Verslag cinédebat Stalingrad

“Democracy is based upon the conviction that there are extraordinary possibilities in ordinary people.” – Harry Emerson Fosdick

Welke impact heeft stadsvernieuwing op de bestaande buurten en bewoners? Hoe wordt een stad gemaakt? En door wie? Op 21 april 2022 nodigden we de Brusselaars uit om de film ‘Stalingrad – avec ou sans nous’ te bekijken en hun ervaringen en expertise uit te wisselen met publiek, filmmakers en het panel. Voor en na het debat kon men de expo ‘Stad der Tuinen’ bezoeken van De Markten. “Je kan een wijk niet vernieuwen vanuit het idee ‘we gaan van bovenaf met een vernieuwingstraject komen’. Als je op die manier vernieuwt, dan kan dat tot verdringing leiden.” – Raf Pauly van BRAL

Zouden we volk trekken met een film over stadsvernieuwing gezien de epische overlegcommissie over de metro en het stralende terrasjesweer? Jawel! Gelukkig was de temperatuur nog niet volledig mee, was ons panel volledig, de zaal gezellig vol en trotseerden een aantal burgerhelden zowel de overlegcommissie als de film. Voor een eerste keer voor een Nederlandstalig publiek vertoond, leken de emoties die de film uitlokte alvast de taalbarrière te doorbreken. Het publiek lachte met de grapjes en schuifelde ongemakkelijk op de stoel wanneer Pascal Smet vertelde dat het af en toe noodzakelijk is om het volk gelukkig te maken tegen hun wil.

Chérine Layachi, filmmaakster en animatrice bij Périferia, filmmaker Liévin Chemin van Centre Vidéo de Bruxelles, Erdem Resne van Convivence/Samenleven en Raf Pauly van BRAL gingen in gesprek met elkaar na de getuigenis van Samira Hammouchi, dochter van een van de handelaars. Kris Hendrickx leidde het gesprek in goede banen.

Samira getuigde in de film over hoe haar familie getroffen is door de werken. Dat gaat niet enkel om de dagdagelijkse trillingen en schokken, maar ze wilde ook de pijn van de wijk tonen, omdat de handelaars die ze kent, er niet veel tijd voor hebben. En achteraf nodigde ze ons ook uit om een lekkere milkshake met honing en nootjes te komen drinken bij haar. Genoteerd!

Kris viel meteen met de deur in huis: wat was de boodschap van de film? Wilden de filmmakers tonen dat grote werken gentrificatie versnellen en het aankomstweefsel kwetsen?

Kwetsbaar of saai – vooral menselijk

De filmmakers nuanceerden. Volgens Liévin bevatte de film verschillende mogelijke boodschappen. Gentrificatie is volgens hem een bekend of bijna “natuurlijk” fenomeen, dat versneld kan worden als het beleid het aanmoedigt en geen adaptatiestrategie voorziet. Er bestaat een politieke verantwoordelijkheid en in het hypercentrum leidt dit complex fenomeen naar exclusie. De bedreigde groep, die we horen in het verhaal, zijn niet arm. “Ik vind het sociale weefsel niet zwak, de handelszaken bloeien en zijn niet kwetsbaar, maar wel in gevaar.” Chérine benadrukte de noodzaak om een historisch spoor na te laten. “Het doel was niet te zeggen dat er gentrificatie zal zijn. We wilden een momentopname maken en tonen hoe het nu is, zodat we later kunnen terugkijken op hoe het is gegaan.”

Voor Erdem denken we nog te vaak op een technisch niveau na over mobiliteitsprojecten, en dat terwijl stad maken een conflict is tussen groepen of belangen. “De film gaat niet over of een metro nodig is, of het de goeie keuze is om de mobiliteitsproblemen op te lossen. Wel gaat het over wie er zal effect hebben van de werken van de metro.” De mensen zijn inderdaad niet per sé kwetsbaar, stelt Erdem, maar er is wel degelijk een echt kwetsbaar publiek: de bewoners. “Zij staan minder sterk om zich te uiten tegen het project. Convivence/samenleven staat bewoners bij om hen het woord te geven in de stad, bij grote stedelijke projecten. Er zijn nog tientallen aspecten naast het menselijke aspect, de impact van de metro qua wonen horen we zelfs niet in de film.”

Raf linkt de verbeelding nodig om stad te maken met wat hij ‘iets saaiers’ noemt: wie tekent welke stad en daarmee ook de procedures om te bepalen wie de stad tekent. “Welke rol hebben politici in stadsplanning? Hoe kunnen politici leiderschap opnemen en zaken meenemen zonder mensen weg te duwen? Hoe breng je mensen samen met leiderschap? Een goed antwoord vinden op die vragen is voor BRAL cruciaal.”

