt namelijk dat het park “een minimale breedte van 50 m heeft en de gehele lengte van de site (390 m) beslaat’ (p 44 van de niet-technische samenvatting). In het strategische luik lezen we dan weer van “het park heeft een minimale breedte van 27 meter” (pagina 174). Wat is het nu?

Hoe dan ook: de gewenste verdichting en hoogte van de gebouwen vereist 50 meter zoals de effectenstudie aangeeft. Door de hoogte van gebouwen errond zou het parkje van 27 meter breed grotendeels in de schaduw komen te liggen.

Daarnaast pleiten de omwonenden voor het behoud van hun uit de kluiten gewassen collectieve tuin. “Les jardins de la vignette”. Die is momenteel ideaal gelegen: goede grond, zichtbaar vanaf de straatkant en toegankelijk voor mensen met beperkte mobiliteit. Terechte bezorgdheden dus die niet zomaar opzij kunnen geschoven worden als ‘angst voor hoogbouw’. Je vindt hun belangrijkste opmerkingen in bijlage.

Reageer nog tot 9 december

Lees de plannen op de website van PerspectiveVan 10 oktober tot en met 9 december 2019 is het ontwerp van Richtplan van Aanleg (RPA) ‘Delta-Herrmann-Debroux’ in openbaar onderzoek in de gemeenten Oudergem, Watermaal-Bosvoorde, Elsene, Sint-Pieters-Woluwe, Sint-Lambrechts-Woluwe, Ukkel, Etterbeek en Stad Brussel. Reageer ook via het formulier!