Trammendebat NOH: wat hebben we geleerd?

Vier juni jongstleden organiseerde stadsbeweging BRAL, in samenwerking met GC Nohva en De Groene Wandeling/La Promenade Verte, een debat over de tramplannen in en rond Neder-Over-Heembeek. Het verslag!

Er is niet enkel het tramplan van de MIVB om NOH beter te verbinden met centrum. Ook de Rand vindt binnenkort haar weg naar NOH dankzij de Ringtrambus van Brabantnet. Of toch bijna.

Hoog tijd dus om de twee projecten eens naast elkaar te leggen. Jacques Evenepoel (MIVB) en Joost Swinnen (Brabantnet/De Lijn) waren de centrale sprekers. Maar het massaal opgekomen publiek kreeg de hoofdrol.

Je vindt onderaan deze pagina de presentaties van De Lijn over Brabantnet (de Ringtrambus incluis) en van de MIVB over de plannen om NOH te ontsluiten (ont-sluiten = verbinden) met een tram. We zetten de voor ons opvallendste elementen op een rij.

Het tramtraject van NOH naar het centrum ligt nog lang niet vast.

  • Het traject van de tram die NOH met het centrum moet verbinden ligt nog lang niet vast! Er werden weliswaar al voorbarig een aantal ideeën naar voren geschoven (wat voor verwarring zorgde) maar het externe studiebureau dat de impactstudie gaat uitvoeren, krijgt wel degelijk de vrije hand om tot een zo objectief mogelijk verhaal te komen.
    De impactstudie vertrekt dus van een carte blanche. Er worden en gros twee corridors bestudeerd waarbinnen vele varianten mogelijk zijn. Van elke variant worden de voor- en nadelen bestudeerd. Pas dan wordt een voorkeurstraject naar voren geschoven. Dat zou eind 2019 gebeuren. Een begeleidingscomité van buurtbewoners volgt de studie voor het tracé op (https://www.brusselsamen.be/p/news/451 ). In december voorziet de stad gedurende een maand extra participatiemomenten. De volledige planning vind je in de slides. Als alles goed gaat, kan de tram er liggen tegen 2025.
  • Die tram zou niet tot in het centrum van Brussel-Stad lopen, maar zou stoppen aan het Noordstation waar je zou moeten overstappen. Dit zal sowieso ook het geval zijn met de huidige tram 3 wanneer de plannen voor de nieuwe Noord-Zuid Metro worden doorgevoerd.

Moest ik hier wonen: ik zou zeker vragen dat de tram wordt doorgetrokken – Joost Swinnen, Brabantnet/De Lijn

  • Het debat over de nood aan een tram blijft levendig. Wat is er mis met een bus of een trambus (zie verder)? Volgens de MIVB hebben gewone bussen simpelweg een te kleine capaciteit voor de grote vraag naar openbaar vervoer nu en (vooral) in de toekomst. Een tram is dan de meest logische optie om te voorzien in een efficiënt openbaar vervoer met een grotere capaciteit. Volgens De Lijn, dat evaring heeft met trambussen, is een trambus van en naar NOH geen goed idee. De sporen voor tram 3 naar het centrum liggen er al en het zou vreemd zijn om voor de rest van het traject een trambus in te zetten. Dan blijf je zitten met een ongelukkige overstap zoals nu aan halte Heembeek. “Moest ik (Joost Swinnen) hier wonen: ik zou zeker vragen dat de tram wordt doorgetrokken”.
  • Een trambus is wel een goed (tijdelijk?) alternatief voor de aanvankelijk geplande Ringtram omdat dit kan voortbouwen op een (grotendeels) bestaand bustracé. Je krijgt dus één lang traject. Een trambus kan ook een oplossing bieden voor het protest tegen de tram op enkele knelpunten in Vilvoorde. Bekijk het traject van de Ringtrambus op de foto.
  • De indiensttreding van de trambus is voorzien in september 2019. Wel moet er nog een akkoord gevonden worden met de stad Brussel voor het deel op de Romeinsesteenweg.

De communicatie en betrokkenheid naar de (Franstalige) Brusselaar was gebrekkig. Dat geeft De Lijn ook zelf toe en ze geeft aan dit in de toekomst te willen verbeteren.

