Feeling hot, hot hot!

Begin juli was er een rood-groen robbertje in de kranten over de ruigte Josaphat. We lazen bij beide kleuren dingen die ons aanstaan. Volgens ons is het mogelijk om tot een afkoeling van de gemoederen én van de stad te komen. Plan B Josaphat dient voor ons nog steeds als leidraad. 

Wat staat ons aan bij Smet en Vervoort: 

  • « On ne serait pas fichu de réaliser nos priorités sur des terrains dont nous sommes propriétaires ? » Inderdaad, een regering heeft meerdere prioriteiten die ze moet afwegen en idealiter kan combineren. Team Leopold III heeft in het plan B Josaphat een aantal simulaties gemaakt van hoe die combinatie groen en wonen mogelijk is. Mét sexy toren voor de liefhebbers.  

  •  « Aujourd’hui, comme à Josaphat, on pense d’abord aux espaces verts puis au moyen d’y intégrer les bâtiments.» Goed zo! Want die groene ruimte heeft meerdere functies. Het gaat niet enkel om een plezant fietstochtje door de velden. Het gaat ook om de levensnoodzakelijke afkoeling van de stad en zijn inwoners, bijvoorbeeld. En dan loont het trouwens niet om smalend te doen over het platteland. Het platteland heeft een belangrijke functie voor de stad – niet enkel qua voedselvoorziening: “In Brussel ligt de temperatuur tot vier graden hoger dan op het platteland, omdat beton warmte vasthoudt. Daarom is het belangrijk de open ruimte rond steden te behouden. Als je op de juiste plekken – rekening houdend met de windrichtingen – landbouwgebieden creëert, krijg je het effect dat koelere lucht de stad wordt ingeblazen, waardoor de stad afkoelt.” 

  • « Il faut impliquer les gens dès le début des projets, et pas à la fin.» Volmondig akoord! Waarom is dit niet met de PAD Josaphat gebeurd? Had de regering aan cocreatie gedaan van bij het begin van de PAD Josaphat, dan had het nu waarschijnlijk niet zo gecontesteerd geweest. Belangrijke les voor de toekomst en we zijn benieuwd hoe ze dat gaan aanpakken. Met ons voorstel leuren we al enkele jaren, dus we geven het ook hier nog eens mee.  

Wat ons aanstaat bij Van den Brandt en Maron: 

  • “De friche Josaphat is een van de zeldzame onbebouwde open ruimtes die ons resteren. Als we daar bouwen, dan knippen we die netwerken op en het is net via die netwerken dat de warmte in de zomer zal kunnen ontsnappen. Het is ook belangrijk voor recreatie en het blijkt een zone van groot ecologisch belang.” Akkoord, een goede balans vinden daarin is belangrijk en niet onmogelijk. 

  • “We hebben meer woningen nodig en vooral ook een beleid dat ervoor zorgt dat die woningen ook financieel toegankelijk zijn.” Inderdaad! Met PlanB bewezen we dat er veel goede ideeën zijn in het Brusselse middenveld om dit mogelijk te maken zonder waardevolle sites als Josaphat vol te bouwen. 

  • “Er was een enorme hoeveelheid reacties op het openbare onderzoek en daar moeten we rekening mee houden.” Met veel dank aan het middenveld en de Brusselse actiegroepen die massaal hebben opgeroepen om deel te nemen. Dankzij die inspanning is de druk op deze regering verhoogd! 

  • “Er is in Brussel een belangrijke ongelijkheid in toegang tot een groene ruimte in je buurt.” Wil je meer weten over wat die ongelijkheid betekent en waar, raadpleeg dan de presentatie van Simon De Muynck van het Centre d’Ecologie Urbaine van op ons Bomencafé. Groene ruimtes geven ook de ruimte aan mensen om gezondere lucht te ademen, nog zo'n belangrijke ongelijkheid in Brussel zagen we met CurieuzenAir

Wat ons bezorgd maakt bij Smet en Vervoort:  

  • « Quand le projet est bon, tu fais ça malgré eux, et à la fin ils sont contents. » Visie en leiderschap zijn goede kwaliteiten voor een politicus, maar ze mogen niet ten koste gaan van zeggenschap. Visie mag niet leiden tot het uitsluiten van mensen. Zoals hierboven gezegd is het goed om burgers te betrekken in het begin van projecten. Burgers beseffen ook wel dat ze niet alles kunnen krijgen wat ze willen, maar het spel van cocreatie kan pas gespeeld worden als alle spelers van in het begin aan tafel zitten. En als het spel volgens goede spelregels werd gespeeld, kan men zich dat al niet verwijten – mag men doorzetten, maar mag men ook nog steeds gefundeerde kritiek verwerken. 