Kris brengt tussen dat we al heel vaak horen over participatie en mensen betrekken. Raf gaat daarmee akkoord: “Mensen en amont – stroomopwaarts of vroeger in het planproces, zoals ze in het Frans zeggen, betrekken bij grote stadsprojecten, is een nagel waar we al lang op kloppen, zie bijvoorbeeld onze publicatie ‘BXL plant’. Politici kondigen het wel aan, maar we zien het nog niet (snel genoeg) gebeuren. Als je alles bij elkaar optelt, gaan projecten sneller vooruit wanneer je mensen van in het begin erbij betrekt, dan wanneer je dat niet doet en tegenwind krijgt.” Hebben politici angst om controle te verliezen, vraagt Raf zich luidop af.

Lokaal versus regionaal

Speelt de spanning tussen lokale en regionale belangen ook niet mee? Kan een lokaal wijkcomité beslissen over hoe zo’n grote regionale werf te organiseren, gooit Kris een knuppel in het hoenderhok.

Voor Raf moet je beide tegelijk durven voeren. “Je stelt je best eerst de waaromvraag – waarom is een metro nuttig, wat levert ons dat op? – om dan de lokale impact te gaan bekijken. Dit vraagt heel veel tijd want je moet nadenken wie je best hoe betrekt. Maar het is de moeite waard.”

Erdem zag de film al meerdere keren. “Elke keer ik de film zie, ben ik verbaasd over het interview met Pascal Smet wanneer hij zegt dat hij er alles aan gedaan heeft om het project onomkeerbaar te maken. Op lokaal niveau voelen de wijkbewoners dat echt aan als gewelddadig. Het gaat om het meest iconische dossier van Brussel in jaren en we kregen maar geen info van de overheid. Op de dag zelf werd er een infosessie geannuleerd, Smet en Close zijn toen niet gekomen. Dat is een algemene trend. We communiceren veel over participatie, maar de manier waarop de bewoners zich kunnen uiten, de impact die ze kunnen hebben op projecten is minder dan vroeger. Dat is moeilijk te begrijpen.”

Chérine voegt daar nog een ander element aan toe. “Het zuidelijke deel van de metro had aparte bouwvergunningen, de participatie was te veel lokaal. Toch is een deel van de oplossing meer communicatie tussen vzw’s van onder andere handelaars en burgers om met elkaar een mobilisatie te doen. In het noorden van Brussel doen ze aan een nieuwe manier van actievoeren. Het is zeker niet te laat om met elkaar te praten.”

Kris zoomde daarna uit naar heel het Gewest. Is gentrificatie, participatie, verdringing een alleenstaand geval, wilde hij weten. 

Erdem: “Durft men zo’n werf in een andere wijk in Brussel doen? In het algemeen zijn de regels, de technische oplossingen zo moeilijk, zo complex om te behandelen of te begrijpen dat we soms zelfs geen woorden hebben. Het gaat dan niet om een politieke visie die ter discussie staat, maar het uitvoeren van een technische beslissing. Als die projecten worden uitgevoerd in wijken waar mensen armer zijn, minder betrokken zijn, dan lijkt het alsof die projecten gemakkelijker te realiseren zijn.

Een concreet voorbeeld: voor de gesprekken over het GEN in Schaarbeek was de gemeente bang om de handelaars te bedreigen, maar op het Liedstplein vindt men het geen probleem om daar toch te bouwen. Op deze plekken bepaalt de regering op welke manier ze welke participatie organiseert. Als de regering ervoor kiest om te werken in zones die meer bevolkt zijn, meer stedelijke functies kennen, dan is dat een gevolg van politieke beslissingen.

Lievin vult aan: “Met de film hadden we de intuïtie dat handelsactoren en huurders van populaire wijken minder vertegenwoordigd zouden worden in participatieprocessen. Dat werd en cours de route tijdens het filmen feitelijk zichtbaar. Het zou goed zijn om het debat over stadsdemocratie en de socio-economische waarde van de lokale familiehandel opener te voeren, op plekken met verschillende sociale en etnische achtergronden.”

Sociale problemen

Kris stuurde het gesprek verder naar de sociale problemen in de wijk. Was het niet nabij Stalingrad dat de film ‘La Rue’ werd gefilmd, over vrouwen die worden lastiggevallen worden op straat? Zouden sommige aspecten van de wijk toch niet kunnen verbeteren?

Chérine reageerde gevat. “Daar valt over te spreken. De metro is evenwel niet de oplossing voor sociale problemen. Het is belangrijk om een oplossing met ons, de bewoners, te vinden. Het is moeilijk voor ons om te aanvaarden dat, omdat er enkele problemen zijn, we daarom tien jaar op een werf moeten leven en dat het dan echt beter zal worden. Het zijn problemen van de stad, niet enkel van een wijk. Het kan ook gebeuren op andere plaatsen, je gaat daarom niet overal metro’s aanleggen. We willen een deel van de oplossing zijn.”