  • Wat betreft de Romeinsesteenweg: een bewoner van de Brusselse kant van de straat wijst (terecht) op het volledige gebrek aan communicatie over de Ringtrambus naar de Brusselaars toe. De Lijn geeft toe dat ze zeker wat betreft de Franstalige Brusselaar te kort schoten qua communicatie en betrokkenheid. Voor bv. de inwoners van de Sint-Annalaan in Strombeek en Koningslo wordt daar wel tijd en energie ingestoken (zie bv deze brief). De Lijn zegt deze opmerking over de slechte communicatie naar de Brusselaars toe mee te nemen.
  • ‘’Hoe zit het met de samenwerking tussen de MIVB en De Lijn?’ was ook een cruciale vraag in dit debat. Beide heren beamen dat ze geregeld samen zitten om plannen en visies uit te wisselen. Nuance: Bij de MIVB is de (politieke) opdracht explicieter om in te zetten op verbindingen binnen Brussel terwijl De Lijn ook duidelijk de opdracht kreeg verbindingen te leggen met Brussel. In Vlaanderen wordt er dus meer intergewestelijk gedacht dan in Brussel.
    echnisch gesproken is het ook perfect mogelijk via het MOBIB-systeem naar één ticket voor beide operatoren. De politieke discussies over die samenwerking en een hypothetisch eengemaakt tarief lopen echter al vele jaren.

Vlaanderen denkt meer intergewestelijk dan Brussel. Toch loopt de politieke discussie over het hypothetisch eengemaakt tarief al vele jaren.

  • Over de concrete aansluiting van de geplande tram door NOH met de Ringtrambus bleef de uitwisseling echter vaag. De twee trajecten zijn (nog?) niet op elkaar afgestemd. Een mogelijk aanknopingspunt aan/onder de Ring (al dan niet met wat overstapparkings erbij) blijkt technisch moeilijk te zijn (o.a. door leidingen onder grond). Kortom, verder onderzoek is nodig. We hopen alvast dat het ook een politieke prioriteit wordt dat deze lijnen elkaar vinden. Uit de zaal werd er ook gewezen op de mogelijkheid/noodzaak sneller in het UZ van Jette te geraken. Een aantrekkingspool die nu slecht bereikbaar is voor zowel ‘klanten’ als het personeel. De MIVB pikt daarop in door erop te wijzen dat het doortrekken van de tram 9 van het UZ Jette naar de Heizel de ontsluiting van het UZ ook al wat zal verbeteren.
  • Op de vraag of de MIVB wel kon omgaan met de drassige grond en de vele verzakkingen aan bv. de Oorlogskruislaan, kwam het laconieke antwoord dat we er dan ineens … een metro bij zouden hebben. De MIVB maakt zich echter hard de technische bagage in huis te hebben om hier goed mee om te gaan. Ze legden al tramsporen in veel uitdagendere omgevingen. Aanvullend was er de vrees voor lawaaihinder: die zou door moderne materialen beperkt zijn. We geven mee dat het belletje van de tram (tingting!) ook tot de ongerustheden behoort.
  • Wanneer het tracé van de NOH-tram gekend is, worden ook de bustracés aangepast. Dit is steeds zo wanneer nieuwe projecten voor het openbaar vervoer van start gaan. Bustracés blijven belangrijk voor het fijnmazige, lokale netwerk. Gezien het reliëf van NOH gaan de bestaande en nieuwe tracés voornamelijk in oost-west richting en volgen ze de hoogtelijnen. Buslijnen zouden in dit geval meer noord-zuid lopen en dus dwars door de natuurlijke hellingen van NOH. Op de vraag of de bus 47 wel tot in Vilvoorde zou blijven gaan, was het antwoord duidelijk: niemand dacht bij de MIVB eraan dit ‘verworven recht’ terug te draaien.

Het hertekenen van het openbaar vervoer in NOH is een kans om ook te kijken naar de algemene mobiliteit in de wijk.

  • Iemand merkte op dat het hertekenen van het openbaar vervoer in Neder-Over-Heembeek (en omstreken) een kans is vérder te kijken en de algemene mobiliteit in de wijk onder de loep te nemen. Waarom niet ineens onderzoeken of er zo meer autoluwe straten kunnen gerealiseerd worden? En wat met de link met de stedenbouw? Nu hinkt het openbaar vervoer achterop op de gecreëerde vraag door de komst van nieuwe woningen, scholen etc. Het kan ook sturend werken.

Veel dank aan Jacques Evenepoel (MIVB) en Joost Swinnen (Brabantnet/De Lijn) als centrale sprekers van de avond. En natuurlijk ook aan onze partners in crime GC Nohva en De Groene Wandeling/La Promenade Verte N-O-Heembeek.