  • « Certains font parfois croire que la biodiversité est en danger à Bruxelles. » De biodiversiteit in Brussel is in gevaar.
    We citeren de website van Brussel Leefmilieu :  
    « Toutes les espèces présentes (bactériologiques, unicellulaires, mycologiques, végétales et animales) leur patrimoine génétique, les interactions qu’elles génèrent entre elles et leurs écosystèmes constituent la biodiversité bruxelloise. Malheureusement, cette biodiversité, à l’instar de ce qui se passe ailleurs, est aujourd’hui menacée. L’urbanisation croissante qui fragmente les habitats spécifiques à la faune et à la flore, les pollutions, les changements climatiques, la fréquentation importante de certains espaces verts, l’arrivée d’espèces exotiques envahissantes, l’assèchement de zones humides… rendent vulnérables de nombreuses espèces vivantes ou menacent directement leur survie. De plus, s’ajoute un effet boule de neige : la faune et la flore nouant entre elles des relations complexes et fragiles, la disparition d’une espèce ou la dégradation d’un habitat peuvent dérégler tout un écosystème. Pour préserver sa biodiversité (et suivant en cela les recommandations de l’Europe), la Région de Bruxelles-Capitale a mis en place un ensemble d’instruments. Il est important de les connaître. Dans cette course contre la montre, chacun à un rôle à jouer. Vous aussi. »  
    We begrijpen het wel, transversaal werken is moeilijk, maar de basis is wel een vertrouwen in de analyse van de experten aan de andere kant van de tafel. 

Wat ons bezorgd maakt bij Van den Brandt en Maron: 

  • “De werkelijk gebruikte kantoorruimte gaat in de komende vijf jaar nog met 20 procent krimpen.” Een verontrustende ontwikkeling die al langer in Brussel wordt aangeklaagd, bijvoorbeeld met de campagne Leegbeek, die we meehielpen opzetten. In Leegbeek is er al jaren meer dan 6 miljoen m² leegstand. De reconversie van de Proximustorens is een goeie testcase om een visie voor te bereiden. Alleen jammer dat middenveld en burgers niet betrokken waren bij de projectvergaderingen.

  • “We kunnen misschien het gaspedaal indrukken wat de sociale verhuurkantoren betreft.” Elke ingreep die het sociale woningaanbod verhoogt, moet besproken worden, maar tegelijk moeten we ook blijven nadenken over hoe goed dit beleid werkt. In een recent interview wijst Manuel Aalbers, professor in sociale en economische geografie, erop dat sociale verhuurkantoren veel kosten en niet altijd kwaliteit leveren. Dus we moeten blijven nadenken over de rol van de overheid: wat doet ze zelf en waar schakelt ze de markt in?  

  • “We hebben een visie nodig over een deel van de ongebruikte ruimte om te zetten in woningen. Die wordt op dit moment bediscussieerd in de regering in het kader van de hervorming van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP).”  
    Op donderdag 23 december 2021 nam de Brusselse regering het besluit om de wijzigingsprocedure van het GBP in te zetten. Hopelijk wordt dat aan een gedegen openbaar onderzoek onderworpen? 

  • “We waren het eens over de methodologie om met richtplannen te werken.” Dat proces is op zich niet perfect. We geven onze tips nog eens mee ter conclusie. 

Conclusie: Strategische én participatieve planning

We ondergaan op dit moment een omslag van ‘government’ naar ‘governance’. We hopen dat dit een transitie is van eenzijdige overheidsplanning naar een geïntegreerd en participatief planningsproces. Dat komt niet enkel het democratische karakter van onze stad ten goede. Ook de kwaliteit van onze stadsplanning gaat er zo op vooruit.  

“Stadsplanning mag niet beperkt worden tot een technisch verhaal. Het gaat bij stadsplanning immers om het vormgeven van de stad, en wat BRAL betreft gebeurt dat niet enkel door de Brusselse overheden maar worden Brusselaars daar actief betrokken.” - BRAL in "Van droom naar daad"

“De manier waarop de overheid vormgeeft aan de stad heeft ze de afgelopen jaren grondig aangepast. Het meest in het oog springend was de intrede van het Richtplan van Aanleg (RPA). Plan d’Aménagement Directeur (PAD) in het Frans. Wij gebruiken graag die laatste afkorting, PAD, omdat die beter bekt. De PAD moest de nieuwe ‘powertool’ worden om de grote strategische zones (de Europawijk! Weststation! Josaphat en tutti quanti)  te ontwikkelen.  

De motor sputtert echter. Of: ze ging te snel in productie. De PAD’s leken als bulldozers over de stad te denderen, ten koste van een open debat over de vele uitdagingen die deze planningsinstrumenten kunnen aanpakken. Daarom wil BRAL dat het Brussels Gewest werk maakt van een meer betrokkenheid. Voor de PAD’s betekent dit in het bijzonder:  

  • Niet alle zones in één keer ontwikkelen, maar op basis van een duidelijke visie prioriteiten stellen.  

  • 6 maanden besteden aan participatie en visievorming 

  • Daarna een openbaar onderzoek over de visie en input over de over de effecten die verder moeten bestudeerd worden en de alternatieven.  

  • Het bureau dat de visie ontwikkelt en het bureau dat de effecten bestudeert, werken samen het document af. 

  • Heel belangrijk: neem de tijd voor een deftige publieke voorstelling van het geleverde werk en het bijhorende regelgevende luik.  

  • Stel dan het eigenlijk openbare onderzoek in van de volledige PAD. 

De richtlijn achter deze plannen is duidelijk en moet wat ons betreft de rode draad vormen voor de ruimtelijke planning in het algemeen: neem de tijd aan het begin van het planningsproces om burgers te betrekken, visie te ontwikkelen en inspraak te verzamelen.”

O ja, om burgers beter te betrekken bij de planning van de stad hebben we ook een beter geïntegreerd publiek bestuur nodig. Daarover kan je meer lezen in onze publicatie “Van droom naar daad”, die je op papier kan aanvragen bij ons.