Félicien, ook een van de filmmakers, vulde aan dat de wijkbewoners lokaal meehelpen om de problemen aan te pakken. Na ‘La Rue’ werden er handelszaken opgericht waar vrouwen of een familiaal publiek welkom zijn. De comités, de politie en de gemeente vergaderen ook samen en er is een project over netheid met een wijkcomité. De overheid hoeft dus niet te vertrekken van een wit blad.

Mensen als antwoord op mechanismen

Als afsluiter zocht Kris naar antwoorden op de mechanismen die we zagen in de film.

Raf neemt meteen alle illusies weg: er zijn geen pasklare antwoorden. Maar: “Het idee van top-down stadsvernieuwing, daar moeten we echt van weg. Je kan een wijk niet vernieuwen vanuit het idee ‘we gaan van bovenaf met een vernieuwingstraject komen’. Als je op die manier vernieuwt, dan kan dat tot verdringing leiden. Het is daarom nuttig om een stap terug te nemen, te aanvaarden dat er conflict zal zijn, maar conflict, daar leeft een stad van! Neem het daarom mee van in het begin.

“Conflict, daar leeft een stad van! Neem het daarom mee van in het begin.” – Raf Pauly

Chérine heeft sinds de film haar mening herzien: “Harde oppositie tussen burgers en politiek is geen oplossing. Ook als burger moeten we een manier vinden om bottom-up dingen te doen, en niet altijd in oppositie. We moeten manieren vinden om partners te worden om onze mening te geven. We voelden ons niet als partners in de réaménagement van de wijk; we liepen achter en er was te weinig informatie. Terwijl we niet als oppositie willen aantreden, we willen deel uitmaken van de oplossing!”

Liévin: “We wonen in een hyperdiverse stad met gemengde culturele identiteiten en gewoontes. We kunnen leren uit de pijnvolle ervaring van Stalingrad, het is niet enkel een triestig verhaal. Als constructief einde van de film wilden we vertellen: gebruik de kracht van de wijk, de diversiteit, de cultuur, de unieke handelsfeer. Cultuurverschil kan niet meer als een probleem gezien worden, het is een ontwikkelingshefboom.”

Erdem denkt niet dat politici van slechte wil zijn, maar schat wel in dat gentrificatie het gevolg is van een bepaalde politiek. Het is geen aanval op hun visie op de stad en het zou goed zijn als politici proberen rekening houden met hoe ze gentrificatie kunnen vermijden.

Erdem suggereert om in een wijk, een gemeenschap ‘wijkambassadeurs’ of ‘referentiemensen’ te vinden, mensen die legitimiteit hebben voor deze gemeenschap (qua jeugd, sport, religie of cultuur). Deze verenigingen of mensen moeten partners worden van de overheid in hun projecten. “We zijn als Convivence wel legitiem, maar de wijkambassadeurs kunnen dat nog beter. Mensen uit de gemeenschapen die tussen burgers en politiek staan, hebben de sleutel in handen. Geef deze ambassadeurs echte, politieke vertegenwoordiging. Als een van de beleidsmakers handelaar was bijvoorbeeld, dan zou het plan anders opgesteld zijn.”

Erdem stelde dat er een parallelle wereld is tussen de politiek en de bewoners, met elk hun eigen droom. “De link tussen de mensen aan de basis en de politiek kan enkel door een politieke vertegenwoordiger met effectieve beslissingsmacht.”

Raf en Erdem beamen: we hebben meer en meer inspraakmechanismen of kanalen dan ooit, maar toch heerst het gevoel dat bij veel mensen dat ze geen inspraak hebben.

Volgens Erdem kunnen politici burgers gerust vertellen wat de krijtlijnen zijn van hun bevraging. Burgers zijn bereid om te horen dat niet alles mogelijk is. Wat burgers vooral willen horen, is welke politieke beslissingen al genomen zijn. Ze willen een antwoord op de vraag: wat er mag bewegen en wat niet? Zodat mensen weten waar hun macht ligt, waarover ze wel kunnen beslissen. “Vandaag zeggen politici nog te vaak aan de mensen: hier is een wit blad, zeg maar. Vijf jaar later komt er dan een project zonder dat het duidelijk is waarom welke keuzes werden genomen. Belangrijk is te weten wat de financiële en technische mogelijkheden zijn. Mensen kunnen dat begrijpen en aanvaarden, maar nu weten ze dat niet en dat wekt wrevel en weerstand op,” concludeert Erdem.

Een discussie die we graag willen houden met politici! Wordt vervolgd.