BXL Plant II - De Brusselse ruimtelijke ordening blijft moeilijk te sturen

De Brusselse gewestregering houdt de laatste jaren grote kuis in de wirwar van agentschappen en ministeries die elkaar voor de voeten lopen. Instellingen werden hervormd en hoge ambities gelanceerd: betere plannen, efficiënte uitvoering… Helaas blijft samenwerken ook na de hervorming moeilijk.

In 2016 fusioneerden een pak overheidsinstellingen die met studie en planning te maken hadden, tot een nieuw, ambitieus Brussels Planningsbureau. Het kind kreeg de naam ‘perspective.brussels’. Of kortweg ‘Perspective’. Deze nog jonge administratie kreeg onder andere als taak plannen te maken die de ontwikkeling van de strategische zones moet sturen.

Daarnaast richtte de regering de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI) op. Die moest zorgen voor de operationele uitvoering van veel van die plannen. Samen vormen ze het Territoriaal Platform. Om die samenwerking te symboliseren was het aanvankelijk de bedoeling dat ze in één gebouw gingen zitten maar dat plan liep spaak. Jammer want een fysieke nabijheid zorgt voor betere contacten. Gelukkig zitten ze nu wel in dezelfde straat. Ver moeten ze dus niet meer lopen.

Een intendant gevraagd

veel kennis moet worden doorgegeven en er gaat al eens know how verloren.

De ervaring van enkele jaren leert ons dat Perspective en MSI gescheiden werelden blijven. De overgang van een dossier van de ene naar de andere dienst verloopt niet altijd even vlot. Veel kennis moet worden doorgegeven en er gaat al eens know how verloren. We zien ook dat – niet onverwacht – de operationele logica de overhand krijgt eens een dossier bij de MSI zit. Nochtans vragen zowel de planning als de uitvoering veel projectregie. Een van de voorgangers van Perspective, het Agentschap voor Territoriale Ontwikkeling, had al een zekere routine in het bij elkaar brengen van partners binnen een project. De MSI heeft een heel andere voorgeschiedenis en zit meer in de ‘minder praten, gewoon doén’ - divisie. Maar ook de realisatie van complexe stadsprojecten - en haast alle projecten in Brussel zijn complex - is eerder iets voor een ‘regisseur’ dan voor een projectverantwoordelijke, de term die nu gebruikt wordt.

En het kan nog sterker: idealiter groeit de regisseur van een project bij Perspective gewoon door naar de MSI om de continuïteit te garanderen. In het idee dat de verantwoordelijke het project van A tot Z opvolgt, mag hij/zij/x zich wat ons betreft ‘intendant’ noemen. Zo’n functieomschrijving en dito manier van werken zouden de intendanten positioneren als de centrale spin in het web. Een web dat niet enkel Perspective en MSI omspant maar alle diensten en structuren die nodig zijn om een (stuk) stad te ontwikkelen. Ook Leefmilieu Brussel en Mobiel Brussel. Allemaal samen kunnen ze dan een echt projectteam vormen.

Een duidelijk mandaat graag

Bij de start van de hervormingen was het de bedoeling dat ook de cellen, die binnen Mobiel Brussel, Leefmilieu Brussel én openbaar vervoersmaatschappij MIVB belast zijn met de strategische gebiedsplanning, deel zouden uitmaken van Perspective. Daar zou pas plankracht in gezeten hebben! Het liep echter anders. Waarschijnlijk omdat Perspective niet, zoals aanvankelijk de bedoeling was, ‘ten dienste staat van alle leden van de Regering en rechtstreekse banden onderhoudt met de functioneel bevoegde Ministers’[1] maar enkel onderworpen bleek te zijn ‘aan het hiërarchisch gezag van de minister belast met Ruimtelijke Ordening en Statistiek’[2]. Wat in het huidige geval ook de Minister-President is. Kortom, er zou wel veel macht komen in handen van één persoon. Wat een rem is op het idee dat Perspective de centrale planningsdienst is van heel de regering. Ter vergelijking: in de Raad van Bestuur van het voormalige Agentschap voor Territoriale Ontwikkeling zetelden vertegenwoordigers van àlle ministers. Die excellenties waren dan ook van bij het begin op de hoogte zodat er minder tijd verloren ging met plannen die niet politiek gedragen werden.

Ook in de nieuwe constellatie zijn Perspective en de planningsdiensten van andere ministeries of agentschappen tot elkaar veroordeeld. En er is zeker goodwill. Zo roept Perspective bij het uitwerken van een Richtplan voor een strategische zone een uitgebreid begeleidingscomité samen met daarin ook de andere betrokken overheidsdiensten. Maar die moeten natuurlijk ook tijd kunnen vrij maken én een duidelijk mandaat hebben om zich in een project te engageren. Daar wringt het schoentje. Al te vaak start het proces nu bij Perspective en de bevoegde minister. De rest moet dan maar meestappen in een project dat niet per se het hunne is.

De pragmatische oplossing bestaat al

Net zoals het platform voor overleg tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië is het echter een lege doos. Wat ons betreft: activeren die handel!

En het beest heeft zelfs een naam: ‘Gewestelijk Comité voor Territoriale Ontwikkeling (GCTO)’. Dit comité zou moeten toezien op de goede samenwerking tussen de administraties op het gebied van territoriale planning. Dit comité bestaat uit Perspective, Leefmilieu Brussel, Brussel Mobiliteit, de MIVB, Net Brussel en Urban.brussels. Net zoals het platform voor overleg tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië is het echter een lege doos. Wat ons betreft: activeren die handel! Hier kan op topniveau besproken worden welke dossiers zeker samenwerking vragen. Dit comité kan echte projectteams opzetten, over de administraties heen. Op z’n minst kan de tijdsinvestering ingepland worden en krijgen de mensen die het werk moeten doen een duidelijk mandaat van zowel hun administratieve als politieke oversten. Kortom, dit comité zou proactief moeten werken om problemen voor te zijn. Kwestie van niet te veel tijd te verspillen aan brandjes blussen.

Steyn Van Assche

 

[1] Citaat uit de regeringsverklaring

[2] Citaat uit de stichtingsakte van Perspective zoals ze in het staatsblad verscheen